Wat werkt bij ouders met verstandelijke beperkingen?

Kinderen van ouders met een Lichte Verstandelijke Beperking (LVB) komen met enige regelmaat terecht in een pleeggezin. Hoe kunnen de ouders het beste worden geholpen bij de opvoeding, zodat hun kind thuis kan blijven wonen? Dat onderzocht Marja Hodes de afgelopen acht jaar.

Hoe ontstond jouw interesse in dit onderwerp?

“Dat heeft te maken met mijn kijk op de maatschappij. Ik vind dat onze samenleving veelkleurig hoort te zijn en dat iedereen gelijke kansen moet krijgen. Die kansen zijn echter erg afhankelijk van waar je wieg heeft gestaan. Het fascineert me als mensen die minder in hun rugzak hebben meegekregen het voor elkaar krijgen om hun leven op te bouwen.”

Wat houdt een Lichte Verstandelijke Beperking in?

“Mensen denken meteen dat het alleen over het IQ gaat, maar dat is niet zo. Sociale redzaamheid is een veel belangrijker element. Wanneer dat zich onder het gemiddelde bevindt en het IQ ligt tussen de 50 en 85, dan spreken we in Nederland van een lichte verstandelijke beperking. Het IQ is niet het enige criterium om te bepalen of er sprake is van falend ouderschap. Hoeveel mensen er zijn met een LVB kunnen we alleen maar schatten. Dat wordt nergens geregistreerd.”

Wanneer is ouderschap ‘goed genoeg’? En hoe kun je deze ouders goed genoeg ouderschap leren?

“Goed genoeg ouderschap houdt in dat er geen bemoeienis is van de Raad voor de Kinderbescherming en Veilig Thuis en dat er geen sprake is van verwaarlozing of mishandeling. Uit onderzoek blijkt dat een derde van de LVB-ouders goed genoeg ouderschap laat zien. Bij de andere ouders met een LVB is sprake van niet goed genoeg ouderschap of zorgelijk ouderschap. Ouders met een LVB kunnen prima opvoedvaardigheden leren als je er maar voor zorgt dat de ondersteuning aansluit bij de leerstijl en leerbehoefte van de ouders, denk bijvoorbeeld aan eenvoudiger taalgebruik en visuele ondersteuning.”

In de ondersteuning van LVB-ouders worden weleens videobeelden gebruikt. Kun je uitleggen wat VIPP en VIPP-LD is?

“VIPP-SD (Video Intervention to promote Positive Parenting and Sensitive Discipline) is een opvoedinterventie die gericht is op positieve interacties tussen ouder en kind. Zij worden gefilmd tijdens het spelen en andere alledaagse situaties. De beelden worden samen met de ouder teruggekeken en daarbij wordt vooral gekeken naar de positieve momenten die er zijn. VIPP-LD is de aanpassing van deze opvoedinterventie voor ouders met lichte verstandelijke beperkingen. De afkorting LD staat hierbij voor Learning Difficulties, oftewel voor ouders die moeilijk lerend zijn. Bij VIPP-LD zijn de filmbezoeken gescheiden van de praatbezoeken. Daarnaast zijn de opnames korter en is het taalgebruik eenvoudiger. Ook wordt bij VIPP-LD gebruikgemaakt van een ontdekboek. Hierin worden de belangrijkste ontdekkingen voor ouders vastgelegd door middel van foto’s uit de opnames met korte teksten eronder.”

Kun je een voorbeeld geven van een gezin waarbij je zag dat VIPP-LD werkte?

“Een moeder dacht de hele tijd dat ze gepest werd door haar kind. Het meisje had een pop. De pop moest een jurkje aan en er moest een knoopje worden vastgemaakt. Dat wilde het meisje graag zelf doen. Het meisje pakte de pop van de moeder af en draaide zich van de moeder weg om het knoopje vast te kunnen maken. Daarna draaide ze weer terug naar haar moeder en liet ze heel enthousiast zien dat ze het haar was gelukt. Door middel van video-feedback kun je dan bij de ouder vanuit het perspectief van het meisje laten zien, dat haar dochter heel trots is. Ze heeft zelf de knoopjes vastgemaakt en wil dat delen met mama. Deze moeder ontdekte hierdoor dat het meisje heel graag zelf dingen wil doen, iets wat past bij haar leeftijd. Deze moeder was heel geëmotioneerd toen ze dit ontdekte.”

Waarom lukt het deze ouders soms niet om hun kind zelf op te voeden?

“Er zijn drie belangrijke factoren die ervoor zorgen dat opvoeden ‘goed genoeg’ gaat: het durven vragen en kunnen accepteren van hulp, het kunnen terugvallen op een steunend sociaal netwerk en het voorhanden zijn van effectieve opvoedinterventies. Er is sprake van een samenspel van beschermende en risicofactoren, waarbij er een balans moet zijn tussen deze factoren. Als het niet goed gaat, zijn er meer risicofactoren dan beschermende factoren.”

Regelmatig komen kinderen van LVB-ouders toch terecht in een pleeggezin. Wat is de rol van pleegzorgbegeleiders in de begeleiding van de ouders?

“In principe werkt dit op dezelfde manier als bij ouders zonder een beperking. Wat wel meegenomen dient te worden, zijn de leerstijl en leerbehoefte van de ouders. Het is belangrijk dat pleegzorgbegeleiders de tijd nemen om bepaalde zaken uit te leggen.Het respect voor de ouders is belangrijk. Daarnaast moet je erin geloven dat een beperking er niet per se voor zorgt dat de ouder geen ouder kan zijn. Deze groep ouders hebben vaak de ervaring dat zij juist veroordeeld zijn om het stempel ‘verstandelijk beperkt’.”

Hoe kunnen pleegouders samenwerken met ouders met een LVB?

“Respecteer hen als de ouders, zij zijn uiteindelijk de biologische ouders van het kind. Zorg dat ouders nog genoeg mee krijgen van het leven van hun kind. Deel belangrijke momenten. Laat ouders merken dat zij er nog steeds toe doen.”

Kun je een voorbeeld geven van een situatie die jou geraakt heeft?

“VIPP-LD zet ouders in hun kracht. In de VIPP-LD zit een opdracht waarbij de ouder gevraagd wordt om samen met het kind een liedje te zingen met gebaren. Eén van onze moeders vond dat heel moeilijk doordat ze in het verleden ongewenste intimiteiten had meegemaakt tijdens dergelijke spelletjes met haar vader. Toch wilde ze het proberen. Het ging uiteindelijk prima. Haar dochtertje genoot enorm en riep spontaan dat mama de allerliefste mama was van de hele wereld. De moeder vertelde dat ze echt niet wist dat haar dochtertje van haar hield. Ze dacht dat ze niets voor haar betekende. Gelukkig hadden we alles op video staan. Deze moeder heeft die beelden keer op keer bekeken met tranen in haar ogen. Daarna ging ze veel meer spelen met haar dochtertje.”

Paspoort

Marja Hodes is orthopedagoog generalist, klinisch psycholoog en hoofd van de afdeling Diagnostiek en Behandeling van ASVZ. Begin februari is zij gepromoveerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam met haar proefschrift Testing the effect of parenting support for people with intellectual disabilities and borderline functioning. Marja werkt al meer dan 30 jaar met gezinnen met ouders met een verstandelijke beperking.

Meer weten?
www.asvz.nl> specialismen > kinderwens en ouderschap
www.kennispleingehandicaptensector.nl> thema’s > kinderwens en ouderschap
www.vippleiden.com> professionals > vipp-sd en specifieke modules

Auteur: Enne Wildöer (stagiaire BIJ ONS)


Tags: ,