Thuiskomen in een bekend gezin

Zo’n veertig procent van de pleegkinderen wordt opgevangen door familieleden of bekenden. De ingroei verloopt anders dan in een onbekend pleeggezin, omdat het kind en de netwerkpleegouders elkaar meestal al kennen. Wat wel moet wennen, zijn de veranderde rollen.

Steeds vaker wordt in het netwerk van het kind gekeken naar opvang als een kind tijdelijk of langdurig niet bij de ouders kan opgroeien. Ooms en tantes, grootouders, maar ook onderwijzers of sportleraren kunnen netwerkpleeggezin zijn voor een kind dat ze al kennen. In veel gevallen vangt het netwerkgezin het kind al regelmatig op, voordat ze worden gevraagd als officieel netwerkpleeggezin. Wennen in de zin van het kind leren kennen en met elkaar leren omgaan, is daarom minder aan de orde. Toch verandert er wel degelijk iets als een pleegkind voor korte of langere tijd bij een netwerkgezin gaat wonen.

Van vertroetelen naar opvoeden
“Toen Jon van drie nog niet bij ons woonde, kon ik hem heerlijk vertroetelen”, zegt opa Kees. “Een kleinkind mag je verwennen, je hoeft de regels niet zo strak aan te houden. Dat is je voorrecht als grootouder en dat kan ook omdat je kleinkind na een dagje weer naar huis gaat. Nu Jon bij ons woont, zijn we weer aan het opvoeden geslagen. Regels en regelmaat, dat hoort er weer helemaal bij.” Netwerkpleegouders merken dat hun rol verandert als het kind bij hen komt wonen. Ze krijgen de verantwoordelijkheid als opvoeder, terwijl ze daarvoor misschien een bekend logeeradres waren. Daarnaast krijgen ze met meer zaken te maken, zoals het onderhouden van goed contact met de ouders van het kind en overleggen met pleegzorgbegeleiders.

24/7 aan de bak
Voor pleeggrootouders is het wennen om weer dag en nacht voor een kind te zorgen. De kinderen zijn het huis uit en je bent gewend aan de vrijheid en rust die een oudere leeftijd met zich meebrengt. Dan moet je opeens “24/7 aan de bak”, zoals pleeggrootvader Kees opmerkt.  “Alsof je wordt teruggezet naar de tijd dat je kinderen klein waren. Vroeg wakker gemaakt worden, de kamer vol speelgoed en de kinderliedjes schallen weer door het huis.” Soms speelt ook de lichamelijke fitheid mee. Rennende peuters en kinderen die alles willen ontdekken, eisen heel wat van de lichamelijke conditie van hun opvoeders. Vermoeidheid is zeker in het begin een bekende klacht.

Grenzen
Voor een kind heeft het een groot voordeel om te gaan wonen in een netwerkgezin. Het komt bij bekenden en hoeft dus niet te wennen aan de manier waarop de pleegouders met hem omgaan. Het kind kan zich daardoor snel thuis gaan voelen. Het kind moet er wel aan wennen dat het geen logeetje meer is en zich aan de regels van het gezin moet houden. Soms zoekt het kind sneller dan in een onbekend pleeggezin de grenzen van de pleegouders op. “Jon ging opeens met eten gooien’’, zegt opa Kees. ‘’Alsof hij wilde uitproberen wat wel en niet mocht. Het ging ook vanzelf weer over toen hij merkte welke regels wij hadden. Hij voelt zich nu helemaal thuis bij ons.”

NASCHRIFT
Stichting Belangenbehartiging Pleeggrootouders Nederland: www.pleeggrootouders.nl


Tags: , ,