Pleegoudervoogdij met ondertoezichtstelling (deel 1)

Wanneer het gezag van de ouder(s) wordt beëindigd, benoemt de rechtbank een voogd. Dit kan een voogdijinstelling zijn (gecertificeerde instelling) of een ‘natuurlijk persoon’, ook wel ‘derde’ genoemd. Denk in het laatste geval aan de pleegouder(s) of een familielid van het kind, bijvoorbeeld een tante. De rechter kan er bij beëindiging van het ouderlijk gezag dus voor kiezen om de pleegouder(s) met de voogdij over het pleegkind te belasten. Natuurlijk mits laatstgenoemde(n) hiermee instemt (instemmen).

Pleegouders kunnen de voogdij ook op andere manieren verkrijgen. Bijvoorbeeld na een succesvol beroep op het blokkaderecht. De meest ‘gangbare’ manier voor pleegouder(s) om de voogdij te verkrijgen, is na beëindiging van het ouderlijk gezag in het kader van kinderbescherming. Veelal is er aan gezagsbeëindiging een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing van het kind voorafgegaan.

Als de rechter na beëindiging van het ouderlijk gezag een instelling tot voogd benoemt en er was al sprake van een ondertoezichtstelling, dan komt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te vervallen. De voogdijmaatregel komt voor de ondertoezichtstelling in de plaats. De pleeggezinplaatsing wordt dan voortgezet in het kader van de voogdijmaatregel, uitgeoefend door de instelling, in plaats vande ondertoezichtstelling. Wettelijk gezien gaat voogdijuitoefening door een instellingniet samen met uitvoering van een ondertoezichtstelling.

Dit is anders als er sprake is van pleegoudervoogdij. Het is wettelijk gezien wél mogelijk om ondertoezichtstelling te combineren met voogdij uitgeoefend door pleegouders.  Dus: een ondertoezichtstelling bovenop de voogdijmaatregel. Bijvoorbeeld als er opvoedproblemen in het pleeggezin ontstaan met het pleegkind, kan er bovenop de pleegoudervoogdij een ondertoezichtstelling worden uitgesproken.

****************************************************

Jan (15) woont vanaf zijn vierde jaar in een pleeggezin. De eerste drie jaar was er sprake van een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Daarna is het gezag van de ouder(s) beëindigd door de rechter. In eerste instantie is de voogdij bij een gecertificeerde instelling gelegd. De pleegouders wilden graag dat een instelling de voogdij zou uitoefenen omdat de ouders van Jan zich fel verzetten tegen het verblijf van Jan in het pleeggezin. Na verloop van tijd blijkt dat de ouders alsnog kunnen berusten in het verblijf van Jan in het pleeggezin en in de voogdij. De pleegouders nemen vervolgens de voogdij over van de instelling. De gecertificeerde instelling wordt op haar verzoek door de rechter ontslagen van de voogdij ten gunste van de pleegouders, die daarvoor een bereidverklaring hebben getekend. Helaas gaat het na een aantal jaren toch mis: Jan laat zeer problematisch gedrag zien, gebruikt softdrugs, luistert niet, gaat zijn eigen gang et cetera. Er wordt, bovenop de pleegoudervoogdij, een ondertoezichtstelling over Jan uitgesproken. Met hulp van de gecertificeerde instelling proberen de pleegouders Jan in hun gezin te behouden.
****************************************************

Pleegoudervoogdij kan dus samengaan met een ondertoezichtstelling. De pleegouders van Jan hebben de voogdij en daarbovenop wordt een ondertoezichtstelling uitgesproken.

In de praktijk blijkt dat sommige rechters al bij het uitspreken van de pleegoudervoogdij de ondertoezichtstelling bewust laten doorlopen. Bijvoorbeeld omdat de rechter van mening is dat de opvoedsituatie van de pleegouders nog niet toereikend (genoeg) is om de pleegouders de voogdij toe te vertrouwen. Hier ga ik in de volgende BIJ ONS op in.


Tags: ,