Een dag BIJ ONS: papadag

Het is nog donker als ik wakker word van geroep uit de kamer van Bart (2), onze jongste pleegzoon. Mijn vrouw is al op en ik hoor dat ze Bart uit bed tilt. Hij lacht. Tien minuten later roept mijn vrouw dat ze de tram moet halen. Ik trek versuft wat kleren aan en loop de trap af. Daar zit onze krullenbol in zijn slaapzakje op de bank. Hij kijkt naar de Teletubbies, terwijl mijn vrouw haar jas aantrekt. Ze heeft een drukke dag, dus vandaag sta ik er alleen voor.

De 10-minuten-peuteroppas-genaamd-Po is net afgelopen als ik wat verdachts ruik in zijn broek. Ik draag hem naar boven om hem te verschonen. Het is nog donker in de kamer van Joey (8), zijn pleegbroer. Ik zwaai de deur open en roep: “Goedemorgen!” Ik vervolg: “Het is woensdag, dus Bart blijft vandaag thuis. Jij wordt over een half uur opgehaald, dus tijd om je aan te kleden. Trek maar wat warms aan, lange mouwen en dikke sokken.” Duidelijke instructies die zich dagelijks herhalen.

Aan de ontbijttafel besef ik hoe ongewoon dit eigenlijk is. Hier zit ik, 28 jaar, met twee kinderen die niet biologisch van mij of van mijn vrouw zijn. De één heeft witblonde krullen, de ander bruin sluik haar. Hoewel de oudste nog maar een half jaar bij ons woont, noemen ze me allebei ‘papa’. Niemand van mijn leeftijd die ik ken heeft al kinderen, laat staan een verstandelijk beperkte peuter en een ernstig autistische achtjarige met gedragsproblemen.

Na het ontbijt gaat de bel. Fijn, de taxi is op tijd. Joey loopt bijna zonder wat te zeggen en zonder schooltas de deur uit, maar ik roep hem terug. “Tot vanmiddag”, zegt hij met zijn monotone robotstem, terwijl hij richting de bus loopt. “Laf joe”, roept hij nog. Ik glimlach. Die heeft ‘ie van mijn vrouw.

Binnen zit de kleine met blokken te spelen. Ik zucht. De agenda is leeg en het regent. Boodschappen doen dan maar, dat breekt de dag. Als ik even later met een jengelend kind op mijn arm (want zelf lopen ho maar) naar de juiste yoghurt zoek, vraag ik me af waarom ik dit een goed idee vond. Bij de kassa trekt Bart de helft van de marsrepen uit het rek. Heerlijk, zo’n peuter.

Als ik thuiskom, zie ik een paar e-mails van de voogd van Joey op mijn telefoon. Zijn ouders zijn het niet eens met de bezoekregeling en gaan weer naar de rechter. Wat vinden wij ervan als de bezoeken naar drie keer per maand gaan? Ik overleg via de app met mijn vrouw en reageer dat we meer bezoeken prima vinden, maar dat we niet kunnen halen of brengen en logeren is een brug te ver. Nog een mailtje. De aanvraag voor therapeutische logeeropvang ligt bij de GZ-instelling: of we nog een aanmeldformulier willen invullen. Ik zet de boodschappen in de koelkast en pak wat speelgoed voor Bart uit de kast. Zodra ik achter mijn laptop zit om het formulier in te vullen, wordt hij baldadig en trekt de voorraadkast open. “Pehpeh-oot!” roept hij. Ik klap mijn laptop dicht.

Na de lunch, ofwel het eindeloze gevecht om een paar stukjes brood bij hem binnen te krijgen, leg ik Bart in bed voor zijn dutje. Ik wens vanuit het diepst van mijn ziel dat hij vandaag gaat slapen. Gelukkig is het snel stil boven. Ik begin met opruimen en schoonmaken. Als ik op de bank plof, zie ik nog wat mailtjes binnenkomen. Of we een zorgplanevaluatie kunnen bespreken op de speciale dagopvang van Bart. Ik zoek in onze agenda’s, app heen en weer met mijn wederhelft en stuur een paar opties door. Oh ja, ik moet de zwemles van de oudste nog betalen. Plotseling hoor ik geluid boven. Al twee en een half uur voorbij! Ik sjok de trap op. Bart lacht als ik de deur opendoe en ik geef hem een stevige knuffel.

Een paar boerderijpuzzels, knikkerbanen en Jip-en-Jannekeboekjes later gaat de deurbel. Het is half vijf en Joey wordt thuisgebracht. Ik lees in zijn schriftje dat hij een ander kind heeft geslagen en “f*ck you!” tegen zijn begeleider heeft geroepen. Wanneer ik ernaar vraag, vertelt hij koeltjes dat dat kind maar niet zijn hut kapot had moeten maken en dat hij boos was omdat hij van de begeleiding op een stoel moest gaan zitten. Ik praat erover door met Joey en zie dan dat het tijd is om de lasagne in de oven te schuiven. Gelukkig had ik de saus gisteren al gemaakt. Mijn vrouw komt thuis en er valt een last van mijn schouders.

Na het avondeten draaien we met z’n vieren de dagelijkse routine van douchen, pyjama’s, tandenpoetsen, voorleesboekjes en welterustenkussen. Als ik de trap afloop, bedenk ik me dat ik vanavond zou gaan sporten. Ik ben doodmoe, dus ik plof op de bank en zet de tv aan.

De volgende morgen vraagt mijn collega op kantoor: “Hoe was je papadag gisteren? Lekker uitgerust?” Ik zeg dat ik vandaag op kantoor juist weer kom uitrusten van mijn ‘vrije dag’. Hij denkt nog altijd dat ik een grapje maak.


Tags: ,