Samenwerken met ouders met een verstandelijke beperking

Kinderen opvoeden is een lastige taak voor de gemiddelde volwassene, laat staan voor ouders met beperkte cognitieve capaciteiten. Slechts weinig ouders met een verstandelijke beperking voeden hun kinderen zelfstandig op. Vaak komen de kinderen terecht in een pleeggezin als ondersteuning van de ouders niet vol­doende perspectief biedt. Wat kun je als pleeg­ouder verwachten als je met deze ouders gaat samenwerken?

Ouders met een verstandelijke beperking zijn op veel vlakken te vergelijken met kinderen, afhankelijk van de mate van beperking. Alleen hebben deze ouders veel meer levens­ervaring. Daarom is het lastig in te schatten wat de ouders begrijpen en wat niet.

Meedoen in de maatschappij
Veel ouders met een licht verstandelijke beperking (LVB, IQ-score tussen 50 en 70) hebben zich voldoende ontwikkeld om goed mee te doen in de maatschappij. Met aangeleerde sociale vaardigheden doen ze vaak laaggeschoold werk en leiden ze een relatief normaal leven. Ze hebben jarenlang hulpverlening ontvangen of zijn zelf onder toezicht gesteld geweest. Hierdoor kennen ze de woorden van de hulp­verlening en gebruiken ze die veelvuldig. Het netwerk van LVB-ouders kan het verschil maken in de mogelijkheid om hun kinderen bij hen te laten opgroeien. Helaas biedt het netwerk niet altijd genoeg ondersteuning.

Qua ontwikkelingsleeftijd zijn LVB-ouders vergelijkbaar met kinderen van vier tot twaalf jaar. Daar komen ze vaak een heel eind mee. Een kind van acht kan, na wat oefenen, zelfstandig zijn kamer opruimen, boodschappen doen, de was doen, geld pinnen en uitgeven. Maar kun je van een achtjarig kind verwachten dat het een huishoudboekje bijhoudt, de energierekening op tijd betaalt, een opleiding afmaakt of een kind opvoedt?

Gevolgen voor een kind in de toekomst
LVB-ouders zijn in veel opzichten ook volwassen en ze voelen zich volwassen. Vaak beseffen ze dat het voor hen lastiger is om alles te doen wat andere volwassenen doen, maar hebben ze niet genoeg reflectievermogen om in te zien dat ze bepaalde dingen beter kunnen laten. Ze hebben weinig inzicht in oorzaak en gevolg. Daardoor realiseren ze zich niet dat gedrag van nu verregaande gevolgen kan hebben voor een kind in de toekomst. ‘Houden van’ is het belangrijkste, denken de meeste LVB-ouders, maar liefde alleen brengt een kind niet groot.

We doen ons allemaal weleens slimmer voor dan we eigenlijk zijn. Je hebt vast weleens een woord gehoord en net gedaan alsof je wist wat het betekent, om het tien minuten later stiekem op je telefoon te googelen. Voor veel verstandelijk beperkte ouders werkt het precies zo, maar dan vele malen op een dag. Eenvoudige dingen zijn al ingewikkeld, bijvoorbeeld wat een gezinsvoogd precies doet of waarom pleegouders nodig zijn. Dan is het handig als je dat nog eens uitlegt.

Verdriet en boosheid
Het samenwerken met verstandelijk beperkte ouders vraagt veel van pleegouders. Vaak is er onbegrip bij ouders en komt dit op een negatieve manier naar boven. Ouders uiten hun verdriet dan in boosheid. Door hun beperkte reflectievermogen leggen ze zaken veelal buiten zichzelf neer. Ook gaan ze op zoek naar voorbeelden waar het aan schort in het pleeggezin, om zo aan te geven dat zij het zo slecht nog niet deden. “Nu heeft Sanne alweer vieze kleren aan. Bij mij droeg ze altijd nette en schone kleren.” Dat de vieze kleding komt door het buitenspelen en dat Sanne bij haar ouders niet mocht buitenspelen, omdat zij bang waren dat ze zou vallen, geeft een andere uitleg aan de situatie. Zulke negatieve opmerkingen geven pleegouders soms het idee dat ouders bewust de strijd aangaan en hen zwart willen maken.

Ouderrol
Net als bij andere ouders is het voor ouders met een verstandelijke beperking belangrijk dat ze de unieke positie van ouder krijgen, ondanks dat ze veel dingen niet kunnen. Het heeft nou eenmaal een reden waarom het kind niet thuis mag wonen. Het is belangrijk dat je regelmatig hun rol bevestigt. Blijf herhalen dat zij de moeder en vader zijn en dit altijd zullen blijven, ook al woont hun kind niet bij hen thuis. Benoem het pleegkind ook als ‘hun’ zoon of dochter en stuur bijvoorbeeld met Vaderdag en Moederdag samen met het kind een kaart naar de ouders.

Vaak handelen ouders vanuit hun eigen behoeften. Daarom lukt het onvoldoende om zich in te leven in wat goed is voor hun kind. Ook hebben ze hulp nodig bij het bedenken van activiteiten op het niveau van de ontwikkeling van het kind. Probeer te accepteren dat dit niet zal veranderen. De ouders zijn beperkt in hun capaciteit en daarom kun je het hun niet kwalijk nemen dat ze soms boos worden. Probeer een hulpverlener te zijn en je eigen emoties aan de kant te zetten.

Voor pleegzorgwerkers en jeugdzorgwerkers
Zet kleine stapjes, als je met verstandelijk beperkte ouders werkt. Steek in op wat goed gaat en wees duidelijk. Heldere communicatie over beslissingen in begrijpelijke taal is heel belangrijk. In evaluatieverslagen staan vaak woorden als ‘ouders hebben onvoldoende reflectievermogen, ze kunnen niet goed aansluiten bij de behoeften van het kind of er is sprake van een loyaliteitsconflict’. Dit zijn onnodig ingewikkelde zinnen die weerstand oproepen. Onbegrip voor genomen beslissingen zorgt dikwijls voor klachten aan het adres van de voogd. Het helpt als je veel voorbeelden gebruikt in gesprekken en de rapportage en ook letterlijk de ‘taal’ van de ouders spreekt. Overdrijf echter niet, want ouders moeten niet het gevoel krijgen dat ze ‘debiel’ zijn. Soms moet je ook accepteren dat ouders het niet begrijpen. Dan steek je in op het hoogst haalbare.

Door de gunfactor van ouders heb je als hulpverlener soms de neiging om beslissingen te verzachten of (valse) hoop te creëren door te veel over de toekomst te praten. Uit­einde­lijk heb je hier alleen jezelf mee, en erger nog, het kind. Als ouders het niet begrijpen of wantrouwen krijgen naar die goed­bedoelende hulpverleners, lukt het hun vaak niet om het kind hier niet mee te belasten. Want: “Ik lieg niet tegen mijn kind. Hij mag best de waarheid weten.”
Het kind zal ook moeten leren omgaan met zijn ouders. Werk daarom aan besef en begrip voor wat het inhoudt om een verstandelijke beperking te hebben. Maak het kind van jongs af aan duidelijk hoe de ouder is, om het niet te zwaar te maken voor het kind.

Hulp bij de opvoeding
Steeds meer mensen met een verstandelijke beperking worden moeder of vader. Hoe kunnen we deze ouders het beste helpen bij de opvoeding? Dat onderzocht Marja Hodes de afgelopen acht jaar. Begin februari promoveerde zij aan de VU Amsterdam. Voor een volgend nummer interviewt BIJ ONS haar over wat werkt voor ouders met verstandelijke beperkingen.

Auteurs: Willem van Uijen en Karin Zanin


Tags: ,