Lobke woont weer bij haar moeder

Toen Lobke drie jaar was, kwam ze met haar eenjarige broertje Björn bij Willy en Peter wonen, haar oom en tante. Ze is nu negentien en bijna een jaar geleden verhuisde ze naar haar moeder. Open­hartig vertellen Lobke, Willy en moeder Aagje over de grote verandering.

Lobke begint: “Toen ik ouder werd, heb ik altijd gezegd: ‘De cirkel is pas rond als ik ook nog een poosje bij mama kan wonen.’ Het gaat nu goed, maar in het begin was het lastig. Ik miste mijn structuur. Het is bij mama een rommeltje en ik ging daar zelf ook aan meedoen. Ik brak met mijn vaste tijden van eten en naar bed gaan en opruimen.” Aagje haakt daarop in: “Georganiseerd wordt het bij mij nooit, maar ik heb nu een laatje en daar stop ik alle spullen van jou in. Als het laatje vol is, keer ik het om boven je bed. De nachten vond je in het begin ook wel vreemd. Ik werk alleen maar nachtdiensten. In het begin heb ik Willy weleens gebeld toen het onweerde, want ik weet dat je daar bang voor bent.” Willy knikt: “Toen het erg spannend werd, kwam je hier slapen.”

Huilen
“Ik vond de weken voor de verhuizing ingewikkelder dan daarna”, vertelt Willy. “We moesten soms allebei huilen, we zaten echt in een emotioneel afscheidsproces. We hadden de datum al heel lang staan en in de week ervoor zei Lobke teleurgesteld: ‘Mama heeft allerlei plannen, dus we moeten de verhuizing verzetten.’ Toen dacht ik: Da’s echt Aagje. Ik heb haar opgebeld en Aagje heeft haar plannen bijgesteld. De verhuisdag is echt zo’n kenmerkende dag geworden. We hebben alles met elkaar gedaan.” Aagje vult aan: “En je hebt haar een heel mooi fotoboek meegegeven!”

Brood mee
“Toen was het stil in huis, ik hield brood over en de wasmachine draaide minder. Het was raar. In de eerste week kwam Lobke langs: ‘Willy, ik moet morgen werken, maar mama heeft geen brood in huis.’ Ik zei: ‘Je weet de vriezer te vinden!’ Ik dacht: Nou is het goed: Ze weet dat ze gewoon kan komen.”

Aagje: “In het begin ben ik wel bang geweest, want ik kreeg een dochter thuis die ik eigenlijk niet kende. Ik vroeg: ‘Kind, wat lust je eigenlijk?’ Want in de bezoekweekends was het altijd frites of pizza. Ik heb ook vaak moeten vragen: ‘Wie is dat nou weer?’ als ze het over vriendinnen had. En dan dacht ik: Zie je, dat gaat niet goed zo hoor! Misschien is het toch beter voor haar als ze teruggaat. Maar gelukkig had Willy er meer vertrouwen in en is het dus goed gekomen. De eerste keer dat ik een vraag had, dacht ik: Kan ik met die vraag naar Willy? Dat kan gewoon! We zijn niet altijd blij met elkaar geweest, maar we kunnen altijd weer samen door een deur.” Willy reageert daarop: “We hebben altijd allebei gezien dat het voor de kinderen belangrijk is om onze eigen belangen soms even te parkeren.” Aagje knikt: “Ja en het gaat nu toppie zo! Ik vind het geweldig dat ik dit stuk toch nog mee mag maken!”

Gemist
“Peter en Willy hebben geholpen met de regelingen die erbij horen als je achttien wordt”, vertelt Lobke. “Ik moest zelf mijn zorgverzekering uitzoeken. Als ik nu nog vragen heb, zegt mama: ‘Ga lekker naar Peter en Willy, dat doe ik ook als ik iets niet weet.’ Bijvoorbeeld met solliciteren.” Lobke kijkt Willy aan. “Jullie zijn eigenlijk mijn encyclopedie die ik af en toe nodig heb. Jullie kennen me al veertien jaar en mama nu een jaar, dus jullie weten veel beter hoe ik zal reageren.” Aagje: “Jullie hebben me overal bij betrokken, maar ik heb toch veel gemist!” Lobke reageert: “Je hebt niet veel gemist van mijn leven, je hebt gemist hoe ik door de dagelijkse dingen zo geworden ben.”

Huishouden
“Ik weet hoe groot het verschil is tussen mijn huishouden en dat van mijn zus”, zegt Willy. Dus ik vond dat Lobke echt heel zelfstandig moest zijn voordat ze zou verhuizen. We hebben daar het laatste anderhalf jaar hard aan gewerkt. Toen Lobke net verhuisd was, kwam ze bij ons en zei: ‘Willy, mijn bed is al drie weken niet verschoond.’ Ik zei: ‘Ja Lobke, wat denk je ervan het eens af te halen dan? En dan even met mama te overleggen wie er gaat wassen.’ In het begin dacht ik weleens: Nou Aagje, je zou wel wat meer rekening met Lobke kunnen houden. Ze is echter achttien jaar en als ze op kamers was gegaan, had ze het ook alleen moeten doen. Lobke zorgt graag, dus een andere valkuil was dat ze voor Aagje zou gaan zorgen.” Lobke: “Ik doe wel dingen, maar gewoon voor ons huishouden. Ik loop me geen zorgen te maken om mama.”

Twee vaders en twee moeders
“Peter en Willy, mama en papa, ze spelen allemaal een belangrijke rol in mijn leven. Willy en Peter hebben het meest voor me betekend veertien jaar lang. Papa is altijd een beetje ver weg geweest. Bij mama kwam ik graag. Ik ging met haar naar de hondenclub en ik kwam aanfietsen met mijn vriendinnen. Ik blijf altijd twee moeders en twee vaders hebben. De basis heb ik echt bij Peter en Willy gekregen, maar ik miste altijd mijn moeder.”
Aagje: “We gingen ook wel met z’n vieren dagjes uit. De dag dat we naar de Efteling gingen was een topdag!” Willy beaamt dat: “Ja, dat zijn dan dagen dat we echt zussen zijn. Dan maakt het niets uit wie welke rol heeft.” Aagje lacht: “We hebben ook weleens nodig dat we gewoon zussen zijn.”

Grootste droom
Lobke: “Ik voel me nu wel volwassen. Ik heb een echte baan in een nieuwe bloemistenzaak en in het nieuwe schooljaar ga ik BBL doen: vier dagen werken, een dag leren. Mijn droom voor de toekomst is dat ik meesterbinder ben en in een vrijstaand huisje woon met twee honden en ik denk dat er ook een paard staat. Ik werk dan nog in een bloemistenzaak, maar ik word ook gevraagd voor bruiloften om de bloemen, de fotografie en de locatie te regelen. Dat lijkt me geweldig!” Willy knikt: “Waar je je hele jeugd van gedroomd hebt, heb je al bereikt!” “Ja, mijn grootste droom is al uitgekomen!” Aagje zegt trots: “Ik ben superblij dat het zo gaat en dat we zo ver gekomen zijn!”

_________________________________________________________

Zorgen voor een kind dat je kent
Als een kind in zijn omgeving pleegouders vindt, noemen we dat netwerkpleegzorg. Het gaat dan bijvoorbeeld om een oom en tante, opa en oma, buren of de ouders van een vriendje. Het mooie van netwerkpleegzorg is, dat een kind niet in een volstrekt vreemde situatie terechtkomt. De breuk met thuis is minder groot en het kind blijft meestal in een bekende omgeving. Het kan daardoor vaak op dezelfde school blijven en dezelfde vriendjes houden. De pleegouders kennen het kind en de ouders en zijn bekend met de familiegeschiedenis. Een netwerkplaatsing is niet in alle gevallen beter. Dat moet per situatie bekeken worden.


Tags: ,