Een nieuwe kijk op pleegouderschap

De zoektocht naar nieuwe pleegouders en de roep om meer stabiliteit voor pleegkinderen zijn actuele en urgente thema’s. Dat maakt het nodig om nieuwe vormen van pleegouderschap te overwegen. Pleegkinderen worden zelden geadopteerd in Nederland, terwijl dat wel vaak voorkomt in bijvoorbeeld Engeland. In andere landen komt ook ‘eenvoudige of zwakke’ adoptie en ‘open adoptie’ voor. In Nederland kennen we wel pleegoudervoogdij. In een recent rapport van de Staatscommissie Herijking Ouderschap staan tal van aanbevelingen over ouderschap en ook enkele over pleegzorg en adoptie. Is het tijd voor pleegouderschap ‘twee-punt-nul’?

Eind vorig jaar kwam de Staatscommissie Herijking Ouderschap uit met een omvangrijk rapport, getiteld Kind en ouders in de 21ste eeuw. Een groot deel van de aanbevelingen gaat over de wenselijkheid van meerouderschap en meeroudergezag, bijvoorbeeld wanneer kinderen geboren worden met behulp van eicel- of spermadonatie en op die manier meer ouders hebben. Enkele aanbevelingen zijn echter relevant voor pleegouders.

Gezagsoverdracht aan pleegouders
Op dit moment kunnen een of twee personen samen het gezag hebben over een kind of het kind staat onder voogdij van een gecertificeerde instelling. Als een kind in een pleeggezin woont en het gezag van de ouders wordt beëindigd, kunnen de pleegouders de voogdij over het kind krijgen. Uit onderzoek van de Staatscommissie Herijking Ouderschap (zie hieronder ‘Pleegouders over gezag, voogdij en adoptie’) blijkt dat pleegouders niet altijd de voogdij op zich willen nemen, maar wel praktische problemen ervaren omdat ze het gezag niet hebben. De Staatscommissie adviseert daarom om het mogelijk te maken dat het gezag deels kan worden overgedragen aan pleegouders als het kind minstens een jaar in het pleeggezin woont en duidelijk is dat het kind daar zijn verdere jeugd zal doorbrengen. De pleegouders kunnen dan zelfstandig beslissingen nemen over hun pleegkind, terwijl de verantwoordelijkheid voor de omgangsregeling met de ouders niet bij hen ligt.

___________________________________________________

Pleegouders over gezag, voogdij en adoptie
Ongeveer de helft van de pleegouders ervaart (praktische) problemen bij de verzorging en opvoeding van hun pleegkind vanwege het ontbreken van gezag. Pleegouders kunnen bijvoorbeeld niet snel handelen, omdat eerst toestemming nodig is van de ouders of de voogd. Daarnaast verschillen pleegouders vaak van mening met ouders of voogd over wat het beste is voor het pleegkind.

De belangrijkste reden om pleegoudervoogd te worden, is dat je belangrijke beslissingen dan zelf kunt nemen. Daarnaast is het voor het pleegkind extra duidelijk dat het erbij hoort. Pleegouders die twijfelen over pleegoudervoogdij geven als belangrijkste reden aan dat zij het prettig vinden als de jeugdbeschermer het contact tussen de ouder en het kind begeleidt.

De belangrijkste reden om een pleegkind te willen adopteren, is dat het voor het kind extra duidelijk is dat het erbij hoort. Pleegouders die twijfelen over adoptie vinden het ingrijpend voor hun pleegkind als de juridische band met de ouders wordt verbroken.
Bron: Pleegouders over gezag en adoptie. Regioplan (2015).

_____________________________________________________

Eenvoudige adoptie
In Nederland kennen we de zogenaamde ‘volle of sterke’ adoptie. Dat betekent dat de juridische band met de oorspronkelijke familie wordt verbroken en vervangen door de juridische band met de adoptiefamilie. De Staatscommissie adviseert om in Nederland ook een vorm van ‘eenvoudige of zwakke’ adoptie in te voeren (zoals bijvoorbeeld in Frankrijk ‘adoption simple’). In dat geval behoudt een kind de juridische band met de oorspronkelijke familie en krijgt het daarnaast een juridische band met de adoptiefamilie. De Staatscommissie vindt dit ook relevant voor pleeggezinnen: ‘Daarnaast kan de eenvoudige adoptie een mogelijkheid bieden voor pleegouders om, met behoud van de afstammingsband met de oorspronkelijke ouders, de positie van het kind in het pleeggezin vorm te geven’ (Samenvatting Kind en ouders in de 21ste eeuw, p. 11).

Grootouderadoptie
In Nederland is het op dit moment niet mogelijk om je kleinkind te adopteren, ook niet als je als pleeggrootouder de dagelijkse zorg en opvoeding op je hebt genomen. De Staatscommissie adviseert nu om het verbod voor grootouders om hun kleinkind te adopteren te schrappen. Als grootouders de ouderrol hebben gekregen, moeten ze deze band ook officieel kunnen maken, zo schrijft de Staatscommissie. Het is aan de rechter of de adoptie in het belang van het kind is en of er een volle of eenvoudige adoptie moet worden geregeld.

______________________________________________________

Wie zijn mijn ouders?
“Mijn pleegouders zijn mijn ouders. Nee, mijn moeder zie ik niet als mijn moeder. Ik weet eigenlijk nog niet hoe ik haar zie. Dat vind ik heel lastig, al heel lang. Om dat een plek te geven. Ik weet niet echt wat ik daarvan vind. Ze is in ieder geval niet meer mijn moeder dan mijn pleegouders.” (Pleegkind 16 jaar)
Citaat uit het rapport: Wie zijn jouw ouders? Perspectieven van kinderen en jongeren op ouderschap (Stichting Alexander, 2015).

_______________________________________________________

Stem van de kinderen
Onderzoekers van de Stichting Alexander ondervroegen 76 kinderen en jongeren in de leeftijd van 8 tot 27 jaar over hun kijk op ouderschap (zie kader ‘Hoe zien kinderen en jongeren ouderschap?’). In de onderzoeksgroep zaten zowel kinderen en jongeren die bij beide biologische ouders opgroeien als kinderen en jongeren in bijzondere gezinnen, zoals pleeg- en adoptiegezinnen. Adoptiekinderen beschouwen hun adoptieouders als hun ouders. Pleegkinderen kunnen hun pleegouders, hun biologische ouders of beiden als hun ouders zien, zo concluderen de onderzoekers.

________________________________________________________

Hoe zien kinderen en jongeren ouderschap?
Pleegkinderen en adoptiekinderen vinden hun eigen situatie – met ouders uit wie ze geboren zijn en ouders die hen dagelijks opvoeden – niet echt bijzonder. Aan vragen en reacties uit hun omgeving merken ze dat anderen hun situatie wél als anders zien. Vaak gaan ze dat op de basisschoolleeftijd beseffen.

Kinderen verwijzen met ‘ouder’, ‘papa’ en ‘mama’ naar opvoeders met wie ze vanaf jonge leeftijd een ouder-kindrelatie ervaren en ook naar opvoeders die later in hun leven een ouderlijke rol krijgen en met wie ze een positieve ouder-kindrelatie ervaren.

Kinderen die vanaf jonge leeftijd bewust een ouder-kindrelatie ervaren met hun pleeg- of adoptieouders, blijven deze opvoeders zien als ouders, ook wanneer op latere leeftijd een (on)vrijwillige breuk met deze opvoeders plaatsvindt.
Bron: Wie zijn jouw ouders? Perspectieven van kinderen en jongeren op ouderschap. Stichting Alexander (2015).

____________________________________________________________

Adoptie vanuit pleegzorg in andere landen
De Staatscommissie adviseert een vorm van eenvoudige adoptie voor pleegkinderen. Vanuit wetenschappelijk onderzoek is er veel voor te zeggen om meer kinderen vanuit pleegzorg te adopteren dan nu het geval is in Nederland (dat is naar schatting enkele tientallen per jaar). Het percentage breakdowns ligt bij adoptie (3 tot 6 procent) beduidend lager dan bij pleegzorg (20 tot 50 procent). Een breakdown is een niet-geplande, voortijdige beëindiging van een plaatsing. Adoptie biedt in vergelijking met pleegzorg dus een stabielere gezinssituatie. Stabiele relaties zijn van groot belang voor de gehechtheid en optimale ontwikkeling van kinderen. In Engeland, Amerika en Canada worden om die reden al veel langer grote aantallen kinderen vanuit pleegzorg geadopteerd. Ook Australië is hier onlangs mee gestart. Het gaat dan altijd om pleegkinderen die anders hun hele jeugd in langdurige pleegzorg zouden opgroeien. De contacten met de ouders van de pleegkinderen blijven, indien mogelijk, bestaan.

Geen financiële obstakels
Dat het adopteren van pleegkinderen in Nederland zeldzaam is, kan ook te maken hebben met de financiële gevolgen van adoptie. Als je je pleegkind adopteert, houdt de pleegvergoeding op en er komt geen ‘adoptievergoeding’ voor in de plaats (wel kinderbijslag). Uiteraard zal dit voor veel pleegouders een rol spelen, zeker als zij bijvoorbeeld minder zijn gaan werken om goed voor de pleegkinderen te kunnen zorgen.

Ik mailde hierover met professor Victor Groza, deskundige op het gebied van adoptie en pleegzorg aan de Case Western Reserve University in Cleveland (USA). Groza antwoordde dat in de jaren tachtig de Amerikaanse wet- en regelgeving werd aangepast om dit soort financiële obstakels weg te halen. Pleegouders die hun pleegkind adopteren, krijgen een ‘adoptiesubsidie’ die in de meeste staten vergelijkbaar is met de pleegvergoeding. In sommige staten valt die subsidie zelfs hoger uit dan de pleegvergoeding, afhankelijk van wat het kind nodig heeft. “Deze wetswijziging heeft een enorme positieve invloed gehad op het aantal kinderen dat in een permanent gezin kan opgroeien”, schreef Groza in zijn e-mail.

Een vergelijkbaar antwoord kreeg ik van professor Julie Selwyn (hoofd van het Hadley Centre for Adoption and Foster Care Studies in Bristol) die de situatie in Engeland beschreef. “Afhankelijk van hun inkomen kan er in Engeland een ‘adoptievergoeding’ worden gegeven aan pleegouders die hun pleegkind adopteren”, aldus Selwyn.

Open adoptie
In Amerika, Engeland en Canada komen ‘open adopties’ vaak voor. Dat zijn adopties waarbij er contact is en blijft tussen de oorspronkelijke familie en de adoptiefamilie. In sommige gevallen is dat contact indirect als de communicatie via een organisatie verloopt, in andere gevallen is er direct contact in de vorm van ontmoetingen en via social media. Het contact wordt goed begeleid vanuit de adoptieorganisatie, zeker in de beginfase. In zekere zin lijken dit soort adopties op de Nederlandse pleegzorg, waarbij er ook contactregelingen zijn met de ouders van het pleegkind.

Meer stabiliteit voor pleegkinderen
De Staatscommissie heeft intensief nagedacht over herijking van het ouderschap. Misschien is dit een goed moment om het pleegouderschap ook tegen het licht te houden? De Staatscommissie geeft hiervoor alvast een eerste voorzet, al verdient de financiële kant van nieuwe vormen van pleegouderschap meer invulling. Naast pleegoudervoogdij bieden gezagsoverdracht en eenvoudige adoptie – en wat mij betreft ook open adoptie – wellicht nieuwe mogelijkheden om een deel van de pleegkinderen meer stabiliteit te bieden. Ook wordt het pleegouderschap dan wellicht interessant voor een grotere groep mensen en kunnen er meer nieuwe pleegouders worden gevonden.

Meer lezen:

Staatscommissie Herijking Ouderschap (december 2016). Kind en ouders in de 21ste eeuw. Den Haag. Samenvatting

Regioplan (2015). Pleegouders over gezag en adoptie.

Stichting Alexander (2015). Wie zijn jouw ouders? Perspectieven van kinderen en jongeren op ouderschap.

Juffer, F. (2017). Adoptie biedt herstelkansen en stabiliteit. Jeugdbeleid, 11(1), 17-22.

Tarren-Sweeney, M. (2016). The developmental case for adopting children from care. Clinical Child Psychology and Psychiatry, 21(4), 497-505.


Tags: ,