Een heleboel huizen

Winnen is voor Levi (6) een levensmotto. Verliezen betekent voor hem een grote klap: hij gaat huilen en loopt weg, waarna hij vertelt hoe stom het spel of de persoon toch eigenlijk is. Soms moet er dan ook iets kapot worden gemaakt. Verliezen ervaart hij als een aanslag op zijn bestaan. Dat betekent in het dagelijkse leven dat alles wat hij samen met een ander kind doet, in ons geval Nigel (3), een soort strijd is. “Ik ben het eerst binnen, buiten, boven, beneden, op de wc, bij de wastafel, in bad… Ik pak het bakje, de beker, het bord, de lepel, het speelgoed, het fruit, het snoepje et cetera als eerste en dus is het van mij.” Een spelletje spelen gaat goed, zolang hij wint. Eén kleine tegenslag kan hij nog hebben, maar bij een opeenstapeling van tegenslagen of als hij twee keer verliest, dan heb je de poppen aan het dansen. Zijn herstel duurt soms wel een half uur en het betreffende spel wordt zeker een maand niet meer gespeeld.

Laatst ving ik een gesprekje op tussen Levi en Nigel.
Levi: “Hoeveel huizen heb jij?”
Nigel: “Ik woon hier bij Helma.”
Levi vol verbazing: “Maar één? Ik heb er veel meer.” Hij telt op zijn vingers: “Bij mama, bij Roland (vriend van mama), bij opa en oma, bij papa, bij Tanja (vriendin van papa) en hier bij Helma.”
Hij heeft gelijk, bij al deze adressen heeft hij een bedje staan waar hij een of twee nachten achtereen slaapt.

Triomfantelijk loopt Levi uit dit gesprek weg: Hier kan niemand tegenop. Zijn moment van de dag is goed. Ik vraag me af wie bij deze wedstrijd de winnaar is.


Tags: ,