‘Schrijven was mijn redding’

Op zijn kantoor aan de Amsterdamse grachtengordel, ontmoet Mobiel journalist en schrijver Rudie Kagie. “Je bent vroeg!”, klinkt een stem bovenaan de steile, hoge trap. Kagie eet – met stokjes – nog even zijn sushi op. Dan is er koffie. ‘Koffie, espresso, cappuccino?’ Het Nespresso-apparaat doet zijn werk. De setting staat in schril contrast met de situatie van de jonge Rudie die met niet veel meer dan drie onderbroeken, twee paar sokken, een trui en een pyjama op zijn tiende voor langere tijd in kindertehuis Nieuw Voor­dorp belandde.

Inmiddels is Kagie met pensioen en werkt hij niet meer voor maandblad Vrij Nederland, waar hij het grootste deel van zijn werkzame leven in dienst was. “Maar ik heb het nu drukker dan ooit.” Hij haalt een stapel kranten tevoorschijn. Tegen­woordig is Kagie hoofdredacteur van Argus, een opiniekrant ‘met auteurs die je leest, wáár ze ook over schrijven’.

Dat Kagie na zijn pensioen nog steeds niet gestopt is met schrijven, is niet verbazingwekkend als je weet dat hij al op zijn achtste wist dat hij journalist wilde worden. De ontmoeting met de man die later zijn pleegvader zou worden, heeft daarin een grote rol gespeeld.

Onconventionele relatie
Over de onconventionele relatie tussen Rudie en zijn pleegvader Hilbert Kraaijvanger gaat het grootste deel van Kagies nieuwste boek, ‘Hopman’. De pleegvader die behalve hoofd­redacteur ook jeugdleider was bij de padvinderij, een zogeheten hopman.

Rudie ontmoet zijn pleegvader in spe als hij in de zomer­vakantie net als andere kinderen uit het tehuis gaat logeren bij een boerenfamilie in het noorden van het land. Het echtpaar is druk met hun bedrijf. In plaats van met hen mee de wei in te gaan, stapt Rudie op de fiets. Op zoek naar verhalen, zoals het een echte journalist betaamt. Hij is tenslotte hoofdredacteur van de Nieuw Voordorpbode, waarin hij schrijft voor zijn medebewoners. De jonge verslaggever komt binnen bij het politiebureau, de brandweer en de lokale vestiging van het Philips-concern voor een verhaal over de toekomst van de gloeilamp.

Ook fietst hij langs de redactie van De Nieuwskoerier, het plaatselijke nieuwsblad waar Hilbert Kraaijvanger hoofd­redacteur is. Rudie stelt zich voor als collega van de Nieuw Voordorpbode. “De man tegenover me zou in schaterlachen kunnen uitbarsten, maar zijn gezicht blijft in de plooi”, schrijft Kagie in zijn boek. Die zin is kenmerkend voor het thema dat daar zo’n belangrijke rol in speelt. “Wie neemt mij serieus? Wie kiest er voor je? De eerste die dat ooit deed was de hopman. Hij wilde echt iets voor mij betekenen”, vertelt Kagie.

Hibbie
Hoofdredacteur Kraaijvanger werpt zich op als mentor van de jonge journalist. Rudie stuurt vanuit Voorschoten zijn stukjes ter beoordeling naar het noorden van het land. Hij krijgt per kerende post een uiterst serieus antwoord. Het schrijven krijgt al snel een amicaal karakter en Kraaijvanger, die Rudie gaandeweg liefkozend Hibbie mag noemen, belooft dat hij bij hem mag komen wonen.

Extreme situatie
Hoewel het steeds hechter wordend contact langs grenzen schuurt, lijkt in eerste instantie een droom uit te komen. Als Rudie daadwerkelijk bij Hibbie en zijn kersverse echtgenote terechtkomt, zakken alle verwachtingen als een kaartenhuis in elkaar. “Een extreme situatie”, noemt Kagie zelf zijn ervaring met pleegzorg. Hij wordt overgeplaatst naar een tweede pleeggezin.

Loyaliteit
Daar komt voor de zoveelste keer loyaliteit om de hoek kijken, een ander terugkerend thema in het boek. Ook al heeft zijn moeder haar gezin verlaten en is vader in beslag genomen door een oorlogstrauma, er blijft loyaliteit naar zijn ouders. “Ik kan me voorstellen dat mede daardoor de groepsleiding van het tehuis geen band kon opbouwen met de kinderen.” Terwijl in de pleeggezinnen Rudie juist zijn pleegouders weer wilde behagen. Dan zei hij: “Geweldig hoe jullie omgaan met kinderen. Veel beter dan bij ons thuis.” Ook had hij het erg moeilijk toen hij in figuurlijke zin heen en weer werd geslingerd tussen twee pleeggezinnen. Hij durfde of kon zich niet duidelijk uitspreken over de vraag bij wie hij wilde wonen.

Redding
Nog steeds heeft hij zich geen eenduidig beeld over zijn pleegvader Kraaijvanger kunnen vormen. “Aan de ene kant heeft hij mij bij zoveel geholpen. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Tegelijkertijd heeft hij mij ook keihard laten vallen. Dat zorgt voor een spagaat.” Het zorgde ook voor veel eenzaamheid en het terugvallen op een overlevings­mechanisme. “Het heeft mij heel erg geholpen dat ik wist wat ik wilde worden. Ik kon me richten op het halen van een diploma. Uiteindelijk kom je dan waar je wilt. Het is mijn redding geweest”, vertelt Kagie.

De oud-voogdijpupil is nooit in therapie geweest. “Schrijven heeft mij geholpen. Ook om zelfinzicht te krijgen. Als ik iets opschreef, dacht ik vaak: Dat is veel te cru, zo was het vast niet. Dan legde ik het even weg, las het later nog eens en realiseerde me: Nee, zo was het echt.”

Geklungel met de beste bedoelingen
Onder ogen zien dat het echt behoorlijk ellendig was in zijn jonge leven, heeft niet geleid tot verbittering. “Ik doorzie nu het geklungel van de volwassenen toen, dat overigens vaak met de beste bedoelingen was. Ik ben nu ouder dan de meeste mensen in mijn boek in die tijd waren. Ik kan erboven staan. Dat komt door inzicht en tijd.”

Het was overigens niet gemakkelijk om aan alle stukken te komen, waarmee de schrijver zijn verleden kon reconstrueren. “Het werd me zo moeilijk gemaakt. Jaren geleden had Kinderzorg tegen mij gezegd dat mijn dossiers vernietigd waren. Dat bleek niet het geval. Het stoort mij dat ze niet helpen. Bij de inzage die ik kreeg in de uitspraak van de kinderrechter, waren heel veel stukken zwart gemaakt. Terwijl het lezen juist zou kunnen helpen om dingen te begrijpen.” Kagie heeft een boodschap voor de huidige zorginstanties: “Als een zorgtraject stopt, zou er een duidelijk afsluitend gesprek moeten zijn waarin jongeren kunnen vragen wat ze nog willen weten en het moet duidelijk zijn dat ze hun dossier in kunnen zien.”

======
KADER
======

PASPOORT
Naam: Rudie Kagie
Geboortejaar: 1950
Woonplaats: Amsterdam
Beroep: journalist, grootste deel van zijn carrière bij Vrij Nederland
Auteur van: Schuifkaas (2011) over zijn verleden in een kinder-tehuis, Hopman (2016) over zijn verblijf in pleeggezinnen en vele andere boeken met een maatschappelijk thema.


Tags: ,