Pleeggrootouders, wanneer gaat het goed?

Pleeggrootouders nemen de dagelijkse zorg voor hun kleinkind op zich. Wat speelt allemaal een rol bij het succes van een stabiele plaatsing bij pleeggroot­ouders? Een nieuw onderzoek laat zien dat het goed gaat als pleeggrootouders kiezen voor het belang van hun kleinkind en als ze leuke kanten zien in hun soms lastige kleinkind.

In 2014 onderzocht Henk van Oosteren wie al die pleeggrootouders zijn die hun kleinkind een thuis bieden en hij kwam tot belangrijke conclusies. Zestien procent van alle pleegouders – één op de zes – zijn grootouders en jaarlijks gaat het om zo’n 3200 kleinkinderen die bij hun grootouders wonen.

Pleeggrootouders zijn zeer gemotiveerd om voor hun pleegkleinkind te zorgen. Er zijn minder breakdowns en de pleegkinderen blijven er langer dan in reguliere pleeggezinnen. Naast deze positieve uitkomsten bleef de vraag onbeantwoord waarom het soms goed gaat als het kleinkind bij opa en oma woont, terwijl het in andere gevallen niet lukt of moeilijk gaat. Onlangs bracht Henk van Oosteren een onderzoeksrapport over dit onderwerp naar buiten. Mobiel legde hem enkele vragen voor.

Hoe ben je geïnteresseerd geraakt in pleeggrootouders?
“Jaren geleden ben ik benaderd door een oud-collega die voor haar kleinkindje zorgde, terwijl haar alleenstaande dochter met ernstige psychiatrische problemen opgenomen was. Na twee jaar kwam haar dochter het kind ophalen. ‘Wat moet ik doen?’ vroeg mijn oud-collega. ‘Mijn dochter is nog steeds verward.’ Ik had geen behoorlijk antwoord.”

Een vraag die iedereen aan pleeggrootouders stelt: ‘Waarom zijn jullie er eigenlijk aan begonnen om voor je kleinkind te zorgen?’ Wat hoorde je daarover in je onderzoek?
“Bijna alle grootouders zeggen op deze vraag als eerste: ‘Je hebt geen keuze.’ Wanneer je doorvraagt, krijg je te horen dat er in de meeste gevallen geen andere grootouders beschik­baar zijn. Of de andere grootouders willen niets te maken hebben met ‘deze ellende’. Slechts in enkele gevallen is er een tweede stel beschikbaar. Daarnaast is het voor de meeste grootouders overduidelijk dat het kleinkind thuis weg moet. Het is voor hen niet te verteren dat hun kleinkind naar een internaat moet of ‘bij vreemde mensen’ opgroeit. Daar komt meestal nog bij dat dit kleinkind om allerlei redenen al vaak bij de grootouders logeert.”

Waarom lukt het sommige pleeggrootouders om hun kleinkind een stabiele opvang te bieden, terwijl het andere niet lukt? Naar die belangrijke vraag heb je nu onderzoek gedaan. Speelt lastig gedrag van het kleinkind daarbij een rol?
“Lastig gedrag van het pleegkind is de belangrijkste oorzaak van het mislopen van een plaatsing in pleegzorg. Dit geldt ook voor pleeggrootouders. Toch gaat het bij pleeggrootouders vaak goed met een lastig kleinkind, omdat veel opa’s en oma’s leuke, schattige en geinige dingen zien in het kind die anderen waarschijnlijk niet opmerken. Dat moet haast wel een wisselwerking geven met het kleinkind, dat op school en op andere plaatsen de naam heeft een lastpak te zijn en thuis bij opa en oma een lief kind gevonden wordt. Ik hoorde dit ook van enkele kleinkinderen die zich, soms pas na jaren, realiseerden dat hun grootouders onvoorwaardelijk van hen bleven houden. Een meisje werd in een gesloten jeugdinrichting geplaatst en kreeg elke dag bezoek van haar grootouders. Zij zag daar ineens dat ze voor deze mensen belangrijk was, zette de knop om en ging uiteindelijk weer in harmonie bij haar grootouders wonen.”

Pleeggrootouders zorgen voor het kind van hun kind. Hoe speelt dat een rol bij het wel of niet lukken van de plaatsing?
“We weten dat de relatie tussen pleegouders en de ouders van hun pleegkind ingewikkeld en belangrijk is. Bij pleeggrootouders is dit nog ingewikkelder. Het komt immers vaak voor dat zij moeten kiezen tussen het belang van hun kind en het belang van hun kleinkind. Bijvoorbeeld wanneer ze onder druk worden gezet om in te stemmen met een logeerpartij bij hun dochter die dagelijks drugs gebruikt, daar vaak psychotisch van wordt, maar toch zegt: ‘Ik heb een nieuwe vriend, het gaat nu veel beter met mij en ik zou zo vreselijk graag een weekendje weggaan met Janneke.’ Grootouders doen het beter als ze erin slagen consequent te kiezen voor het belang van hun kleinkind, eventueel ten koste van een breuk in de relatie met hun zoon of dochter.”

De belangenvereniging voor pleeggrootouders heeft een manifest uitgebracht om kleinkinderen vaker bij opa en oma te plaatsen. Kun je dit onderschrijven vanuit je onderzoek?
“Ik onderschrijf het, want de verblijfsduur bij pleeggrootouders is langer en het aantal breakdowns is kleiner dan in een gemiddeld pleeggezin, terwijl het gedrag van de kinderen bepaald niet eenvoudiger is. Het gaat dus beter en bovendien is het voor de kinderen belangrijk dat ze binnen de familie blijven, dat ze erbij horen.”

Wat heeft je het meest geraakt in je onderzoek?
“Deze mensen houden van hun pleegkleinkind, hebben er alles voor over én ze genieten ervan.”                              <

Onderzoeksrapport:
Henk van Oosteren (2017). Succesfactoren voor een stabiele plaatsing bij pleeggrootouders. Gezinspiratieplein en de Rudolphstichting. Downloaden: http://www.gezinspiratieplein.nl/lezen-weten/lijst-met-alle-publicaties/104-succesfactoren-pleeggrootouders

======
KADER
======

Henk van Oosteren
Henk van Oosteren, psycholoog, heeft ruime ervaring en expertise op het gebied van pleegzorg. Hij was leidinggevende bij  Entrea, organisatie voor jeugdzorg, onderwijs en onderzoek. Ook was hij voorzitter van de stichting Therapeutische Gezinsverpleging, een voorziening van pleegzorg voor kinderen met een psychiatrische achtergrond. Op verzoek van het Gezinspiratieplein en de Rudolphstichting deed hij onderzoek naar pleeggrootouders.

======
KADER
======

Manifest pleeggrootouders
De Stichting Belangenbehartiging Pleeggrootouders Nederland (SBPN) heeft een manifest uitgebracht: ‘Uit huis geplaatst? Dan liever naar oma en opa!’ De SBPN wil dat in 2020 niet één op de zes, maar één op de drie kinderen die naar een pleeggezin moeten, naar opa en oma gaan.  Als voordelen worden genoemd dat kinderen zelf liever bij opa en oma wonen en dat grootouders hun kleinkind al kennen en ruimte en tijd hebben voor hun kwetsbare kleinkind. Bij elke uithuisplaatsing zou eerst het wonen bij de grootouders moeten worden verkend. www.pleeggrootouders.nl

 


Tags: ,