Ouder op afstand is risico op breakdown

Auteur: Gé Haans   

In het recent verschenen boek ‘Ouderschap zonder opvoederschap’ pleit ik voor een paradigmaverschuiving binnen pleegzorg. Leg het accent op ondersteunend opvoederschap in plaats van vervangend ouderschap. Verban ouders niet naar de marge van hun ouderschap, maar betrek hen actief bij de opvoeding. Een pleegzorg die er is voor het kind én zijn ouders, waarbij het kind opgroeit in twee families.

“Als wij als maatschappij kinderen een warm hart toedragen, is het belangrijk ook hun ouders te koesteren”, schreef John Bowlby, grondlegger van de gehechtheidstheorie, al in 1951 in zijn standaardwerk ‘Maternal care and mental health’.

Voor ons project ‘roldifferentiatie’ zochten wij in een eerdere studie naar factoren die ouders helpen om de perspectiefbiedende pleeggezinplaatsing van hun kind te verdragen. De kwaliteit van samenwerking tussen ouders en pleegouders is hierin essentieel. De kans op  constructieve samenwerking is het grootst wanneer pleegouders ouders de rol geven die hun toekomt. Ouders op afstand die zowel opvoederschap als gezag verliezen, ervaren dat doorgaans als verlies van hun ouderschap. Zij zijn meestal niet geneigd tot samenwerking met de pleegouders van hun kind. Ze stellen zich eerder op als rivalen, waarmee ze bij de jeugdbescherming repressieve maatregelen uitlokken als beperking van de bezoekregeling, langdurig begeleid bezoek of gezagsbeëindiging.

Conflicten
Een conflictueuze samenwerking tussen ouders en pleegouders is een belangrijke oorzaak van een vroegtijdig beëindigde pleeggezinplaatsing (breakdown). Persoonlijk zie ik dit als de belangrijkste oorzaak. In onderzoeken naar breakdowns wordt nagenoeg altijd gelinkt aan moeilijk gedrag van het pleegkind, maar er is nog geen onderzoek gedaan naar de dieperliggende oorzaken van dat gedrag. Ongetwijfeld kom je dan ook uit bij de voorgeschiedenis van het kind, een problematische of onveilige opvoedingssituatie of specifieke eigenschappen van het kind, maar dat alleen verklaart nog niet de aanleiding van de breakdown.

Je zou moeten meewegen wat het effect is van een niet goed verlopende samenwerking tussen ouders en pleegouders op het gedrag van het pleegkind. De conflicten lijken op vechtscheidingen, waarbij het kind bekneld raakt in de strijd tussen volwassenen. Nog steeds schommelen de breakdowncijfers rond de 25 tot 30 procent(1), met fnuikende gevolgen voor kind, pleegouders en ouders.

Alle onderzoeken sinds 2000 op dit gebied(2) laten zien dat de meeste ouders het nog altijd oneens zijn met de uithuisplaatsing van het kind en het later genomen opvoedingsbesluit. Ze voelen zich onrechtvaardig behandeld en in de steek gelaten door jeugdzorg. Desondanks zijn fors wat ouders toch positief over de samenwerking met pleegouders.

Ouderschap zonder opvoederschap
In ‘Ouderschap zonder opvoederschap’ staan zeventien verhalen van ouders waarvan een kind langdurig, perspectiefbiedend in een pleeggezin woont. In de meeste gevallen is het een plaatsing in het kader van een justitiële maatregel: OTS of voogdij. Nagenoeg alle ouders in de laatste categorie waren nog altijd boos over de interventie, maar de meerderheid was positief over de samenwerking met pleegouders. Belangrijk in die samenwerking is: betrokkenheid bij de keuze van het pleeggezin, een klik ervaren, respect en erkenning voor de unieke ouderrol, betrokkenheid bij opvoedingszaken, niet veroordeeld worden, empathie voelen, gelijkwaardigheid en een lage drempel in contact. Deze factoren werden eerder gesignaleerd in het boek ‘Ouderbegeleiding bij roldifferentiatie’(3).

Essentieel voor een positieve samenwerking is dat ouders niet het gevoel krijgen dat ze worden ontouderd, maar dat ze een belangrijke rol mogen blijven spelen in de opvoeding. Een ouder zei daarover: “Pleegouders vinden het belangrijk dat wij een plaats in het leven van de kinderen houden. Pleegmoeder geeft me het gevoel dat ik helemaal niet slecht ben en ik zeg tegen haar dat ik het als moeder niet beter gedaan zou hebben.”

Ondersteunende pleegzorg
Pleegzorg is nog teveel gericht op vervangend ouderschap. Een concept dat ouders op afstand plaatst en buitensluit en is gebaseerd op een achterhaalde visie op gehechtheid. Kinderen kunnen zich hechten aan meerdere personen tegelijk. Bovendien hebben de meeste kinderen al een (onveilige) gehechtheidsrelatie ontwikkeld met hun ouders voordat ze in een pleeggezin komen. Daarom pleit ik voor gezamenlijk opvoederschap. Langdurige pleegzorg als ondersteunende zorg voor kind én ouders. Het kind groeit op in twee families die gezamenlijk een breed fundament vormen waarop het kind zich verder kan ontwikkelen.

Ingrijpende consequenties
De werving, matching en begeleiding moeten anders ingericht worden. Ouders, pleegouders en hun netwerken maken dan gezamenlijk een opvoedingsplan. De pleegzorgwerker wordt nog meer een systeemwerker die samenwerkingsprocessen neerzet en begeleidt. Methodiekontwikkeling op het gebied van samenwerking is nodig. Verder moet men terughoudend zijn met gezagsbeëindiging na twee jaar uithuisplaatsing. Het verdient voorkeur om langdurige pleeggezinplaatsingen ook na een OTS in het vrijwillige kader te laten voortduren. Pleegouders moeten bevoegdheden krijgen om ‘dagelijkse’ beslissingen te nemen, zonder dat ouders hun zeggenschap wordt afgenomen.

Reageren? ge.haans@gmail.com

(1) Damen, H., Goessens, J., Nijssen, M. & Pijnenburg, H. (2014) Voorkomen van breakdown in de Gelderse pleegzorg. Nijmegen: Entrea/Lindenhout/Pactum/Praktikon.

(2) Klooster, E. & Van Burik, A. (2000) Ouders van pleegkinderen gehoord. Onderzoek naar het perspectief van ouders op pleegzorg. Amsterdam, van Dijk, van Soomeren en partners.

Haans, G. (2002) Ik heb er vrede mee, verslag van 40 ouderinterviews in het kader van het onderzoeksproject Roldifferentiatie in langdurige pleeggezinplaatsingen. Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant/Katholieke Universiteit Nijmegen.

Singer, E., Zeijlmans,K., Uzozie, A. & Buijsman,C. (2014) Alleen met een groot verdriet. Ouders over onmacht, onbegrip en onvervuld verlangen na plaatsing van hun kind in een pleeggezin uvA/Stichting Alexander.

Aartsen, Y. (2016) Samenwerking tussen ouders en pleegouders: dat gaat wel heel ver. Arnhem: Stichting Lindenhout.

(3) Haans,G., Robbroeckx, L., Hoogeduin, J. & Van Beem-Kloppers, A. (2004/2010) Ouderbegeleiding bij roldifferentiatie, ouders helpen bij het invullen van de ouderrol na plaatsing van hun kind in een pleeggezin. Amsterdam SWP.

 


Tags: ,