Matching is maatwerk

In maart verscheen het het handboek ‘Methodisch Matchen’. Hiermee kregen matchers en hun organisaties een hulp­middel in handen voor het complexe matchingsproces dat jeugdigen naar een passend pleeggezin of gezinshuis moet leiden. Niet eerder is in Nederland een methodiek voor alle matchers gemaakt, gebaseerd op wetenschappelijke in­zichten en praktijkkennis. Het handboek is vrij beschikbaar op internet. Hiermee kunnen pleegouders en gezinshuis­ouders ook zien wat belangrijk is bij matching.

Uit de wetenschap en praktijk blijkt dat breakdowns – het afbreken van plaatsingen vanuit een negatieve reden – ongunstig zijn voor de ontwikkeling van (pleeg)kinderen. Daarom is het belangrijk om een gezin te vinden dat zo goed mogelijk bij de jeugdige past en waarin deze zich duurzaam kan ontwikkelen. Aangezien verschillende pleeg­zorg­onderzoeken nog steeds percentages van breakdowns vinden tussen 20 en 50 procent, is dat geen overbodige luxe.

Ook voor de pleeggezinnen en gezinshuizen is een breakdown een nare, vaak traumatische gebeurtenis, met veel frustratie, onmacht en verdriet. Dit moet zoveel mogelijk voor­komen worden. De hoop is dat goede matching hier een bijdrage aan kan leveren, vandaar deze nieuwe methodiek.

Ordenen en onderbouwen
Veel onderdelen van Methodisch Matchen worden al gebruikt. Zoals een matcher zei: “Het lijkt alsof het handboek steeds open deuren benoemt, want veel doen we al. Maar het handboek ordent en onderbouwt het proces. Wanneer haast of druk je in de richting van een bepaalde match duwt, vraagt Methodisch Matchen toch de belang­rijke factoren te toetsen. Met de methodiek kun je ook duidelijk maken waarom je deze afwegingen maakt.”

De methodiek laat de voornaamste overwegingen vastleggen. Hiermee krijgen pleegouders, gezinshuisouders en jeugdigen inzicht in wat heeft geleid tot deze voor hen zo belangrijke beslissing.

Ontstaan van het handboek
Het projectteam bestaat uit het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), Gezinspiratieplein en ADOC(1) en heeft ruim drie jaar aan het handboek gewerkt. Het ADOC onderzocht de wetenschappelijke literatuur op informatie over matching en stabiliteit. Jeugdzorgorganisaties en pleeg- en gezinshuisouders deelden hun kennis en ervaringen met het NJi en Gezinspiratieplein. Alle factoren werden nog eens voorgelegd aan een expertgroep vanuit wetenschap en praktijk, waarna het NJi met een ontwikkelgroep vanuit vijf pleegzorg- en gezinshuisaanbieders de methodiek maakte.

Belang van de jeugdigen
In de nieuwe methodiek staat het belang van de jeugdigen centraal. Het doel van matching is de jeugdigen te koppelen aan een pleeggezin of gezinshuis waar zij zich optimaal kunnen ontwikkelen, een positieve relatie met hun ouders kunnen onderhouden en kunnen opgroeien tot minimaal hun achttiende jaar. De nadruk ligt op de wensen en grenzen van de betrokkenen.

Veel waarde wordt gehecht aan de relatie tussen de jeugdige, de pleegouders of gezinshuisouders en de ouders. Als er geen klik is tussen hen, is het risico groter dat de match ver­broken wordt. Ook het meenemen van ouders in het proces vormt een belangrijke factor in het matchingsproces.
Het matchingsproces wordt stapsgewijs beschreven: van informatie verzamelen, kiezen van geschikte gezinnen, voor­leggen van de match aan de betrokkenen, kennismaken tot wennen. Het handboek biedt een leidraad, maar is geen keurslijf. De matchers moeten professioneel maatwerk leveren en daar is ruimte voor. Het handboek vereist hierbij transparantie in de ‘checks and balances’. Via de bijlagen kunnen de matchers checken of ze alle belangrijke punten hebben behandeld.

Uitproberen
In 2015 en 2016 zijn Ambiq, Intermezzo, Jarabee, Kenter/ OCK en Spirit de methodiek gaan gebruiken bij langdurige plaatsingen. Met vragenlijsten onderzochten het ADOC en Universiteit Leiden of de methodiek werkbaar en transparant was. Zowel matchers als pleegouders en gezinshuisouders gaven inzicht in het matchingsproces en hoe het ging met de jeugdige in het nieuwe gezin. Het bleek dat zowel matchers als pleegouders en gezinshuisouders tevreden waren, hoewel het werken met de methodiek soms meer tijd kostte dan voorheen.

De verwachting is dat de methodiek zal leiden tot meer stabiliteit in plaatsingen en hiermee tot betere ontwikkelingskansen voor kinderen, tot minder rouw in gezinnen en tot tijdsbesparing bij organisaties, omdat minder vaak een nieuw gezin gematcht hoeft te worden. Helaas kon dit niet wetenschappelijk getoetst worden, mede doordat de proefperiode kort na de Transitie Jeugdzorg viel en in deze periode slechts 56 langdurige matchingstrajecten gevolgd konden worden. Wel leverden de resultaten van het onderzoek en de reacties van matchers, pleegouders, gezinshuisouders en jeugdigen nieuwe inzichten op, waardoor Methodisch Matchen na de proefperiode op onderdelen is aangepast. Ook zijn aanbevelingen toegevoegd voor niet-optimale matches en andere knelpunten in de praktijk, zoals het gebrek aan beschikbare gezinnen.

Pleeggezinnen en gezinshuizen
Uit het implementatieonderzoek bleek dat de methodiek bruikbaar is bij zowel pleegzorgplaatsingen als bij plaatsingen in gezinshuizen, waarbij de problematiek van jeugdigen over het algemeen groter is. De afwegingen van de matchers liggen wat anders: er wordt meer gekeken naar het aansluiten van de professionaliteit van de gezinshuisouders bij de problematiek en er wordt meer gekeken naar de match met de andere kinderen in het gezin.

Rol van de ouders
Het bleek dat het gevoel van de ouders over de plaatsing voor de matchers de meest moeilijk in te schatten factor was, zeker op de langere termijn. Bij alle plaatsingen die de matchers als stabiel hadden ingeschat en die toch na negen maanden verbroken waren, hadden de ouders een rol gespeeld bij het verbreken van de plaatsing. Het lijkt waarde­vol om meer aandacht te besteden aan de begeleiding van de ouders. In het project kregen ook zij vragenlijsten, maar hierop kwamen zo weinig reacties dat deze niet gebruikt konden worden.

De projectgroep gaat binnenkort over eventuele vervolgstappen nadenken. Het zou mooi zijn wanneer we kunnen toetsen of deze methodiek inderdaad tot stabielere en betere plaatsingen leidt. In ieder geval is het de moeite waard om meer inzicht te krijgen in de belangen van de ouders. Misschien zou het ook goed zijn om een aangepaste handleiding te maken voor pleegouders en gezinshuisouders, waarin ook zij kunnen zien wat belangrijk is voor een goede plaatsing en waarmee ze actievere gesprekspartners kunnen zijn in het proces.

Het handboek, de literatuur­studie, de praktijkstudie, het onderzoeksverslag en de verantwoording van het project zijn te downloaden op:
www.gezin­spiratieplein.nl.

(1)       In 2017 heeft onderzoeker Gera ter Meulen van het ADOC het onderzoek overgenomen binnen KennisBureau ter Meulen.

Gera Ter Meulen


Tags: ,