Ruzie ligt op de loer

In pleegzorg hebben we te maken met veel verschillende betrokkenen: (pleeg)kinderen, ouders, pleegouders, gezinsvoogden, pleegzorgbegeleiders, gedragswetenschappers, gemeenteambtenaren et cetera. Allemaal hebben zij een mening over wat het beste is voor het pleegkind en allemaal zijn ze medeverantwoordelijk voor de pleegzorgsituatie. Binnen dit web van gedeelde verantwoordelijkheid en verschil in perspectief ligt ruzie op de loer. Het Landelijk Pleegzorg Panel vroeg in een enquête hoe pleegzorgbetrokkenen hiermee omgaan en hoe het beter kan.

Wat voor de één een klein meningsverschil is, beschouwt de ander als een hoogoplopend conflict. In de enquête werd het volgende onderscheid gemaakt: Bij een meningsverschil zijn er duidelijk verschillende meningen, maar blijven de omgangsvormen respectvol. Bij ruzie is er sprake van irritatie, waardoor de omgangsvormen niet langer respectvol zijn. Bij een conflict ontstaat een soort patstelling tussen mensen, die het contact voor langere tijd beheerst en mogelijk bevriest.

Praten of zwijgen?
Veel pleegzorgbetrokkenen zeggen tegen elkaar wat ze denken en voelen, maar niet altijd. “Soms houd ik wijselijk mijn mond”, zegt een pleegmoeder. Het maakt ook uit tegen wie je het hebt. “Tegen de pleegzorgwerker van mijn zoon kan ik alles zeggen en ook tegen de pleegouders, maar niet tegen de gezinsvoogd”, aldus een ouder. “Die neemt alles te zwaar op, waar mijn zoon dan weer de dupe van wordt.”

Tegen wie zeg je gemakkelijk en niet gemakkelijk wat je denkt en voelt? Bijna 80 procent van de pleegouders die de enquête invulden, vindt het lastig om open met biologische ouders te praten. Pleegouders geven hierbij aan dat ze graag conflicten willen vermijden. Dit lijkt te maken te hebben met zelfbescherming of bescherming van het pleegkind. “De ouder manipuleert, dus wordt het later weer tegen me gebruikt”, aldus een pleegouder.

Pleegouders zeggen gemakkelijker wat ze denken en voelen tegen pleegzorgbegeleiders dan tegen voogden. Tegen pleegkinderen zeggen ze minder gemakkelijk wat ze denken en voelen dan tegen pleegzorgbegeleiders. De helft van de pleegzorgbegeleiders geeft aan dat ze niet gemakkelijk tegen pleegkinderen zeggen wat ze denken en voelen. “Je wil het pleegkind niet belasten”, aldus een pleegzorgbegeleider.

Ruzies en conflicten
De helft van de pleegzorgbetrokkenen die de enquête hebben ingevuld heeft de afgelopen jaren weleens ruzie gehad met andere pleegzorgbetrokkenen, 41 procent heeft nooit ruzie gehad en 4 procent heeft vaak ruzie gehad.

Pleegouders hebben het meest ruzie met gezinsvoogden (21 van de 57) en in mindere mate met ouders, pleegzorgbegeleiders en pleegkinderen. De pleegouders die ruzie hebben met de pleegzorgbegeleider hebben ook ruzie met de gezinsvoogd. Het lijkt erop dat de ruzie dan gaat over een verschil van mening betreffende het pleegkind. Pleegzorgbegeleiders hebben vooral ruzie met ouders en gezinsvoogden en ook dat gaat meestal over hun visie op het belang van het kind. “Heel vaak komt het voor dat de jeugdbeschermer het belang van het kind vergeet. Deze maakt dan foute keuzes om de band met de ouder maar goed te houden. Dit gaat bijna altijd ten koste van het kind”, aldus een pleegouder.

Conflicten komen minder voor dan ruzies (40 procent ten opzichte van 50 procent). Ook hier hebben pleegouders het vaakst een conflict met gezinsvoogden en is het verschil in visie op het belang van het pleegkind de belangrijkste reden. Ook de vraag om extra ondersteuning en de bezoekregeling zorgen regelmatig voor conflicten. Wat opvalt is dat met name door professionals genomen besluiten, procedures en regels voor conflicten zorgen, terwijl gedrag van een of meer van de pleegzorgbetrokkenen meestal de aanleiding is voor ruzies.

Ruzies en conflicten bijleggen
Op de vraag of het lukt om ruzies en conflicten bij te leggen geeft slechts één persoon aan dat dit nooit lukt. Bij een kwart lukt het altijd en bij driekwart lukt het met wisselend succes. De redenen waarom het niet lukt zijn voornamelijk: niet serieus genomen worden, het kind wordt niet centraal gesteld en onoverkomelijke meningsverschillen. De gevolgen zijn vaak heftig: uithuisplaatsing van het kind, traumatisering van het pleegkind en geen vertrouwen meer hebben in de hulpverlening. Het is verbazingwekkend dat er slechts vijf maal werd gerapporteerd dat de voogd of de pleegzorgbegeleider is vervangen.

Door de pleegzorgbegeleiders wordt als reden van de conflicten genoemd: de gevoeligheid van de te nemen beslissingen, verschil van inzicht, de werkdruk en het vaak alleen werken.

Ingewikkeld werkveld
Pleegzorg is een ingewikkeld werkveld. Ruzies en conflicten zijn ‘normaal’ in pleegzorg. Ouders, pleegouders, pleegzorgbegeleiders en gezinsvoogden moeten de verantwoordelijkheid voor het pleegkind delen. Dit levert regelmatig verschil van inzicht op over wat het beste is voor het kind en welke lijn gevolgd gaat worden. Ook is er sprake van een georganiseerde machtsongelijkheid. Kinderen, ouders en pleegouders kunnen hun mening geven, maar er wordt niet altijd wat mee gedaan. Een ander beslist. In dat opzicht is het dus verheugend dat 70 procent van de respondenten aangeeft (bijna) altijd te zeggen wat ze denken of voelen. Vooral tegen pleegkinderen, gezinsvoogden en biologische ouders is dit moeilijker door de afhankelijkheidspositie die men ten opzichte van elkaar heeft.

Wat niet genoemd werd in het onderzoek is, dat de leeftijd van de kinderen ook een rol speelt. Je zegt tegen een vierjarige nu eenmaal andere dingen dan tegen een zestienjarige.

Bijna 80 procent van de pleegouders vindt het moeilijk om tegen ouders te zeggen wat ze denken en voelen. Daarover nadenkend is dat natuurlijk niet zo gek. Ouders konden de opvoeding (tijdelijk) niet aan en die pleegouders lijken er wel uit te komen. In de praktijk zie je dat ouders en pleegouders gemakkelijker met elkaar kunnen praten als ze elkaar beter leren kennen en elkaar over en weer krediet kunnen geven. Dat is lastig als er nog strijd is. Bij veel pleegouders lukt het nog niet om elkaar over en weer het nodige krediet te geven.

Ten slotte: De gevolgen van het niet bijleggen van ruzies of conflicten zijn vaak heftig. Genoemd worden  onder andere: uithuisplaatsing, traumatisering van het pleegkind en geen vertrouwen meer hebben in de hulpverlening. Pleegouders zullen zich dan afvragen of ze willen doorgaan met pleegzorg. De meest gegeven oplossing om een ruzie of conflict op te lossen én om ze te voorkomen is: een open communicatie en elkaar serieus nemen.

Landelijk Pleegzorg Panel
Voor dit thema van Mobiel heeft het Landelijk Pleegzorgpanel een vragenlijst opgesteld over ruzie en conflicten in pleegzorg. 78 Mensen hebben de vragen beantwoord, waarvan er 57 pleegouders waren, 10 pleegzorgwerker en 11 mensen hadden een andere betrokkenheid bij pleegzorg.

Samenstelling en uitwerking enquête: Tiny Klaver en Hans de Win. Lees het hele verslag op www.pleegzorgpanel.nl


Tags: , ,