Misverstanden over gehechtheid

Er is veel geschreven over hoe pleeg­ouders de gehechtheid van hun pleegkind kunnen bevorderen. En ook over hoe pleegzorgbegeleiders het proces van ingroei in een nieuw pleeggezin kunnen begeleiden. Het gaat minder vaak over wat je beter niet kunt doen als pleeg­ouder of pleegzorgbegeleider. In dit artikel komen twee hardnekkige misverstanden over gehechtheid aan bod.

Om ervoor te zorgen dat een pleegkind zich goed hecht aan zijn nieuwe pleegouders is het belangrijk om sensitief in te gaan op het kind. Dat wil zeggen dat de pleegouder goed kijkt naar het gedrag van het pleegkind en gepast reageert op wat het kind aangeeft. Als een pleegkind huilt of verdrietig is, heeft het troost en geruststelling nodig. Bij boosheid is het fijn als de pleegouder begrip toont en het pleegkind helpt om kalm te worden. Een pleegkind geniet ervan als de pleegouder zijn plezier deelt bij het spelen.

Tandje extra
Pleegouders moeten een tandje extra bijzetten, omdat pleeg­kinderen niet altijd duidelijk zijn in hun gedrag, door nare gebeurtenissen in het verleden. Als een pleegkind hard valt, maar niet huilt, heeft het vroeger misschien geleerd dat het beter niet kan huilen. De pleegouder doet er dan goed aan het pleegkind toch te troosten, zodat het kind weet dat zijn gevoelens worden begrepen, zelfs als het ze nog niet echt durft te tonen. Sensitief reageren is goed voor de gehechtheid. Maar wat kunnen pleegouders en pleegzorgbegeleiders beter niet doen als het om gehechtheid gaat?

Misverstand 1: Geen contact
Het eerste misverstand gaat over de ingroei van een pleegkind in zijn nieuwe pleeggezin. Een geanonimiseerd (en vaker voorkomend) voorbeeld uit de praktijk: Vanwege persoonlijke omstandigheden in het pleeggezin wordt de driejarige Marja overgeplaatst naar een nieuw pleeggezin. De eerste pleegouders hebben lang voor Marja gezorgd en Marja heeft zich aan hen gehecht. De begeleider zorgt ervoor dat er een goede overdracht is tussen de pleeggezinnen, zodat de nieuwe pleegouders op de hoogte zijn van de dagelijkse dingen die Marja gewend was. Vanuit het oogpunt van gehechtheid is dat natuurlijk uitstekend! Maar dan zegt de begeleider dat er de eerste twee maanden absoluut geen contact mag zijn tussen de twee pleeggezinnen. Marja mag haar eerste pleegouders niet zien of spreken via de telefoon. De eerste pleegouders mogen niet op bezoek komen en ook de pleeggezinnen mogen onderling geen contact hebben. Zodra de begeleider merkt dat de eerste en tweede pleegmoeder via social media contact met elkaar hebben, verbiedt hij dat.

Traumatische verlieservaring
De begeleider komt er nogmaals op terug als de pleegmoeders toch weer contact met elkaar hebben. Hij beroept zich op een besluit dat door het hele team genomen is, inclusief de gedragsdeskundige. Hij verwijst naar het beleid van pleegzorg: er mag de eerste twee maanden absoluut geen contact zijn met de eerdere pleegouders, zodat Marja zich goed kan hechten aan haar nieuwe pleegouders.

Deze gang van zaken staat echter haaks op wat we uit gehechtheidsonderzoek weten. Wat de begeleider in feite doet, is de gehechtheidsband van Marja met de eerste pleeg­ouders zo abrupt verbreken dat de kans op een traumatische verlieservaring erg groot is. Marja zal niet begrijpen dat de opvoeders die zij zo vertrouwt, er opeens niet meer zijn en ook niets meer van zich laten horen. Ze zal zich in de steek gelaten voelen en verraden. Deze handelwijze moet daarom scherp veroordeeld worden. Een gevolg kan zijn dat het pleegkind minder vertrouwen krijgt in volwassenen. Volwassenen kunnen immers op een dag zomaar weg zijn. Een dergelijke aanpak kan dus averechts werken: in plaats van een betere gehechtheid krijgt het pleegkind juist meer moeite om zich te hechten.

Misverstand 2: Vasthouden
Een tweede misverstand gaat over een behandeling die bekend staat als ‘holding’ en die ook wel gehechtheidstherapie, ‘rebirthing’ (herboren worden) of ‘liefdevol dubbelvouwen’ wordt genoemd. De kern van de behandeling is, dat de (pleeg)ouder of therapeut het kind stevig vasthoudt en zelfs tegenhoudt als het kind zich wil losmaken. Op deze manier zouden gehechtheidsproblemen herstellen en zou het kind zich veilig hechten. De behandeling is zeer omstreden, en terecht. Het heeft geleid tot de dood van enkele kinderen, bijvoorbeeld toen een kind zich uit een slaapzak moest vechten om ‘opnieuw geboren te worden’ en daarbij stikte.

Kinderen tegen hun wil vasthouden is het tegenovergestelde van sensitief opvoeden en veilig hechten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat internationale beroepsverenigingen van therapeuten zich hebben gekeerd tegen ‘holding’ en aanverwante methoden. Terecht hebben in Nederland de makers van de Richtlijn Problematische gehechtheid zich ook uitgesproken tegen deze behandeling. Toch wordt er in de praktijk nog regelmatig aan pleegouders geadviseerd om deze methode te gebruiken als hun pleegkind een driftbui heeft. De pleegouders moeten hun pleegkind vasthouden tot het zijn verzet opgeeft en zich overgeeft aan de pleegouder. Dat laatste zou positief zijn voor het hechten, maar dat is een misvatting.

Vertrouwen
Na een scheiding elk contact verbieden of een kind tegen zijn wil vasthouden is het tegenovergestelde van sensitief opvoeden en heeft met het bevorderen van gehechtheid niets te maken. Gehechtheid heeft alles met vertrouwen te maken. Kinderen moeten er van op aan kunnen dat hun verzorgers niet zomaar verdwijnen. Bij een scheiding of overplaatsing moeten banden niet abrupt verbroken maar juist onderhouden worden. En alleen als kinderen zelf graag in de buurt van hun pleegouder willen zijn, is fysiek contact iets waardoor ze zich getroost en veilig voelen.

======

KADER

======

Verbeteringen in de praktijk
In de praktijk van jeugdhulp en jeugdbescherming wordt veel gebruik gemaakt van inzichten uit gehechtheidsonderzoek zoals die zijn beschreven in een notitie voor de Raad voor de Rechtspraak (Juffer, 2010). Zo zijn er kinderrechters die op grond van deze notitie binnen enkele maanden een opvoedingsbesluit willen voor een jong kind. De kinderrechter geeft hiermee aan dat het in het belang van het kind is, dat snel duidelijk is waar het kind permanent gaat wonen. Een terechte beslissing, want kinderen kunnen hun gehechtheid immers niet even uitstellen en vaak afscheid nemen zal hun gehechtheid geen goed doen. Ondanks deze positieve verbeteringen in de praktijk, zijn er twee hardnekkige misverstanden over gehechtheid die aandacht verdienen.

======

KADER

======

 

Meer lezen?
Juffer, F. (2010). Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties. Inzichten uit gehechtheidsonderzoek. Raad voor de Rechtspraak. Zie: www.rechtspraak.nl/SiteCollection Documents/Research memorandum20106_Beslissingen-over-kinderen-in-problematische-opvoedingssituaties.pdf

Richtlijn Problematische gehechtheid: http://richtlijnenjeugdhulp.nl/ problematische-gehechtheid

 

==

 

 


Tags: ,