Is de rek eruit?

Zoektocht naar ‘supergewone mensen’

Opvang van uithuisgeplaatste kinderen in een gezinssituatie heeft hoge prioriteit, maar het aantal plekken in pleeggezinnen en gezinshuizen is verre van voldoende. Pleegzorg Nederland zoekt duizenden gezinnen die voor lange of korte tijd een of meerdere kinderen willen opvangen, maar de campagnes leveren niet genoeg nieuwe plekken op om aan de stijgende vraag te voldoen. ‘Is de rek eruit?’ vroegen we aan tien mensen uit het werkveld.

‘Supergewone mensen gezocht’ is de slogan van de laatste pleegzorgcampagne. Pleegzorg Nederland formuleerde twee doelen bij de start: er worden 10.000 informatiepakketten opgevraagd in 2015 en een jaar na de campagnestart zijn 3.500 nieuwe pleegouders ingeschreven. Het eerste doel is ruimschoots behaald, maar het tweede bij lange na niet. “Mogelijk is het te vroeg om conclusies te trekken”, zegt Janette Reukers van Pleegzorg Nederland. “Pleegouder worden is geen impulsbeslissing en we vragen veel van pleegouders.”

Met de invoering van de Jeugdwet in 2015 is wettelijk vastgelegd dat pleegzorg of gezinshuiszorg de eerste keus heeft bij een uithuisplaatsing. Hierdoor ziet Reukers een toename van het aantal pleegkinderen en de problematiek neemt toe bij een deel van hen. “Pleegzorgorganisaties kijken daarom in de voorbereiding en screening kritischer naar de draagkracht van aspirant-pleegouders.”

Reukers vraagt zich af of de grenzen van de participatiesamenleving in zicht komen. “Pleegouders zijn vaak ook de mensen die bijvoorbeeld extra voor de buurvrouw zorgen.” Om toch meer pleegouders te vinden, wil Pleegzorg Nederland nog meer de netwerken van pleegouders benutten. “Pleegouders kunnen bijvoorbeeld collega’s voorlichten over pleegzorg of zelf wervingsacties beginnen in hun gemeente.”

Pleegouders behouden
Peter van der Loo, directeur van de Nederlandse Vereniging van Pleeggezinnen (NVP) denkt dat er nog genoeg mensen zijn die voor het kind van een ander willen zorgen. “De maatschappij is flexibeler dan we denken. Kijk maar naar nieuwe initiatieven als steunouders en meeleefgezinnen.” Wel meent hij dat we teveel focussen op het werven van pleegouders in plaats van het behouden ervan. “Zorg ervoor dat mensen langer pleegouder blijven en zo een voorbeeld zijn. Dus niet bezuinigen, maar juist investeren in randvoorwaarden als deskundigheidsbevordering en begeleiding.”

Hij vindt ook dat de samenwerking met jeugdbeschermers beter moet, “want die is voor veel pleegouders een reden om te stoppen. Verder zou het helpen als de kosten die pleegouders maken, vaker vergoed worden en het beleid ruimhartiger wordt.”

Extra rompslomp
Ook John Goessens, manager bij jeugdzorgorganisatie Lindenhout, is van mening dat de toerusting van pleegouders beter moet. “Het gaat om deskundigheidsbevordering, maar ook om praktische zaken die extra rompslomp geven, zoals het regelen van kinderopvang of taxivervoer naar school. Als je die gemakkelijker maakt, help je huidige pleegouders en verlaag je voor aspirant-pleegouders de drempel naar het pleegouderschap.”

Volgens Goessens is de vraag ‘hoe mobiliseer je meer mensen om pleegouder te worden?’ de afgelopen tien jaar steeds belangrijker geworden. “We moesten een enorme groei opvangen. Dat is goed gelukt, maar we zitten in een nieuwe fase, die vraagt om een nieuwe wervingsstrategie.”

Krachtige boodschap
Goessens verwacht een positief effect als gemeenten zelf de werving van pleegouders oppakken, in samenwerking met de pleegzorgaanbieders. “Almere is een mooi voorbeeld met een krachtige boodschap: ‘Almere zoekt pleegouders’. Daar gaat meer wervende kracht vanuit dan ‘Vitree zoekt pleegouders’ of ‘Lindenhout zoekt pleegouders.’ Je drukt veel sterker uit dat het gaat om een belang van de lokale gemeenschap en niet van een organisatie.”
Verder kan het bieden van extra financiële ruimte soelaas bieden. Goessens: “In veel gezinnen werken beide pleegouders. Bij bepaalde problematiek van kinderen of in sommige fases, kan het belangrijk zijn dat een pleegouder gefaciliteerd wordt om meer thuis te zijn. Dat vraagt om het doorbreken van financiële kaders.”

Stoppen met werken
Pleegmoeder en kinderboekenschrijfster Nieske Selles kan dit laatste beamen. Ze kreeg in 2014 een derde pleegkind in huis. “Eigenlijk waren we het niet van plan, maar onze pleegzorgwerker vertelde over een eenjarig meisje. Haar verhaal liet ons niet los. Ik was in de war, want mijn leven was al zo vol met vier kinderen, waarvan twee pleegkinderen, en een baan. Hoe kon ik er voldoende zijn voor dit meisje, met alle ballen die ik al hoog te houden had? Er was maar één manier: stoppen met werken. Het was even slikken om van twee salarissen naar één salaris te gaan. Financiële hulp bij het bouwen van een extra slaapkamer en het kopen van een zevenpersoons auto zou heel welkom zijn geweest.” Desondanks voelt het goed voor Selles. “We leveren inkomen in, maar ontvangen er een mens voor terug. Toch denk ik dat veel aspirant-pleegouders afhaken vanwege het moeilijk combineren van pleegzorg met een betaalde baan.”

Verbouwing
Het verbouwen en vergroten van woningen is een beproefd middel om de capaciteit van pleegzorg te vergroten. Stichting Kinderpostzegels Nederland heeft een speciale regeling die pleegouders in staat stelt een verbouwing te financieren, zodat ze meer pleegkinderen kunnen opvangen. “In het boekjaar 2013-2014 werden zo zeker vijftien plekken gerealiseerd”, vertelt Caecilia van der Meer, programmacoördinator pleegzorg. “In de boekjaren erna ging het om 36 en 35 plaatsen. Ook nu gaat het hard met de aanvragen.”

Er zijn ook mooie kleinschalige, particuliere initiatieven. Zo werft de Stichting Jongerenopvang Zeeland in Axel financiële middelen bij fondsen en sponsors, waarmee pleegouders en aspirant-pleegouders extra ruimte in huis kunnen creëren. Voorzitter Barbara de Jong: “Dankzij onze aanpak hebben in de afgelopen drie jaar tien jongeren een plek in een pleeggezin gekregen. Voor de komende twee jaar verwachten we zeker nog eens tien plekken te creëren.”

Financiering van een huis
Veel aankomende gezinshuisouders staan in de startblokken, maar missen de middelen om een geschikt pand te kopen. “Normaal gesproken moeten ze twintig procent van de aanschafkosten uit eigen vermogen betalen”, aldus Lesia Kop van Fresh Yellow, een nieuwe stichting die gezinshuizen versterkt. “Vaak is dat een onneembare drempel. Via ons ‘Arrangement financiering voor gezinshuizen’ hoeven starters maar tien procent zelf op te brengen. Dat maakt vaak het verschil.” Sinds maart 2016 heeft Fresh Yellow eenentwintig financieringsarrangementen afgerond. Kop: “Het gaat gemiddeld om twee à drie plekken per financiering en in totaal om minstens vijftig plekken. Sommige arrangementen betroffen financiering voor een verbouwing.”

Stoffig en suf imago
Volgens Gerard Besten, bestuurder van Gezinshuis.com, is er nog iets nodig om mensen te interesseren voor pleegouderschap: een totaal andere ‘branding’ van pleegouders. “Hun imago is overwegend soft, stoffig en suf. Aan bewondering voor pleegouders ontbreekt het niet, maar het zijn geen rolmodellen waar mensen zich graag mee identificeren. Wanneer je het beeld van pleegouders kunt omturnen in ‘hedendaags’ en ‘dynamisch’ heb je een wereld gewonnen.” Volgens Besten is het cruciaal dat kinderen in pleeggezinnen en gezinshuizen niet langer worden gezien als kostenpost voor de samenleving. “Het zou enorm uitmaken als gemeenten hun uitgaven voor deze kinderen labelen als investering in de toekomst van de kinderen en de samenleving.”

Kansrijke strategieën
Voor het werven van nieuwe gezinshuisouders ziet Besten twee kansrijke strategieën. “Je kunt heel wat gezinshuisouders vinden onder de groep pleegouders die zeggen: ‘Ik kan en wil meer.’ Een andere potentiële bron zie ik in de groep hulpverleners die het werken in organisaties, met alle gedoe dat daar vaak bij hoort, zat zijn. Je kunt hen actief opsporen via je netwerken, bijvoorbeeld door een financiële beloning in het vooruitzicht te stellen voor mensen die een nieuwe gezinshuisouder aanmelden. Gezinshuis.com is hiermee begonnen en het werpt vruchten af.”

Open adopties
“Kijk in de zoektocht ook naar adoptie”, oppert Femmie Juffer, bijzonder hoogleraar adoptie en pleegzorg aan de Universiteit Leiden. “In Nederland worden jaarlijks enkele honderden kinderen geadopteerd. In het verleden was het aantal adopties een veelvoud hiervan. Vanuit wetenschappelijk onderzoek rijst de vraag waarom in Nederland niet meer kinderen vanuit pleegzorg of in plaats van pleegzorg geadopteerd worden. Adoptie biedt in vergelijking met pleegzorg een stabielere gezinssituatie met een veel kleiner risico op voortijdig afgebroken plaatsingen. Stabiele relaties zijn belangrijk voor de gehechtheid en ontwikkelingskansen van getraumatiseerde kinderen.”

Juffer vertelt dat in Engeland, Amerika en Canada kinderen vanuit pleegzorg worden geadopteerd. “In andere landen komt het zelden voor. Een opmerkelijke uitzondering is de Australische staat New South Wales waar een recente wetswijziging het mogelijk maakt om kinderen te adopteren die anders in langdurige pleegzorg zouden opgroeien.”

Volgens Juffer is adoptie voor sommige pleegkinderen een betere optie dan pleegzorg: “Als van meet af aan duidelijk is dat kinderen niet bij hun ouders of in het eigen netwerk kunnen opgroeien. Als het dan een open adoptie is, met blijvende contactmogelijkheden tussen adoptiegezin en biologische familie, kunnen identiteitsvragen snel worden beantwoord. Daarbij kunnen we leren van ervaringen in Amerika en Engeland, waar al een generatie is opgegroeid met open adoptie.”

Vaker naar opa en oma
Pleeggrootvader Jos Verhoeven heeft nog een idee: “Meer uithuisgeplaatste kinderen bij hun grootouders plaatsen.” De Stichting Belangenbehartiging Pleeggrootouders Nederland (SBPN) heeft daartoe onlangs een manifest opgesteld. Verhoeven, secretaris van de stichting, zegt: “Een op de zes pleegkinderen woont bij opa en oma. Dat moet een op de drie worden. Deze vorm van netwerkpleegzorg kent de minste ‘breakdown’. Grootouders zijn een veilige haven. Ze kennen het kind en de problemen thuis. Door de familieband zijn ze extra gemotiveerd om een plaatsing te laten slagen.”

Verhoeven vindt ook dat pleegzorg aantrekkelijker moet worden gemaakt voor pleegouders. “Pleegouders moeten meer zeggenschap krijgen en extra kosten voor een pleegkind moeten in principe gedekt worden. Dat is nodig, omdat de meeste pleegkinderen een ‘rugzak’ hebben.”

Tot slot hamert vrijwel iedereen in onze rondgang op het belang van waardering en erkenning van pleegouders. John Goessens: “Gemeenten moeten dat uitspreken en tonen, door met pleegouders in gesprek te gaan, naar hen te luisteren en hen, waar mogelijk, tegemoet te komen en te helpen bij het oplossen van de problemen waar ze tegenaan lopen.”

Marc Engberts en Lindy Popma

 


Tags: ,