‘Goedkoop is duurkoop”(2)

Voor het online nummer van Mobiel in oktober 2016 schreef Willem van Uijen, in het dagelijks leven financieel con-sultant en pleegvader, over de pleegzorg­conferentie IFCO in Sheffield. Wat hem meteen opviel, waren de enorme ver­schil­len in de pleegzorgvergoeding tussen Engeland en Nederland. Hij sloot zijn artikel, getiteld ‘Goedkoop is duurkoop’, af met de stelling: “Pleegouders in Neder­land krijgen te weinig vergoeding voor de bijdrage die zij leveren aan de maat­schappij.” Hier kwamen veel reacties op van lezers.

De strekking van de respons was unaniem: de pleegzorgvergoeding in Nederland is ontoereikend. Pleegouders openen met grote regelmaat hun eigen portemonnee om hun pleegkinderen niet tekort te doen. Een greep uit de reacties:

“Met de pleegvergoeding kan ik ons pleegkind niet mee op vakantie nemen, zoals ik dat met mijn kinderen doe. Moet ik hem dan thuis laten?” – Lisette, pleegmoeder

“Al het geld gebruiken wij ook echt voor haar (sporten, kleding, dagje uit, voeding,  kapper et cetera), maar het sparen voor een latere studie of opstart als zij op zichzelf gaat wonen, zit er nu niet in.” – Nada, pleegmoeder

“Mijn man en ik hebben een kantoor aan huis. Onze pleegdochter vraagt zoveel aandacht dat wij niet kunnen werken als zij thuis is. De kosten voor buitenschoolse opvang zijn echter voor onze rekening. Dit vinden we niet terecht. Zwemles komt ook voor­namelijk voor onze rekening. Soms gaat ze naar een vakantie- of weekendpleeggezin. Tijdens die verblijven krijgen wij geen pleegzorgvergoeding, terwijl die vergoeding niet alleen bedoeld is voor huisvesting. Ook hobby’s, kleding en sportactiviteiten moeten hiervan betaald worden. Mogen pleegouders alsjeblieft af en toe een ‘gratis’ time-out in ruil voor het belangrijke werk dat zij doen in pleegzorg?” – Astrid, pleegmoeder van een meisje van 7

“Nu heb ik ook zo mijn bedenkingen voor het geven van een salaris, maar wat als er voor mij, thuisblijvende pleegmoeder, een fatsoenlijk pensioen zou worden geregeld?” – Anonieme pleegmoeder

“Op zich voor ons geen probleem, die extra kosten voor onze eigen rekening. De pleegkinderen zullen bij ons niets tekort komen, maar ik lever wel iets in. Ons spaargeld moet geregeld aangesproken worden om de kinderen te geven wat we onze eigen (volwassen) kinderen zouden hebben gegeven. Nu hebben wij 8 kinderen en 19 kleinkinderen. Waar het wringt: ook onze andere kinderen en kleinkinderen zouden onze steun kunnen gebruiken. Door de verantwoordelijkheid te nemen voor twee pleeg­kinderen, onthoud je je andere kinderen waar zij in principe ook recht op hebben.” – W.

“Naarmate de kinderen ouder worden (18+) wordt er van je verwacht dat je ‘gewoon’ doorgaat. Een soort liefdadigheid. Biologische kinderen blijven ook vaak langer thuis wonen. Waar blijft de overheid met de steun en verantwoordelijkheid?” – Paul en Gerrie

Als er unanieme onvrede heerst over de financiële kant van het pleegouderschap, vraag ik me af of dit potentiële pleeg­ouders er daadwerkelijk van weerhoudt om zich aan te melden. Door de vergelijking te trekken met Engeland, probeer ik hier duidelijkheid in te krijgen. Het Britse systeem is in financieel opzicht een stuk gunstiger voor pleegouders. De Britse pleegouder krijg twee tot vier keer meer vergoed voor een pleegkind dan de Nederlandse pleegouder.

In Nederland zijn er te weinig aanmeldingen voor pleeg­ouderschap. Dat ligt volgens mij niet aan de kwaliteit van de marketing of aan het aantal geïnteresseerden. Na de wervingscampagne ‘supergewone mensen gezocht’, schoot het aantal aanvragen voor informatiepakketten de lucht in. In Engeland is er geen probleem met het werven van nieuwe pleegouders en de vraag naar nieuwe aanwas is niet veel kleiner dan in Nederland. Heeft het tekort aan nieuwe Nederlandse pleegouders misschien te maken met geld?

In Nederland is de pleegzorgvergoeding niet kostendekkend en is pleegouderschap geen baan te noemen. Het bepalen van de hoogte van de pleegzorgvergoeding lijkt te stammen uit een tijd waarin vrouwen nog vaak thuis waren. Nu de meeste vrouwen buiten de deur werken, gaan veel kinderen naar de kinderopvang of de voor- en naschoolse opvang. Van alle kinderen van nul tot twaalf jaar is dat ongeveer een kwart. Zou de groep werkende ouders overwegen om een pleegkind in huis te halen, als ze dan niet zelf hoeven op te draaien voor de extra kosten van kinderopvang, vakanties, studies en alles daar omheen?

Misschien zijn de extra kosten niet de enige reden waarom deze ouders geen pleegouders zijn. Maar wanneer ik anderen vertel over pleegzorg, is dat objectief gezien geen goed verkooppraatje: het is vaak zwaar, confronterend en emotioneel. Je krijgt er slapeloze nachten, heftige bezoeken en beschadigde kinderen voor terug. Je krijgt de eer om iets te betekenen voor een kwetsbare groep kinderen. En de rekening? Die is ook voor jou. Met alle liefde ben ik pleegvader, maar het is financieel geen goed advies om eraan te beginnen.  <

Lees het artikel ‘Goedkoop is duurkoop’ in het online magazine.
www.magazine.bijonspleegzorg.nl/mobiel-5-2016


Tags: ,