Driemaal strijd en liefde

Bas
Bas is een kind dat continu de strijd aangaat met zijn pleegouders. Hij klikt over andere kinderen, blijft vragen naar de bekende weg en heeft woede-uitbarstingen over ongrijpbare dingen. Met één opmerking zet hij iedereen op scherp. Bij leeftijdsgenootjes lokt hij heftige reacties uit, waardoor hij op school buiten de groep valt.Voor zijn pleegouders is dit vermoeiend en hun begeleider staat vaak met lege handen. Soms helpt het om de strijd niet aan te gaan, maar Bas is zo gehaaid dat zijn pleegouders toch regelmatig toehappen.

Bas is ook een kind dat als peuter zwaar verwaarloosd werd, maar de hulpverleners kwamen zijn gezin niet binnen om in te grijpen. Hij kampt nog steeds met de gevolgen van deze periode, daar kan hij niets aan doen. Hij heeft diverse opnames en behandelingen gehad, die niets opleverden. Daarna kwam hij steeds terug in zijn pleeggezin. Hij lijkt zich thuis te voelen. Gelukkig trof hij pleegouders die hem niet laten vallen. Ze proberen hem telkens wat bagage en liefde te geven.

Gerdien
Gerdien kwam als vijfjarige in een pleeggezin na jaren van mishandeling en misbruik. Inmiddels woont ze er zestien jaar. Haar grote angst is nog steeds, dat haar ouders op een dag op de stoep staan.

Haar gedrag geeft haar pleegouders handenvol werk. Gerdien heeft een enorme behoefte aan snoep. De voorraden zijn nooit veilig. Als er zoetigheden zijn verdwenen, weet zij van niets. Ze loopt vast op school, spijbelt en maakt haar schoolwerk niet. Dankzij haar intelligentie heeft ze met minimale inspanning toch haar diploma’s gehaald. Vakantiewerk doet ze goed. Ze is een harde werker, alleen op tijd komen geeft problemen.

Als er dingen tegen zitten, vertelt ze ingewikkelde en ongeloofwaardige verhalen. Ze kan geen foutjes toegeven, bang om haar plek in het gezin te verliezen. Haar pleegmoeder: “Kon ze maar zeggen: ‘Stom, maar ik heb het gedaan zonder na te denken’. Dan kun je even boos worden, maar daarna is het over. Nu heb ik steeds het idee dat ik beduveld word.”

Jim
Het is jaren geleden, maar ik zie hem nog zo voor me: een flinke bos haar met een bolhoedje en op zijn rug een gitaar. Jim was zestien. Hij was van goede komaf, maar zijn ouders hadden nooit aandacht voor hem gehad. Hij rookte veel hasj, was dakloos, maar koos uiteindelijk voor een opvanggezin. Het klikte wonderwel en Jim was dol op zijn pleegmoeder.

Ineens was het over: er waren ruzies om niks, hij zocht de grenzen van zijn pleegouders op en bleef soms zomaar weg. Zijn pleegouders bleven erop vertrouwen dat het goed zou komen. “Er is zoveel verkeerd gegaan met dit joch, hij moet vertrouwen krijgen.”

Jim besloot zelf te vertrekken. Hij pakte zijn spullen in en bracht ze naar de auto van de gezinsvoogd. Ten afscheid kreeg hij nog een zoen van zijn pleegmoeder. Jim leek te breken, maar zei: “Ik moet nu echt weg.” Het was alsof hij dacht: Ik wil blijven, maar ik kan het niet. Als je opzij stapt, ben ik verloren.

Ik denk nog weleens: Hoe zou het met hem gaan? Ik hoop dat hij zich herinnert dat er mensen waren die hem wilden vasthouden, maar dat hij niet durfde. Jim was voor zijn pleegouders zeker de moeite waard.


Tags: , ,