Co-pleegouderschap, een nieuwe optie?

In Nederland is het de laatste decennia de normaalste zaak van de wereld dat kinderen in twee gezinnen worden op­gevoed. Denk maar aan gescheiden ouders die een nieuw gezin hebben gesticht of aan ‘kinderwenscoach’ Sara Coster, die twee zoons kreeg samen met een homo­stel. Ze schreef een prachtig boek(1) over de totstandkoming van deze relatief nieuwe vorm van co-ouderschap. Co-pleeg­ouder­schap lijkt minder voor de hand liggend, maar het bestaat wel degelijk. Zo zorgden Egbert en Charissa enkele jaren samen met een ander pleegouderpaar voor de nu negenjarige Job.

Zoals pleegouders in beeld kunnen komen als biologische ouders ontlast willen of moeten worden, kan het ook gebeuren dat pleegouders ontlast willen worden bij de opvoeding van een pleegkind met complexe problematiek. Dat laatste is de reden dat pleegzorgorganisatie De Rading startte met co-pleegouderschap. “Het is per toeval ontstaan. Of uit nood geboren, kun je beter zeggen”, vertelt pleegzorgbegeleidster Anja Wegdam. “De pleegouders van Job gaven aan de zorg voor hem niet meer vol te houden, maar wilden wel een belangrijke rol in zijn leven blijven spelen. In de kennis­making met het nieuwe pleeggezin was het in eerste instantie nog de bedoeling dat hij volledig bij hen zou gaan wonen, maar tijdens het gesprek is het idee van co-pleegouderschap ontstaan.”

Laatste strohalm
Egbert en Charissa hadden al weekend- en vakantieopvang gedaan en stonden open voor een voltijds plaatsing. “Niet per se co-pleegouderschap. Dat kwam toevallig op ons pad”, vertelt Charissa. “Het gaat om een jongetje dat met veel complexiteit te dealen had. Voor hem was dit de laatste strohalm. De andere pleegouders vonden het heel erg dat hij weg zou moeten. Job was zeven jaar toen er een ander gezin bij werd gezocht. We zijn het meteen samen gaan doen; vier dagen bij ons en drie dagen in het andere gezin.”

Pioniers
Sinds juli 2016 is het co-pleegouderschap beëindigd. Niet omdat het niet werkte. Door persoonlijke omstandigheden moest het andere gezin stoppen met pleegzorg. Job woont nu volledig bij Egbert en Charissa, maar heeft nog wel contact met zijn vorige pleegouders. Het co-pleegouderschap duurde twee jaar. De twee gezinnen kenden elkaar bij aanvang nog niet. Charissa: “Het eerste gesprek was erg belangrijk. We vonden het andere gezin aardig. De maanden erna zagen we ook verschillen, maar over veel dingen dachten we hetzelfde; goed observeren, speels met Job omgaan en hem liefdevol laten opgroeien. De andere pleeg­ouders hadden al eerder pleegkinderen gehad en zaten in het onderwijs. Zij hadden dus veel ervaring, talent en kennis in huis. Wij hebben het zelf een beetje uit moeten vinden, maar daar zijn wij de mensen naar. Pioniers, nieuwe dingen uitproberen.”

Eén of twee gezinnen
Charissa en Egbert begonnen niet zomaar aan het avontuur. “Onze vraag vanaf het begin, en ook van de professionals en vrienden, was: wonen in twee gezinnen, kan een autistisch kind dat wel? Zit het kind niet beter in één gezin? Ook na twee jaar weet ik het antwoord eigenlijk nog steeds niet. Sinds juli woont Job fulltime bij ons. Hij ziet de andere pleegouders nog wekelijks. Ik zie nu wel een kind in de rouw. Fijn dat hij bij ons is, maar hij heeft wel mensen verloren, zoals al eerder in zijn nog korte leven. Ik weet ook niet of ik deze vorm van pleegzorg zomaar zou aanraden. Past het bij het kind? Doet het het kind recht? Voor ons was er geen alternatief. Je wilt een kind het liefst niet in een instelling. Ik denk dat een kind in de meeste gevallen het beste af is in één gezin. Bij ons heeft het goed gewerkt en we hebben er ook nooit spijt van gehad. Je moet verschillende opties naast elkaar kunnen zetten. Co-pleegouderschap is absoluut een mogelijkheid, maar dan moet het wel op maat zijn”, aldus Charissa.

Neuzen dezelfde kant op
Tussen Egbert, Charissa en de andere pleegouders liep het vanaf het begin goed. Charissa: “Je moet de ander dingen gunnen en elkaar het kind gunnen. Het lijkt eigenlijk wel op co-ouderschap na een echtscheiding, maar dan zonder ruzie.” Toch was het in het begin even zoeken. “Hoe stemmen we af? Al snel hadden we een app-groep waarin we bijna dagelijks foto’s en informatie uitwisselden. Altijd bleven we in gesprek, via de app of telefonisch.
Bij bezoeken aan school of de psychiater was er altijd iemand van elk stel aanwezig. De neuzen moeten dezelfde kant op. Je hebt steeds te maken met mensen die er iets van vinden. Als er iets was met Job, hoorde je vaak: komt het niet doordat hij op twee adressen woont? Je moest constant uitleggen wat je aan het doen was. Dat is best moeilijk. Aan de andere kant krijg je er twee mensen bij in je systeem, een soort familie. We zijn blij dat we hen hebben leren kennen en we hebben veel van hen geleerd. Zij hebben zeven jaar voor Job gezorgd. We hadden vanaf het begin een klik. Dat heeft ons ontzettend geholpen.”

Korte lijnen
Ook voor pleegzorgbegeleidster Anja Wegdam was het in het begin even zoeken. “Het zijn twee stellen die goed kunnen plannen. Uiteindelijk heb ik weinig hoeven doen. Ze zijn zelf heel goed in regeldingen. Ik ben in gaan voegen. Wat pleegouders zelf kunnen, laten we hen zelf doen. Het was voor mij vooral zoeken hoe ik de begeleiding vorm kon geven. Bij beide gezinnen aparte gesprekken of samen? En hoe opereert de voogd? Uiteindelijk kozen we voor één keer in de vier weken een gesprek op één locatie, met een agenda en met de voogd erbij. Korte lijnen. Dat was een prima constructie. Verder was de groeps-app een fijn instrument.”

Buiten kaders denken
Net zoals pleegmoeder Charissa is ook Anja Wegdam er nog niet uit of co-pleegouderschap een vorm is die pleegzorgorganisaties zomaar moeten aanbieden. “Het is in elk geval belangrijk dat de twee stellen goed met elkaar door één deur kunnen. Dat is het meest ingewikkelde. In dit geval ging dat goed. Misschien is het wel een optie om een ervaren pleeggezin te koppelen aan een startend gezin. Starters krijgen dan een buddygezin naast zich. We onderzoeken nu welke mogelijkheden co-pleegouderschap nog meer heeft, want om ondersteuning op maat te bieden, moeten we buiten de bestaande kaders denken. We kennen natuurlijk al deeltijdpleegzorg. Vroeger was dat alleen in weekenden en vakanties, nu ook steeds vaker op door­deweekse dagen. Wellicht is co-pleegouderschap een volgende stap. Je vergroot er in elk geval het netwerk van het pleegkind mee.”                                                             <

(1)       De wens en de vaders, dagboek van een vrouw die haar kinderwens op geheel eigen wijze vervult – Sara Coster.

 

 


Tags: ,