10 tips om het goed te maken

 

  • Zoek naar een win-winsituatie: iets waaraan je allebei het gevoel overhoudt dat je een beetje gelijk hebt gekregen.
  • Benader de ander vriendelijk en rustig, zodat jij je punten kunt aankaarten. Daar bouw je krediet mee op en dat heb je nodig om te onderhandelen.
  • Blijf jouw kant van het verhaal niet alsmaar uitleggen, eenmaal is genoeg. Het is oké om te concluderen dat je het niet eens bent met elkaar. Kan er een compromis gesloten worden?
  • Als een ruzie uitgesproken is, spreek dan af: “zand erover, klaar.”
  • Laat het zand er ook over blijven, kom de volgende dag niet terug op wat zich gisteren heeft afgespeeld. Een nieuwe dag, nieuwe mogelijkheden en kansen op goed gedrag. Lukt het niet meer om dit zo te zien? Maak het bespreekbaar met je hulpverlener.
  • Gebruik humor over jezelf. Bijvoorbeeld een pleegmoeder die tegen haar pleegkind zegt: “Je weet dat ik af en toe een donderwolkje ben, maar dat betekent niet dat ik niet meer van je houd.”
  • Bouw de (lichamelijke) spanning af, vooral bij jongens. Ga met jonge kinderen eerst even rennen, springen of schommelen. Ga met oudere kinderen samen lopen terwijl je praat.
  • Kinderen moeten niet leren om geen fouten te maken, ze moeten leren om fouten te herstellen.
  • Zorg dat het pleegkind voelt dat zijn gedrag afgekeurd wordt en niet hij of zij als persoon. Dit geldt eigenlijk voor ieder mens.
  • Bij kinderen werkt het goed om elkaar een hand te geven. “Vrede? Vrede!”

Tags: ,