Thuiszitters en passend onderwijs

“Onze pleegzoon is van school gestuurd, zijn gedrag was te onaangepast. Hij wacht nu op behandeling en zit thuis.” Er zijn 10.000 thuiszitters in Nederland, een groot probleem. Arnold Jonk, hoofd­inspecteur van het basisonderwijs en aanstaande pleegouder, vindt het onacceptabel als een kind niet naar school kan.

Jonk werd onverwacht geconfronteerd met vragen over thuis­zitters tijdens zijn STAP-training. Pleegouders vertelden over hun thuiszittend pleegkind. Ze wilden contact opnemen met de inspecteur. Hoewel Jonk aanwezig was als aanstaande pleegouder en niet als onderwijsinspecteur, kon hij dit niet negeren: “Hier zit de inspecteur”, zei hij. Een dag erna werd hij gebeld over nog een situatie van pleegouders met een thuiszittend pleegkind. Jonk: “Nadat ik me in beide casussen had verdiept, realiseerde ik me hoe complex de situatie in pleegzorg kan zijn, ook voor scholen. Met extra risico’s op thuiszitters.”

Leerplicht en zorgplicht
“Hoe complex de situatie ook is, het uitgangspunt is eenvoudig”, aldus Jonk. “Kinderen hebben recht op onderwijs en ze hebben leerplicht. Ouders hebben de plicht om kinderen naar school te laten gaan. Scholen kunnen een aangemelde leerling niet weigeren, omdat ze zorgplicht hebben: ze zijn verantwoordelijk voor het aanbieden van een passende onderwijsplek. Deze twee principes vormen de basis waarnaar je moet terugkeren in ingewikkelde situaties.”

Passend onderwijs
Sinds 2014 hebben scholen de zorgplicht om passend onderwijs aan te bieden. Ze moeten alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijsplek geven. Daarvoor werken reguliere en speciale scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden. De samenwerkende scholen maken afspraken over onder andere de begeleiding en ondersteuning die ze kunnen bieden en over welke leerlingen een plek kunnen krijgen in het speciaal onderwijs. Ze ontvangen geld voor extra ondersteuning, dat ze onderling verdelen.

Meer maatwerk
In de praktijk ziet Jonk meer maatwerk: “Het aantal leerlingen dat naar het speciaal onderwijs gaat, is voor het eerst gedaald. We zijn pas een paar jaar bezig. Er zijn regio’s waar het goed lukt en er zijn er waar het minder gaat.” Hij ziet goede initiatieven. Zo was er een schoolleider die vond dat teveel leerlingen naar scholen voor kinderen met een spraak- en taalstoornis werden vervoerd. Zijn school specialiseerde zich in deze problematiek, waardoor de kinderen weer binnen hun gemeenschap naar school kunnen.

Ook in andere landen ziet Jonk hoeveel er binnen het reguliere onderwijs mogelijk is. “Hoewel het natuurlijk in het belang van een leerling kan zijn om op een gespecialiseerde voorziening les te krijgen.” Volgens Jonk is onderwijs altijd mogelijk. “Ik was op een school voor doofblinde kinderen. Leerkrachten waren al jaren bezig een leerling te ondersteunen met de gewenning aan een implantaat, waarmee hij beter zou kunnen horen. Deze school was voor mij het bewijs dat voor ieder kind passend onderwijs mogelijk is. Ik verwerp de gedachte dat sommige kinderen beter geen onderwijs kunnen krijgen, we moeten blijven zoeken naar passend onderwijs.”

Thuiszitters
In een interview in de Volkskrant(1) spreekt oud-Kinder­ombudsman Marc Dullaert over bijna 10.00 kinderen in Nederland die maanden of jaren geen onderwijs krijgen. Om dit aantal terug te dringen, ondertekenden scholen, gemeenten en drie ministeries in juni het Thuiszitterspact. Dullaert is aangesteld als ‘aanjager’.

Ook Jonk vindt het onacceptabel dat kinderen thuiszitten. “Scholen moeten een basis creëren om kinderen te laten leren. De meeste scholen slagen daarin. Sommige niet, maar het kind thuis laten zitten is geen oplossing. Dan verandert er niets. De situatie op school moet verbeteren, waardoor het kind wel stabiliteit en goed onderwijs krijgt. Ingewikkeld wordt het als (pleeg)ouders het niet eens zijn met het onderwijsaanbod. Dan kunnen lange procedures ontstaan, maar ook die kunnen tot duidelijkheid leiden.”

Hoe goed de regels ook zijn, de problemen op school kunnen zo groot zijn en zoveel onveiligheid geven, dat een (pleeg-) ouder zegt: “Blijf maar thuis, tot de rust terug is of tot er een andere school is gevonden.” Jonk vindt dat principieel geen oplossing. “Je kunt via het bestuur of de inspectie kijken hoe je dit probleem kunt oplossen. Als je geen signalen afgeeft, verandert er niets. Het samenwerkingsverband kan kijken of er verbeteringen in het onderwijs nodig zijn, waarna het kind toch terug kan na een tijd. Thuis zitten is nooit het antwoord.”

Zorg op school
Soms hebben kinderen extra zorg op school nodig, die ge­financierd moet worden, vaak door de gemeente. Jonk: “De aansluiting tussen zorg en onderwijs knarst in individuele gevallen. Dat vraagt om extra assertiviteit van (pleeg-) ouders. Wij kunnen het zoeken naar een goede school niet overnemen. We reageren wel op signalen dat het fout loopt. Het werkt op veel plekken beter dan een aantal jaren geleden. Dullaert trekt in de Volkskrant zelfs de conclusie dat samenwerking tussen zorg en onderwijs het aantal thuis­zitters vermindert: “Ik zie dat in gemeenten waar het goed gaat zorg en onderwijs bij elkaar worden gebracht. Daar zit iedereen samen aan tafel: de leerplichtambtenaar, de school, jeugdzorg. De onderwijsbehoefte van het kind staat er centraal.”

(1)       Artikel de Volkskrant 4 oktober 2016

 

======
KADER
======

Stacey was een thuiszitter
Stacey is vijf maanden als ze in haar pleeggezin komt wonen. Ze is een introvert kind met een normale intelligentie. Op de peuterspeelzaal draait ze probleemloos mee op haar eigen teruggetrokken manier. De overgang naar de basisschool gaat goed, maar na een halfjaar is haar groep gegroeid naar 36 kinderen. Stacey wordt regelmatig heel boos. Ze gilt en schreeuwt. Als het escaleert, wordt ze uit de klas verwijderd en in groep acht ondergebracht. Thuis is er niets aan de hand. Uit onderzoek komt de diagnose ADHD. Met medicatie, extra ondersteuning en vooral duidelijkheid gaat het een jaar beter, de ondersteuning wordt afgebouwd. In groep drie wordt de leerkracht vervangen en opnieuw loopt de situatie uit de hand. Er is ook sprake van pest­gedrag. Na een paar weken stort de zevenjarige Stacey in. Haar pleegmoeder houdt haar drie maanden thuis, terwijl Stacey een normale intelligentie heeft en leerplichtig is. De diagnose is inmiddels gewijzigd: geen ADHD, maar vooral blinde paniek. Nu zit ze tijdelijk op een school voor speciaal onderwijs, waar ze geen problemen heeft. Ze kreeg onlangs een beschikking voor een jaar onderwijs op deze school.

======
KADER
======

Een passende plek
1.         Ouders melden hun kind aan op de school van hun keuze. Soms is extra ondersteuning nodig.
2.         Als de school niet de benodigde ondersteuning kan bieden, gaat de school met ouders in gesprek over een passende plek op een andere reguliere of speciale school.
3.         Komen ouders er samen met de school en het samenwerkingsverband niet uit, dan kunnen ze kosteloos een onderwijsconsulent inschakelen. www.onderwijsconsulenten.nl
4.         Is er na het advies van de onderwijsconsulent nog geen oplossing, dan kunnen ouders een oordeel vragen aan de geschillencommissie toelating en verwijdering passend onderwijs, bij het College voor de Rechten van de Mens (CVRM) of kunnen ze het geschil voorleggen aan de rechter.

Factsheet: ‘Geen leerling tussen wal en schip’.
www.passendonderwijs.nl

 


Tags: ,