Opvanggezin biedt plek aan alleenstaande minderjarige vluchteling

Alleenstaande minderjarige vreemdelingen, wie zijn het en waar komen ze vandaan? Jongeren hebben veel traumatische gebeurtenissen meegemaakt voor en tijdens hun vlucht naar Nederland. Hulpverleners zijn daar niet altijd op toegerust. Twee medewerkers van Nidos benadrukken het belang van cultuursensitieve opvang en begeleiding.

Een minderjarige asielzoeker zonder ouders krijgt bij aankomst in Nederland te maken met Stichting Nidos, die de voogdij over de jongere op zich neemt (zie kader). Er is de laatste jaren niet alleen een groei in het aantal alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s), ook hun profiel is veranderd. Daarover sprak Mobiel met twee medewerkers van Nidos: Marjan Schippers, hoofd van de afdeling gedragswetenschappers, en Peter van de Pol, landelijk manager Opvang en Wonen in Gezinsverband (OWG).

Gevaarlijke tocht over land
Vroeger werden kinderen vaker met een ticket op het vliegtuig naar Nederland gezet (zoals Augustine, zie foto), dat komt nu bijna niet meer voor. Dat betekent ook dat de gevluchte kinderen nu andere ervaringen hebben. “De jongeren die de afgelopen vijf jaar naar Nederland kwamen, hebben vaak heel heftige dingen meegemaakt”, zegt Marjan Schippers. “Ze hebben een gevaarlijke en lange tocht over land gemaakt van maanden tot soms anderhalf jaar, waarbij ze in aanraking kwamen met misbruik en onveiligheid. Ze hebben daarbij zeker trauma’s opgelopen. Daar komt nog bij dat het vluchten stagneert bij de grenzen van Europa, zodat jongeren langer in onveilige en uitzichtloze situaties verkeren. Verhoudingsgewijs zijn er nu ook meer onbegeleide jongeren onder de vluchtelingen.”

Oudste zoon
“Vaak wordt de oudste zoon op reis gestuurd, vanuit Afghanistan en nu ook uit Syrië en Eritrea, om de familie te ‘redden’ door het sturen van geld of door gezinshereniging”, vervolgt Schippers. “De oudste, dat kan dus ook om een twaalfjarige gaan, in de hoop dat hij de vlucht overleeft. Als hier dan blijkt dat procedures langer duren dan gedacht, levert dat enorme stress op. Neem het voorbeeld van een Syrische familie in een vluchtelingenkamp waar de vader overlijdt nadat de oudste zoon is gevlucht. Het geld van de familie raakt op en daarmee ook de mogelijkheid om nog tickets voor gezinshereniging te kopen. Dat levert voor zo’n jongen veel spanning op, die is vanuit zijn cultuur sterk gemotiveerd om zijn familie te helpen. Hulpverleners zijn hiermee vaak onvoldoende bekend en benaderen het te individualistisch. De begeleiding moet zich richten op de stress bij de jongere die samenhangt met de wil om de familie te helpen.”

Verwerken van trauma’s
In therapie gaan omdat je trauma’s hebt opgelopen voor en tijdens het vluchten, is niet vanzelfsprekend. Schippers: “Er is een taboe op gek zijn, naar de psycholoog gaan is ‘not done’ en ook schaamtevol. ‘Praten, wat heb ik daar nou aan!’, hoor je dan. Gewone hulpverlening volgens het westerse model werkt in het begin meestal niet. Ze hebben geleerd om nare gebeurtenissen te vergeten en liever vooruit te kijken. De ervaringen met transculturele therapeuten zijn goed, die hebben oog voor cultuurverschillen. Zij begrijpen dat jongeren uit bijvoorbeeld Eritrea hun klachten verklaren door het boze oog of boze geesten. Religie is ook belangrijk, soms kan een imam of priester helpen om een behandeling geaccepteerd te krijgen.”

Toekomst
Hoe het na de asielaanvraag verder gaat, kan erg verschillen. “Bij minderjarigen uit Syrië en Eritrea kan gezinshereniging worden aangevraagd, omdat die een asielvergunning krijgen. Als dat slaagt, komt integreren aan de orde”, aldus Schippers. “Er is minder afstand tussen Nederland en Syrië, omdat dat een tweedewereldland is. Bij jongeren uit Eritrea is het moeilijker, omdat ze bijvoorbeeld geen onderwijs hebben gehad. We werken met cultureel mediators, dat zijn landgenoten met vergelijkbare migratie-ervaringen. Die helpen ons om de jongeren te begrijpen en de jongeren om deze maatschappij te begrijpen. Bij jongeren uit Afghanistan gaat het anders, die krijgen vaak geen verblijfsvergunning. Zodra ze merken dat het niet lukt, gaat de stress omhoog en moeten we de begeleiding aanpassen. Bij Nidos werken we vanuit de visie dat we dan een toekomstplan met de familie van de jongere maken. De jongere mag meestal wel tot zijn achttiende in Nederland blijven en tot die tijd helpen we met bijvoorbeeld een opleiding.”

Zelfredzaam
Minderjarige asielzoekers wonen niet in een pleeggezin, maar in een opvanggezin. Wat zijn de verschillen? Peter van de Pol: “De jongeren krijgen asielopvang, geen pleegzorg. Ze zijn in een familiesituatie geboren en opgegroeid. De grootste groep is gezond en ze zijn niet voor niets als oudste of sterkste uit het gezin vooruitgestuurd. Ze willen niet gepamperd worden, ze zijn zelfredzaam en zoeken geen nieuwe ouders. Ze hebben immers vaak nog ouders, ook al zijn die kwijt of ver weg. In het verleden hebben we gemerkt dat de ervaringen van de jongeren onvoldoende aansluiten bij reguliere pleegzorg. Daarom is de opvang van amv’s bij Nidos nu gescheiden van pleegzorg.”

Cultuurgezinnen
Nidos doet de werving, screening en begeleiding van opvanggezinnen zelf. Volgens de Nidos-website hebben cultuurgezinnen – gezinnen met een migratieachtergrond – daarbij voorrang. Van de Pol bevestigt dat: “Cultuurgezinnen hebben ‘feeling’ voor wat amv’s hebben meegemaakt en voor hun cultuur. Met persoonlijke gesprekken, diepte-interviews en een checklist gaan we na of mensen geschikt zijn en of er geen risico’s zijn in de sfeer van veiligheid”, zegt Van de Pol. “Daarbinnen geven we voorlichting en instructie en mensen worden aangemoedigd om er zelf goed over na te denken. Uiteindelijk beoordelen onze professionals samen de geschiktheid. Vaak, wel bij zo’n zestig procent van onze amv’s, komt de jongere in een gezin uit zijn netwerk. Een oom, neef of oma, maar er hoeft geen biologische band te zijn. De jeugdbeschermer van Nidos is ook de begeleider van de minderjarige en het opvanggezin. De begeleiding vindt één keer per vier weken plaats. Onze jeugdbeschermers zijn zeer gedreven, ze voelen erg mee met de jongeren. Vaak hebben ze zelf ook een migratieachtergrond.”

Rolmodel voor Europa
Hoe is het in andere Europese landen met de opvang van amv’s gesteld? Daarover weet het Nidos intussen meer, omdat ze met hulp van een Europese subsidie voor twintig lidstaten in kaart hebben gebracht hoe daar de wet- en regelgeving is en wat de sterke en zwakke punten zijn. Uit het overzicht kwam als punt van zorg naar voren dat veel amv’s in Europa in instellingen worden opgevangen. Met het daaropvolgende project Alternative Family Care (ALFACA) heeft Nidos een voortrekkersrol in Europa gekregen. Van de Pol: “We hebben een training ontwikkeld voor professionals die met opvanggezinnen gaan werken, er is een website en we gebruiken e-learning. België staat nu bijvoorbeeld in de startblokken om meer amv’s in gezinnen op te vangen. Er zijn daar zo’n 4000 amv’s die nu nog vaak in grootschalige opvang en instellingen verblijven.”

Conclusies Pleegzorgpanel
Een peiling van het Landelijk Pleegzorgpanel laat zien dat de meeste panelleden vinden dat amv’s kunnen worden opgevangen in een pleeggezin (zie kader). Er moet dan wel goede begeleiding zijn en voldoende aandacht voor trauma’s. Het pleeggezin dient stevig in zijn schoenen te staan en het contact met de eigen cultuur is belangrijk. Wat vinden de Nidos-medewerkers van deze conclusies? Uit het gesprek is al duidelijk geworden dat Nidos werkt met opvanggezinnen en niet met reguliere pleeggezinnen. Dat een kind beter af is in een gezin dan in een instelling, daarover zijn de panelleden en de Nidos-medewerkers het roerend eens. Ook de andere punten zijn herkenbaar. Schippers: “Trauma’s moeten goed ingeschat worden. Jongeren zitten vaak in de overlevingsstand door alles wat ze hebben meegemaakt en zijn gewend om van zich af te vechten. Met het gewone hulpverleningsmodel kom je er dan niet uit, dat werkt soms averechts.” Van de Pol vindt contact met de eigen cultuur van groot belang. “We overleggen veel met de achtergebleven familie. Dat kan tegenwoordig natuurlijk heel makkelijk met de telefoon. Cultuurgezinnen hebben een antenne voor wat de familie ver weg verwacht en ze kunnen meehelpen om verwachtingen bij te stellen.”

Augustine (foto) kwam op zijn vijfde uit Sierra Leone en groeide op in een pleeggezin, begeleid door Nidos. Zijn verhaal is te lezen in ‘18×18 – Pleegkinderen op de drempel’ (Lecturis, 2016).

***************************************************************************

Nidos
Voor kinderen die zonder ouder(s) asiel aanvragen, voorziet Nidos door tijdelijke voogdij in het gezag. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) krijgen bij aankomst in Nederland vanuit Nidos een jeugdbeschermer toegewezen die de voogdijmaatregel uitvoert. De opvang van kwetsbare jongeren, waaronder alle kinderen tot 15 jaar, vindt plaats in opvanggezinnen. In 2015 had Nidos de voogdij over 6.317 kinderen en jongeren, met 85 verschillende nationaliteiten, vooral uit Syrië, Eritrea, Afghanistan en Somalië. Daarbij ging het minder vaak om jonge kinderen tot 12 jaar (13 procent) en vaker over jongeren tussen de 12 en 16 jaar (30 procent) en jongeren tussen de 16 en 18 jaar (57 procent).

www.nidos.nl

****************************************************************************

Landelijk Pleegzorgpanel
Kunnen amv’s worden opgenomen in een pleeggezin? Die vraag van het Landelijk Pleegzorgpanel werd beantwoord door 87 panelleden, waaronder zestig pleegouders en acht pleegzorgbegeleiders. Ruim de helft (57 procent) denkt dat opvang van amv’s in een pleeggezin misschien kan, terwijl iets meer dan een derde (37 procent) denkt dat een amv zeker in een pleeggezin terecht kan. Een minderheid (6 procent) ziet geen mogelijkheden. Onafhankelijk van hun antwoord zien de panelleden risico’s als het gaat om de trauma’s die de amv’s hebben meegemaakt en de grote cultuurverschillen tussen amv’s en pleeggezinnen.

Landelijk Pleegzorgpanel: Vraag over niet-begeleide minderjarige vluchtelingen (2016). www.pleegzorgpanel.nl

******************************************************************************

Verder lezen

M.T. Schippers & M.M.C. van der Velden (2016). Alleenstaande minderjarige vreemdelingen en risico’s bij gezinshereniging. JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg, nr. 5, 107-111.

 


Tags: ,