Diagnose: helpend of fnuikend?

“Wanneer iemand een psychiatrische diagnose krijgt toegeschreven, kan dat zowel positief als negatief aankomen.” Onno van der Hart is psycholoog, psychotherapeut en emeritus hoogleraar Psychopathologie van chronische traumatisering. Hij vertelt over zijn ervaringen met (jong)volwassenen, over diagnoses, trauma en hoop. Deze drie begrippen hangen vaak sterk met elkaar samen.

“De ene persoon is blij dat bestaande problematiek een naam heeft waar gerichte behandeling voor bestaat: eindelijk kan er iets veranderen! Voor een ander is een diagnose juist beknellend”, zegt Van der Hart. “Iemand krijgt bijvoorbeeld het gevoel niet meer te zijn dan de eetstoornis of depressie. Eigenschappen of rollen, zoals betrokkenheid, creativiteit, moeder of student, worden vergeten en weggedrukt. Gediagnosticeerde mensen worden als het ware gereduceerd tot hun diagnose (1). Dit kan gebeuren in hun sociale omgeving, maar ook binnen de therapie. In dat laatste geval spelen onmacht en onwetendheid van de therapeut een rol. Ook wanneer een therapeut zegt dat de cliënt moet leren leven met de stoornis, kan deze de hoop op een goede toekomst verliezen.”

Gedrag niet zomaar afnemen
Vaak (maar niet altijd!) blijkt dat mensen die in behandeling komen voor een bepaalde stoornis, last hebben van onderliggende trauma’s. Van der Hart: “De eetstoornis, het automutileren (2) of het gebruik van middelen is dan een manier om met de gevolgen van het trauma om te gaan. Je kunt het zien als zelfmedicatie. Hoewel dit geen gezonde manier is om met trauma’s om te gaan, kun je het niet zomaar van iemand afnemen: het is er niet voor niets.”

Traumaverwerking kost tijd
“Voordat een behandeling wordt gestart, moet altijd goed worden onderzocht of er inderdaad sprake is van onderliggend trauma. Dat gebeurt nog veel te weinig. Naast het aanleren van gedrag dat functioneler is dan het bestaande gedrag, moet er aandacht worden besteed aan het verwerken van de veelheid aan traumatische herinneringen. Helaas is hier in het huidige zorgstelsel vaak geen tijd (lees: geld) voor. Dat is dubbelop zonde, omdat investering in traumabehandeling uiteindelijk alleen maar kosten zal besparen, doordat mensen na behandeling beter functioneren in de maatschappij, zowel geestelijk als fysiek. Gelukkig is onlangs Stichting STRAKX (zie kader) opgericht, die zich hard maakt om traumacentra voor mensen met een achtergrond van chronische vroegkinderlijke traumatisering door heel het land te organiseren.”

Herstel vraagt om steun
(Voormalig) pleegkinderen hebben relatief vaak een psychiatrische stoornis of hechtingsproblematiek, veelal met onderliggende trauma’s. Kan daar nog iets aan verbeteren? Van der Hart: “Verwerking en herstel is zeker mogelijk, maar daar zijn wel de juiste omstandigheden en veelal ook de nodige vaardigheden van de cliënt voor nodig. Zijn die er niet, dan kan iemand bij het pogen de trauma’s te verwerken in crisis raken, wat kan uitmonden in hertraumatisering.

Hier ligt een belangrijke rol voor pleegouders. Zij kunnen allereerst het verschil maken door, samen met de pleegzorgorganisatie, te zoeken naar geschikte behandeling. Dat kan al een hele uitdaging zijn. Daarnaast kunnen pleegouders steun bieden, door achter het (voormalig) pleegkind te blijven staan, respectvol te zijn, grenzen te stellen en door begrip te hebben voor de mate waarin traumatisering kan doorwerken in het functioneren van het kind. Een steunende achterban maakt de kansen op herstel aanzienlijk groter.”

Onno van der Hart is eerste auteur van het boek ‘Het belaagde zelf: Structurele dissociatie en de behandeling van chronische traumatisering’.

*******************************************************************

CELEVT Congres Vroegkinderlijk Trauma

Op 7 oktober vond het vierde landelijke CELEVT Congres Vroegkinderlijk Trauma plaats.

Uitgelicht
Professor dr. Eric Vermetten vertelde aan de hand van ‘ACE-study’s’ (Adverse Childhood Experiences) dat iemand die voor zijn achttiende meerdere trauma’s heeft meegemaakt, een blijvend verhoogde hartslag heeft, ook in rust. Dat leidt tot een toename van gezondheidsproblemen, zoals hart- en vaatziekten. Ook is er meer kans op depressies en verslavingsproblematiek.

Klinisch psychologe Leony Coppens sprak van toxische stress: een verhoogd stressniveau bij het kind door heftige stress, doordat het niet gerustgesteld wordt door de ouders, of waarbij ouders de veroorzakers van de stress zijn. Foto’s van breinscans van kinderen die wel en niet zijn blootgesteld aan toxische stress, laten pijnlijk duidelijk zien hoe groot het effect is op hun ontwikkeling. Gelukkig sluit zij optimistisch af door te wijzen op de veerkracht van een kind en hoe deze kan worden versterkt door zoveel mogelijk positieve relaties met het kind te realiseren. Door hulpverleners, leerkrachten en niet in de laatste plaats door pleegouders. (3)

De oprichter van CELEVT, Martijne Rensen, verzorgde de aftrap van Stichting STRAKX. Deze ideële stichting maakt zich sterk om mensen die in de kinderjaren chronisch fysiek of psychisch mishandeld, verwaarloosd of seksueel misbruikt zijn, overal in Nederland de best mogelijke traumabehandeling te bieden.

(1) Zie ook het artikel over stigma op pagina 20
(2) Automutilatie is zelfverwonding
(3) Leony Coppens liet interessante filmpjes van ‘Center on the Developing Child at Harvard University’ zien, bijvoorbeeld: https://www.youtube.com/watch?v=rVwFkcOZHJw.


Tags: , ,