Pleegzorg: goedkoop is duurkoop

Als redactielid van Mobiel ging Willem van Uijen, in het dagelijks leven financieel consultant en pleegvader, een weekend naar de internationale pleegzorgconferentie IFCO in het Engelse Sheffield.  Wat hem meteen opviel, waren de enorme verschillen in de vergoeding van pleegouders voor de bijdrage die zij leveren aan de maatschappij.

Op de IFCO werd veel gesproken over ‘care leavers’, volwassenen die ooit kind ‘in het systeem’ zijn geweest. Dat zijn niet alleen volwassen pleegkinderen, maar ook volwassenen die in een groep hebben gewoond tot ze achttien waren. Mensen die vaak geen enkele terugvalbasis hebben, geen veilig thuis om naar terug te keren en die weinig vaardigheden hebben om zich te redden in de maatschappij. Pleegzorg en goede nazorg hadden een groot deel van deze problemen kunnen voorkomen.

Besparingen van pleegzorg
Om na te gaan wat pleegzorg oplevert voor de maatschappij, is het de gemakkelijkste manier om naar geld te kijken. Het alternatief voor pleegzorg is institutionele zorg ofwel wonen in een groep. Het is vele malen duurder om een kind in een groep op te vangen dan in een pleeggezin. Dan hebben we het nog niet eens over de besparingen van pleegzorg op lange termijn.

We weten dat institutionele zorg de ontwikkeling van kinderen ernstig hindert. Ook is opgroeien in een groep schadelijk voor de gehechtheid van een kind. Getraumatiseerde kinderen en kinderen met hechtingsproblematiek hebben een significant groter risico op gedragsproblemen. Al deze vroege problematiek kan later leiden tot grotere problemen, zoals criminaliteit, werkloosheid, dakloosheid en verslaving. Dit leidt tot hoge kosten voor de maatschappij. Een dakloze kost bijvoorbeeld naar schatting 31.000 euro per jaar en een gedetineerde ruim 74.000 euro per jaar.

De Britse pleegverzorger
Op de conferentie in Sheffield leerde ik hoe het Britse systeem werkt: pleegouders (die daar pleegverzorgers genoemd worden, omdat ze professionals zijn) krijgen per maand een vergoeding naar de zwaarte van de zorg. Voor een regulier pleegkind krijgen pleegouders al snel 1300 pond per maand (ongeveer 1450 euro), en tot wel 2000 pond (ongeveer 2275 euro) als ze een kind met grotere zorgvraag in huis nemen. Het is ook niet vanzelfsprekend dat ze hiernaast werken, ze worden gezien als een soort ZZP-er. Ernaast werken mag, maar de insteek is dat ze met die vergoeding ook in een deel van hun eigen levensonderhoud voorzien.

In Nederland lijkt dit op het gezinshuisouderschap, maar er zijn belangrijke verschillen tussen pleegouders en gezinshuisouders. Pleegouders zijn vrijwilligers. Minimaal één van de gezinshuisouders is een professional binnen de jeugdhulp. Deze ouder krijgt ook betaald voor de opvang van het kind. Per gezinshuiskind krijgt de gezinshuisouder zo’n 0.25 FTE salaris, wat meestal ongeveer 800 euro bruto per maand betekent. De problematiek bij gezinshuiskinderen is in het algemeen ernstiger dan bij pleegkinderen. Kinderen in pleegzorg zijn overwegend in staat te functioneren in een gezinssituatie, dit is bij de doelgroep voor de gezinshuizen niet altijd het geval.

Liefde en passie
Laat ik een ding duidelijk stellen: pleegouder ben je niet voor het geld. Dat is een indruk die wordt gewekt door Amerikaanse televisieseries, maar houdt geen stand gezien de kleine vergoeding die pleegouders krijgen. Pleegouderschap is iets waar je liefde en passie voor nodig hebt. Ik ben ervan overtuigd dat er geen pleegouder in Nederland is die niet het allerbeste voor heeft met zijn pleegkind.

Wel vraag ik me af waarom er in Nederland niet meer geld wordt besteed aan een pleegkind. Als pleegvader krijg ik dagelijks erkenning van mensen om mij heen, van mensen bij de supermarkt en op school, op de dagopvang en op mijn werk. Maar een pleegzorgvergoeding van 543 euro per maand is geen vetpot en spreekt in geen opzicht van een gepaste erkenning van de overheid.

Extra kosten
Om mijn pleegkind de benodigde zorg te kunnen bieden, zijn mijn vrouw en ik allebei een dag minder gaan werken. Dat kost ons netto ruim 600 euro per maand. We kiezen er zelf voor, maar dat leveren we wel in. Als wij beiden fulltime zouden werken, waren we ongetwijfeld minder goede pleegouders. Dat voelt niet goed, dus die kosten nemen we voor lief. Ik geef mijn vrije tijd en een werkdag op in dienst van een ander. Dat doe ik met liefde, maar het bespaart de overheid een stuk meer dan het mij kost. Daar zie ik weinig van terug. Ik vraag niet om compensatie voor gemist inkomen uit werk, maar ik zou bijvoorbeeld graag een vergoeding krijgen voor kinderopvang. Als ik mijn pleegkind naar een kinderopvang of naschoolse opvang wil sturen, zijn die kosten voor mijn rekening. Dat kan ik niet logisch verklaren.

Wat kan beter?
Ik vind dat pleegouders geen financiële last moeten hebben van pleegouderschap. Om dit voor elkaar te krijgen, zouden alle onkosten vergoed moeten worden. Er zou geld beschikbaar moeten zijn vanuit de overheid om pleegouders te kunnen laten focussen op de opvoeding, zonder geld mis te lopen aan gederfde inkomsten of hen voor andere kosten te laten opdraaien, zoals kosten voor kinderopvang. Er zou geld moeten zijn om pleegouders met grote regelmaat van goede scholing te voorzien. Een investering in pleegouders is immers een investering in de toekomst van een pleegkind en dat levert de maatschappij op termijn meer op. Met een ruimere pleegzorgvergoeding, vergelijkbaar met het niveau in het Verenigd Koninkrijk, zou die investering gedaan kunnen worden. En met de enorme besparing op de lange termijn zou dat geld weleens een van de beste investeringen in onze toekomst kunnen zijn.

 


Tags: ,