Herstel is mogelijk

Kunnen pleegkinderen zich herstellen van alle trauma’s die ze hebben meegemaakt? Trauma’s en ontoereikende zorg in de vroege jeugd zetten vaak een stempel op de gehechtheid van pleegkinderen. Ze laten onveilig of problematisch gehechtheidsgedrag zien in de omgang met hun pleegouders. Toch is herstel mogelijk.

Veel pleegkinderen hebben traumatische gebeurtenissen meegemaakt voor ze in het pleeggezin kwamen. Soms ging het om emotionele of lichamelijke mishandeling, soms om seksueel misbruik. Ook hebben veel pleegkinderen ontoereikende zorg gehad in hun (vroege) jeugd, bijvoorbeeld verwaarlozing of wisselende verzorgers. Door de meegemaakte trauma’s en ontoereikende zorg hebben pleegkinderen vaak onvoldoende vertrouwen in volwassenen gekregen. Als je als kind merkt dat er niemand naar je luistert als je verdrietig of bang bent, dan kun je maar beter niet huilen en dan laat je op den duur deze emoties niet meer zien. Of misschien werd je als kind afgewezen of gestraft als je je gevoelens van angst of onzekerheid liet zien. Ook in dat geval hebben pleegkinderen ondervonden dat ze maar beter hun emoties voor zich kunnen houden.

Vertrouwen
Soms is het nodig om specialistische hulp te zoeken voor de trauma’s die een pleegkind heeft meegemaakt. Laten we echter niet vergeten dat veel herstel in het gewone dagelijkse leven in het pleeggezin kan plaatsvinden. Het opbouwen van een veilige gehechtheidsrelatie maakt deel uit van dat herstel. Een voorbeeld: een pleegkind bezeert zich heel erg, maar gaat toch niet huilen en zoekt ook geen troost of hulp bij de pleegouders. Dit pleegkind reageert op grond van wat het vroeger heeft meegemaakt en beseft nog niet dat het zijn pleegouders kan vertrouwen. Als pleegouder kun je dan naar je pleegkind toegaan en het geruststellen, ook al vraagt het er nog niet om. Op die manier merkt je pleegkind dat het anders is dan vroeger en dat het nu wel op iemand kan terugvallen. Omdat dat een nieuwe ervaring is, kan het natuurlijk wel even duren voordat je pleegkind zelf troost en hulp durft te gaan zoeken.

Problematische gehechtheid
Als er problemen zijn met de gehechtheid van een kind, gebruiken we tegenwoordig liever de brede term ‘problematische gehechtheid’ dan het meer beperkte begrip ‘(reactieve) gehechtheidsstoornis’. Vaak wordt er over een gehechtheidsstoornis gesproken, terwijl er niet echt een diagnose door een kinderpsychiater is gesteld. In rapportages over pleeg- en adoptiekinderen wordt ook vaak ten onrechte gesproken over een gehechtheidsstoornis, terwijl nader diagnostisch onderzoek uitwijst dat er lang niet altijd sprake is van een echte gehechtheidsstoornis.

Veilige basis
Zowel bij de officiële kinderpsychiatrische indeling van gehechtheidsstoornissen (volgens de vroegere DSM-IV en de huidige DSM-5) als bij de bredere categorie van problematische gehechtheid gaat het om gedrag waaruit blijkt dat het kind de volwassenen niet als een veilige basis gebruikt. Veilig gehechte kinderen doen dat wel: als zij pijn of verdriet hebben, laten ze dat merken. Ze zoeken troost en steun bij hun vertrouwde verzorger en voelen zich daarna zo geholpen dat ze weer verder kunnen gaan met hun gewone leventje van spelen en leren. Wat er ook gebeurt, ze kunnen terugvallen op een veilige basis. Kinderen met een onveilige of problematische gehechtheid hebben dat rotsvaste vertrouwen niet en gedragen zich daarom anders.

Te weinig troost en contact
Net als in het voorbeeld hierboven zoeken sommige pleegkinderen met een onveilige of problematische gehechtheid nauwelijks troost of contact. Als ze zich bezeren of als er iets aan de hand is, gaan ze niet naar de vertrouwde verzorger toe om getroost te worden. Ook reageren ze vaak minimaal op een aanbod van troost en hulp als ze van streek zijn of iets niet zelf kunnen oplossen. Als de pleegouder naar het kind toegaat om te helpen, lijkt het net alsof het niet bij het kind binnen komt. Soms zijn deze kinderen erg angstig of ongerust, terwijl het tegelijkertijd lijkt alsof er een onoverbrugbare drempel is om hulp te zoeken.

Allemansvriendjes
Weer andere pleegkinderen zijn weinig terughoudend in het contact met onbekende volwassenen. Normaal zijn jonge kinderen een beetje op hun hoede als ze nieuwe mensen ontmoeten. Ze blijven in de buurt van hun vertrouwde verzorger en kijken eerst even de kat uit de boom voordat ze reageren op een onbekende. Sommige pleegkinderen gedragen zich heel anders: ze klimmen op schoot bij een onbekende volwassene en praten of spelen met die onbekende alsof ze hem of haar al jaren kennen. Uit onderzoek weten we dat dit allemansvriendjesgedrag (in het Engels: indiscriminate friendliness) voorkomt bij nogal wat adoptie- en pleegkinderen.

Correctieve ervaringen
Zoals er vroeger te snel aan een gehechtheidsstoornis werd gedacht, zo was men vroeger ook te pessimistisch over het aanpakken van een gehechtheidsprobleem. In het verleden ging men er van uit dat gehechtheid na een bepaalde leeftijd niet hersteld kon worden. Als kinderen zo’n jaar of zes, zeven waren, kon een onveilige gehechtheid niet meer veranderd worden. Tegenwoordig weten we dat correctieve ervaringen helpen. Dat wil zeggen dat het krijgen van steun, hulp en troost kan helpen om alsnog een veilige basis te gaan ervaren. Ook bij pleegkinderen die al wat ouder zijn, ook bij pubers en zelfs bij volwassenen. Bij die correctieve ervaringen gaat het juist om de heel gewone, dagelijkse dingen: even wat persoonlijke aandacht krijgen als je van streek bent, iets grappigs meemaken en er samen om lachen, een compliment krijgen en je trots voelen als iets gelukt is, enzovoort.

Aan vertrouwen kun je bouwen
Door wat ze hebben meegemaakt, durven veel pleegkinderen niet meteen te vertrouwen op de nieuwe mensen die voor hen gaan zorgen. Een veilig gehecht kind rent zonder na te denken naar zijn verzorger toe als er iets aan de hand is. Hij gaat er onbewust van uit dat hij wel opgevangen zal worden en die verwachting komt meestal uit. Pleegkinderen hebben dat onbevangen vertrouwen vaak niet, maar pleegouders kunnen hen wel helpen om dat alsnog te krijgen. Het is en blijft mogelijk, want aan vertrouwen kun je bouwen.

Verder lezen:

Femmie Juffer (2016). Pleegkinderen op de drempel. Gehechtheid, identiteit en veerkracht. Hoofdstuk (pagina 205-227) in Femmie Juffer, Lindy Popma, & Monique Steenstra (Red.), 18 x 18. Pleegkinderen op de drempel. Uitgeverij Lecturis: http://www.lecturisbooks.nl/nl/webwinkel/18-x-18/101614

Femmie Juffer (2010). Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties. Inzichten uit gehechtheidsonderzoek. Research Memoranda, Nummer 6 / 2010, Jaargang 6. Raad voor de Rechtspraak. https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Researchmemorandum20106_Beslissingen-over-kinderen-in-problematische-opvoedingssituaties.pdf

Richtlijn Problematische gehechtheid: http://richtlijnenjeugdhulp.nl/problematische-gehechtheid/


Tags: ,