Plaatsing in vrijwillig kader

Kevin (6) en Soraya (5) wonen ruim vier jaar bij hun pleegouders Jeanette en Simon. Daarvoor woonden ze in een crisispleeg­gezin. Reeds jarenlang is er een ondertoezichtstelling (OTS) en uithuisplaatsing. De gecertificeerde in­stel­ling heeft de Raad voor de Kinderbescherming verzocht onder­zoek te doen naar de mogelijkheid tot gezagsbeëindiging. Volgens de instelling is er geen perspectief op opvoeding door de ouders. De Raad is het daar na zijn onderzoek mee eens, maar stelt voor de plaatsing in het vrijwillig kader voort te zetten. Voorwaarde is dat de ouder(s) – blijven – instemmen met de pleeggezinplaatsing.

De ouders geven bij de Raad aan dat ze achter de plaatsing staan en inzien dat zij niet voor de kinderen kunnen zorgen. De pleegouders vragen zich af of het vrijwillig kader na al die jaren  van plaatsing met OTS en machtiging tot uithuisplaatsing verstandig is, maar willen de ouders niet ‘afvallen’. De gecertificeerde instelling gaat mee in het voorstel van de Raad: de instelling verzoekt geen verlenging van de OTS en uithuisplaatsing, waardoor de OTS en machtiging verlopen.

De plaatsing wordt voortgezet in het vrijwillig kader. Dat wil zeggen: met instemming van de ouders. Hun instemming begint echter na verloop van tijd barsten te vertonen. De ouders willen steeds meer omgang. Ook zeggen ze tegen de kinderen dat zij misschien weer thuis kunnen wonen. De pleegouders vragen advies bij hun pleegzorgbegeleider. Die adviseert indien nodig een beroep te doen op het blokkaderecht. Wanneer duidelijk wordt dat de ouders echt willen overgaan tot beëindiging van de pleeggezinplaatsing, doen de pleegouders een beroep op het blokkaderecht. De ouders verzoeken hierop (ter doorbreking van het blokkaderecht) de rechtbank om vervangende toestemming. Deze is nodig om de plaatsing van de kinderen te beëindigen. De kinderrechter roept de betrokkenen op voor een zitting. De Raad verzoekt op dezelfde zitting om een voorlopige ondertoezichtstelling (‘spoed’-OTS) en een spoed­machtiging tot uithuisplaatsing. De rechter wijst het verzoek van de ouders af en willigt het verzoek van de Raad in. Hiermee is het verblijf van Kevin en Soraya veiliggesteld: de ouders kunnen de plaatsing niet beëindigen.

Reflectie
Het komt in de praktijk voor dat de Raad voor de Kinderbescherming in het kader van een onderzoek tot gezagsbeëindiging voorstelt de plaatsing te continueren in het vrijwillig kader. Dus zonder OTS en machtiging tot uithuisplaatsing of voogdijmaatregel en op basis van instemming van de gezaghebbende ouder(s). De Raad heeft zich tot doel gesteld het aantal kinder­bescher­mings­­maatregelen te verminderen(1). De vraag is of het na jarenlange OTS en uithuisplaatsing (die niet voor niets steeds door de kinderrechter is verlengd) haalbaar is om de plaatsing te – kunnen – continueren in het vrijwillig kader(2). De ouders zullen uiteraard, om gezagsbeëindiging te voorkomen, aangeven in te stemmen met de pleeggezinplaatsing. Uit het voorbeeld blijkt hoe kwetsbaar zo’n situatie kan zijn. Deze pleegouders moesten noodgedwongen een beroep doen op het blokkaderecht. Formeel kan daar pas na een jaar plaatsing in het vrijwillig kader een beroep op worden gedaan(3). Gelukkig heeft de Raad voort­varend gehandeld en zijn de ouders niet overgegaan tot het ophalen van de kinderen.            <

 

(1)       Zie onder andere de handreiking voor samenwerking tussen de Raad voor de Kinderbescherming en de gemeente: ‘Terughoudend waar het kan, doorpakken waar nodig’, voetnoot, pagina 7.

(2)       Zie ook deze rubriek in Mobiel 4, 2015.

(3)       In de praktijk blijkt dat rechters veelal bereid zijn ook de periode in het kader van de OTS mee te tellen, dus de termijn van de gehele pleeggezinplaatsing te rekenen. Zie over blokkaderecht deze rubriek in Mobiel 6, 2010.

 

 


Tags: ,