Op bezoek bij pleegzorg Vlaanderen

Pleegzorgorganisatie Lindenhout zet in op deskundigheidsbevordering van pleeg­ouders en pleeggezinbegeleiders. Een van de vragen daarbij is: Hoe kunnen we onze pleegouders versterken in positief opvoederschap wanneer pleegkinderen toenemende gedragsproblemen laten zien en een afgebroken plaatsing dreigt? Om antwoord te krijgen op die vraag gingen pleegzorgbegeleiders, een matcher en een gedragswetenschapper op bezoek bij Frank van Holen en zijn collega’s in Brussel.

Frank van Holen begon het werkbezoek met een presentatie over de organisatie van pleegzorg in Vlaanderen. Daardoor kwamen de verschillen tussen pleegzorg in Nederland en Vlaanderen naar voren. In Vlaanderen zijn vijf pleegzorgvoorzieningen, één per provincie. Ze ontvangen subsidie vooraf en verantwoorden pas achteraf. In Nederland is dit veranderd met de overgang naar de gemeenten. Bij ons krijgen pleegzorgorganisaties per pleegkind betaald en dit gebeurt achteraf.

Vier soorten pleegzorg
Pleegzorg Vlaanderen is sinds 2014 ingedeeld in vier soorten pleegzorg, de eerste drie zijn vergelijkbaar met Nederland:

  1. Ondersteunende pleegzorg; in weekend en vakantie en deeltijd
  2. Perspectiefzoekende pleegzorg
  3. Perspectiefbiedende pleegzorg
  4. Behandelingspleegzorg

Uit recent Vlaams-Nederlands onderzoek(1) blijkt dat men in Vlaanderen te weinig kijkt naar de problematiek van het kind vóór de plaatsing. In Nederland gebeurt dit meer, waardoor in de matchingsperiode al beter ingeschat kan worden wat het kind en de opvoeders nodig hebben om tot een goede plaatsing te komen.

Binnen de perspectiefbiedende pleegzorg kunnen de pleegzorgorganisaties in Vlaanderen 25 procent behandelingspleegzorg inzetten. Dit betekent extra subsidie die ze besteden aan methodiekontwikkelingen en extra inzet in de pleeg­gezinnen. Voorbeelden hiervan zijn grootoudercontact­groepen, traumagerelateerde behandeling en een programma gericht op de samenwerking tussen ouders en pleegouders.

Verschillen en overeenkomsten
Uit onderzoek van Frank van Holen en collega’s aan de universiteit Brussel(2) blijkt 85 procent van de pleegkinderen minimaal één trauma te hebben meegemaakt. 29 procent van de pleegkinderen heeft een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Nederlandse onderzoekers komen tot vergelijkbare percentages.

Recent Nederlands-Vlaams onderzoek(3) laat verschillen zien tussen Nederland en Vlaanderen: de gemiddelde leeftijd van kinderen die in een pleeggezin geplaatst worden, ligt in Nederland hoger dan in Vlaanderen. Bovendien hebben Nederlandse pleegkinderen vaker een plaatsingsgeschiedenis en hebben ze meer gedragsproblemen. Het aantal afgebroken plaatsingen is echter gelijk, vermoedelijk doordat Neder­landse pleegkinderen en pleegouders vaker verwezen worden voor externe hulpverlening. Bij netwerkpleegzorg komen afgebroken plaatsingen minder voor. Pleegkinderen die op­groeien bij familie of bekenden laten ook minder gedragsproblemen zien. Frank stelt hierbij dat netwerkpleegouders vaak al eerder de inschatting maken van de haalbaarheid van de plaatsing van het kind in hun gezin.

Pleegouders Versterken in Opvoeden
Extra begeleiding voor het kind en het verminderen van opvoedingsstress bij pleegouders is belangrijk bij het voorkomen van afgebroken plaatsingen. Op basis daarvan hebben Frank van Holen, Johan Vanderfaeillie en Femke Vanschoonlandt de methodiek PVO ontwikkeld: Pleeg­ouders Versterken in Opvoeden.

PVO bestaat uit twee programma’s:

–           Sociaal Interactioneel Model, gebaseerd op het model van Patterson, voor kinderen van 3 tot 12 jaar.
–           Geweldloos verzet, gebaseerd op de principes van Haim Omer, voor kinderen van 6 tot 18 jaar.

Voor pleegzorgorganisatie Lindenhout was met name het programma rondom geweldloos verzet interessant, omdat het PMTO-programma, uitgevoerd in Nederland, veel raakvlakken heeft met het sociaal interactioneel model (zie ook Mobiel 5 2015, Als gewoon opvoeden niet werkt’).

Geweldloos verzet
Een positief opvoedklimaat en handvatten om met het gedrag om te gaan zorgen voor succeservaringen, positieve betrokkenheid en gevoel van controle bij pleegouders. Geweldloos verzet zet hierop in. In tien sessies gaan de pleegzorgwerkers aan de slag met vier thema’s:

–           controle over het eigen handelen
–           relatieherstel
–           activeren van sociale steun
–           verzet bieden tegen probleemgedrag (zie ook Mobiel 6, 2014, thema ‘Pleegouders leren door’)

De pleegouders leren dat zij alleen invloed hebben op hun eigen handelen en daarin stappen kunnen zetten. Het stopzetten van eindeloze discussies en escalaties is belangrijk.

Het aantal afgebroken plaatsingen in Vlaanderen is in de afgelopen jaren gedaald van gemiddeld 44 procent naar 29 procent. Onderzocht wordt of de inzet van PVO hier medeverantwoordelijk voor is. Pleegouders geven vooral aan dat ze beter om kunnen gaan met naar buiten gericht probleem­gedrag, zoals agressie en ongehoorzaamheid, waar de doelstellingen van PVO op gebaseerd zijn. Ze geven echter ook aan minder moeite te hebben met naar binnen gericht probleem­gedrag, zoals angst en zich terugtrekken.

PVO in Nederland.
In Nederland zijn inmiddels pleegzorgwerkers van Parlan, Rubicon en Xonar geschoold in PVO, zowel in de vorm met jonge kinderen als in Geweldloos verzet. Frank van Holen is van mening dat PVO alleen als succesvol binnen een organisatie geborgd kan worden als er tijd voor vrijgemaakt wordt bij de werkers. Het is geen programma wat een pleegzorgbegeleider er ‘even bij’ kan doen.

De medewerkers van Lindenhout zijn geïnspireerd geraakt door alle praktijkvoorbeelden en onderzoeksresultaten en hebben hun bevindingen mee teruggenomen in de organisatie.      <

(1)       Vanderfaeillie, J., Pijnenburg, H., Damen, H., & Van Holen, F., (2015). Foster care assessment: A study of the placement decision process in Flanders. Child Abuse & Neglect.

Vanderfaeillie, J., Damen, H., van den Bergh, P., Pijnenburg, H., & Van Holen, F. (2015). Indicatiestelling voor pleegzorg: plaatsingsafwegingen in Vlaanderen en Nederland. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 54, 19-32.

(2)       Vanderfaeillie, J., Vanschoonlandt, F., Van Holen, F., De Maeyer, S., & Robberechts, M. (2014). Traumatische gebeurtenissen en traumatische stresssymptomen bij pleegkinderen. Een verkennende studie in Vlaanderen. Kind & Adolescent, 35(3), 135-149.

(3)       Goemans, A., Vanderfaeillie, J., Damen, H., Pijnenburg, H., & Van Holen, F. (submitted). Reunification after foster care: A study on factors associated with reunification outcomes in Flanders and the Netherlands. Vanderfaeillie, J; Goemans, A., Damen, H., Pijnenburg, H., & Van Holen, F. (submitted). Placement breakdown in the Netherlands and Flanders: prevalence and associated factors.

======
KADER
======

Paspoort Frank van Holen
Frank van Holen is doctor in de psychologische wetenschappen en systeemtherapeut met bijkomende specialisatie in de methode Geweldloos verzet. Hij werkt sinds 1992 in pleegzorg, momenteel als directeur hulpverleningsbeleid in pleegzorg Vlaams-Brabant en Brussel. Hij is als gastprofessor verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en is (co-)auteur van verschillende wetenschappelijke publicaties.


Tags: ,