Crisismanager met hart voor baby’s

De bel gaat. Evelien Zweekhorst veert op uit haar stoel. Voor de deur staat een vrouw met een kindje in haar armen. “Hé meisje, heb je het fijn gehad bij papa en mama?” vraagt Evelien hartelijk. Na een bezoek van anderhalf uur brengen de ouders hun dochter Lisa terug naar het tijdelijke pleeggezin van Evelien, Jan en hun vier zonen. De ouders van Lisa zijn minder begaafd en kunnen niet voor hun dochter zorgen.

Even later zit pleegmoeder Evelien met de koter van anderhalf op schoot aan tafel. Lisa brabbelt er vrolijk op los. “Heel bijzonder om de vooruitgang te zien”, zegt Evelien. “De eerste maanden zat Lisa passief op het kleed, nu is ze lekker actief en vraagt ze om aandacht.” Evelien zet haar op de grond, maar het meisje reikt met haar armpjes omhoog. Ze laat duidelijk merken dat ze er gezellig bij wil zitten.

Nieuwe pleegouders
Lisa woont een half jaar in het gezin van Evelien. Over twee weken gaat ze naar haar definitieve pleeggezin. Evelien: “Gelukkig gunnen haar ouders het Lisa om bij ons te zijn en ook om naar haar nieuwe pleegouders te gaan. Wij hebben gisteren kennisgemaakt, haar ouders vorige week al. Tijdens het bezoek zat Lisa op de grond te spelen en de pleegmoeder ging op een meter afstand zitten om speelgoed aan te geven en contact te maken. Lisa vond het oké. De kennismaking voelde goed, ook voor de ouders. De pleegouders willen voor Lisa gaan en gunnen de ouders een plek in haar leven. Dat is zó belangrijk.”

Vijfentwintig baby’s
Het gezin Zweekhorst is twaalf jaar pleeggezin bij Kompaan en De Bocht. Toen Jan en Evelien begonnen met pleegzorg, was hun oudste zoon vijftien en de jongste vijf jaar. Inmiddels hebben ze ruim vijfentwintig plaatsingen gehad, kindjes van dag nul tot twee jaar. Evelien: “De ouders kunnen niet voor hun baby zorgen, willen afstand doen van het kind of hebben bedenktijd nodig.” Ze hebben bewust gekozen voor crisis- en kort verblijfpleegzorg, voor heel jonge kinderen. “Mijn hart ligt bij baby’s en crisismanagement”, zegt Evelien. “Ik werk niet en heb alle ruimte om dit te doen. Kleintjes passen het beste in ons gezin, dat vinden de jongens ook.” Haar kennis en ervaring zet ze als buddy in voor andere pleegouders. Ook haar man en zonen dragen de nodige steentjes bij in de zorg. “Pleegzorg kun je alleen met z’n allen doen. Het kind is er altijd. Zelfs onze oudste zoon, die op zichzelf woont, wordt er door de kleintjes bijgesleept om te spelen, als hij op bezoek is.”

Nakomertje of jonge vader?
Voor de buitenwereld is het soms een raadsel hoe hun gezin in elkaar zit. “Laatst gingen we in de stad eten. Op het terras hoorden we opmerkingen als: ‘Wat een jonge vader…’ ‘Nee, die baby is vast een nakomertje.’ Als ik met mensen over pleegzorg praat, hoor ik vaak: ‘Wat goed! Ik zou het niet kunnen. Ik zou zo’n kindje niet weg kunnen laten gaan.’ Dat laatste vind ik zelf ook ingewikkeld. Als crisispleegouder geef je een kind nog een breuk cadeau.”

Haar grootste frustratie is dat een plaatsing vaak door allerlei oorzaken wordt gerekt. “Soms woont een kind hier anderhalf jaar, dat is veel te lang. Dan denkt het kind dat het hier hoort en moet het toch weer weg. Ik vind dat jeugdzorg te veel naar ouders luistert, ze krijgen nog een kans en nog een. Dat gaat ten koste van de kinderen. Onzekerheid over je toekomst levert schade op, ook al ben je nog maar een jaar. De tendens is dat sneller duidelijk moet zijn waar een kind gaat opgroeien, maar in de praktijk zie ik daar nog niets van terug.”

Tranen met tuiten
De komst van de eerste pleegbaby herinnert Evelien zich goed. “De avond voordat we op vakantie gingen, kregen we de vraag: ‘Kunnen jullie een pasgeboren kindje opvangen?’ De baby ging eerst twee weken naar ervaren pleegouders. Na onze vakantie kwam het kindje bij ons, de ervaren pleegouders werden onze buddy’s. Na vijf maanden ging het kind terug naar de moeder. Dat vond ik verschrikkelijk, ik heb tranen met tuiten gehuild.” In de loop der jaren ontwikkelde Evelien een mechanisme om afscheid te nemen, zoals ze het zelf noemt. “Maar ik hecht me wel aan de kinderen en doe de zorg op volle kracht. Jan en ik vinden het ook belangrijk om met het hele gezin goed afscheid te nemen van de pleegkinderen.”

Als bekend wordt dat een kind wordt doorgeplaatst, begint het afscheid nemen. “In de weken voor het vertrek moet ik met mijn gevoel in het reine komen.” Dat gebeurt bijvoorbeeld als Evelien nadenkt welke spullen ze meegeeft. “Sowieso alle kleren, als de (pleeg)ouders het willen, en het speelgoed waar het kind graag mee speelt. Na het vertrek maak ik een fotoboek en een verslag voor het kind en de (pleeg)ouders. Ook doe ik uitgeprinte e-mails en appjes met de ouders en hulpverleners in een map. Het fotoboek en het verslag brengen we altijd zelf naar het nieuwe pleeggezin.”

We zijn er nog
De babykamer is bijna permanent in gebruik. Er staan foto’s van alle baby’s die bij hen hebben gewoond. “Het voelt alsof ze over elkaar waken.” De meeste kinderen gaan na hun vertrek naar een definitief pleeggezin. Ongeveer een vijfde gaat terug naar de ouders. Evelien wil graag contact houden, maar dat lukt niet altijd. “Dan willen de pleegouders een nieuwe start maken of ze vinden het teveel als ze ook nog contact moeten houden met ons. Toch kan contact helpend zijn voor een kind.” Ze vertelt over een jongetje van twee dat een tijdje bij hen woonde. “Toen hij zes was, zochten zijn pleegouders weer contact met ons om hem te laten ervaren dat wij er nog zijn. Hij kwam hier met zijn pleegmoeder en liep meteen naar de la met koekjes. Die wist hij nog te vinden! Zijn pleegvader vertelde dat hij voor het bezoek het knuffeltje had gezocht dat hij destijds van onze jongste zoon had gekregen.”

In de weekends hebben ze vaak een peuter van drie als logee. Hij woonde bij hen van een half tot twee jaar. Nu woont hij in zijn definitieve pleeggezin. “Zijn leven in het huidige pleeggezin verloopt stroef door zijn soms moeilijke gedrag en hij heeft veel last van de verplaatsingen in zijn leventje. In de weekends komt hij bij ons om zijn pleegmoeder te ontlasten. Dat voelt goed voor ons allemaal. Zo houdt hij een plekje in ons gezin.”


Tags: , ,