Met de jas nog aan

Het is midden in de nacht en op onze bank zit een meisje. Een blond meisje van tien, in een knalroze jas met bontkwastjes. Hoewel ze al zeker tien minuten naast de verwarming zit, wil ze haar jas niet uitdoen. Om haar heen staan zes boodschappentassen vol met spullen. Haar hele leven zit erin. Onder haar bril vandaan rollen de tranen zachtjes over haar wangen. De jeugdzorgwerker zit naast haar en probeert haar te troosten.

Wij besloten om pleegouders te worden toen mijn vrouw en ik allebei 25 jaar waren. Na enkele maanden screening en voorbereiding waren we officieel beschikbaar als bestandsgezin. Mijn vrouw en ik hadden een kamer over met een logeerbed. “Laten we beginnen met crisisopvang, dan kunnen we er eventueel nog mee stoppen als het niet bevalt na een paar maanden.” Ik hoor het mezelf nog zeggen.

Knuffels en kleurpotloden
Op een vrijdagmiddag om half vijf, nauwelijks twee weken later, worden we gebeld: “Kunnen jullie twee zusjes van drie en tien jaar opvangen?” We zeggen meteen ‘ja’ en haasten ons naar huis. Dan pas realiseren we ons dat we maar één logeerbed hebben. Gelukkig brengen mijn schoonouders een extra matras, zodat we in ieder geval de nacht doorkomen. Mijn vrouw koopt  snel twee kleine knuffels en wat kleurpotloden, voor in de nog lege speelgoedkast. De rest regelen we morgen wel. Pas rond middernacht gaat de bel en staat het oudste kind voor de deur. “Het zusje is nog spoorloos”, zegt de jeugdzorgwerker.

Klaarwakker
De volgende ochtend zijn mijn vrouw en ik om half zes klaarwakker. De gedachte dat in de kamer ernaast onze eerste pleegdochter ligt te slapen laat het niet toe om langer te blijven liggen. We sluipen naar beneden en zitten zeker een half uur stil op de bank. Er schiet van alles door mijn hoofd. Waar is haar zusje? Hoe laat zou ze wakker worden? Gaat ze ons accepteren? Voelt ze zich bij ons wel veilig? Rent ze straks linea recta de deur uit? Ik sta op en schuif het nachtslot op de deur. Nu moet ze in ieder geval een stoel pakken voordat ze er vandoor kan.

Ruim zes uur later klinkt er boven gerommel. Ze is eindelijk wakker. Ik hoor een deur opengaan als mijn vrouw de trap oploopt. Nu is het echt begonnen. Waar er gisterenavond nog professionals bij waren, staan we er nu alleen voor. Vanaf dit moment zijn we pleegouders.

Beetje jaloers
De weken erna leren we onze pleegdochter langzaam maar zeker beter kennen. Vanwege haar verleden houdt ze afstand van mannen en hecht ze zich vooral aan mijn vrouw. Dit respecteer en begrijp ik, maar toch ben ik een beetje jaloers op de band die het meisje al snel opbouwt met ‘mijn betere helft’. Haar zusje is niet meer gekomen. Zij bleek na een week politiespeurwerk bij een vage kennis te zijn ondergebracht en is nu geplaatst bij haar oom en tante.

Uit het niets
Voor mij persoonlijk was de omschakeling groot toen ik daadwerkelijk pleegouder werd. Het hele ouderschap was nieuw. Ondanks mijn ervaring in de zorg, was het wennen om 24/7 een kind in huis te hebben. Bij een zwangerschap heb je negen maanden om je voor te bereiden en het kindje te leren kennen. Je groeit met elkaar mee. Uit het niets had ik een tienjarig kind! Weg waren onze favoriete series op tv. Nu keken we naar Nickelodeon en Brugklas.

Op het schoolplein
Ik stond voor het eerst op het schoolplein tussen andere ouders, maar ik hoorde er niet echt bij. Ik was minstens tien jaar jonger dan alle anderen. Bovendien beschouwen mensen je als pleegouder vaak niet als ‘echte’ ouder. Ze hebben bewondering voor wat je doet, maar toch kun je blijkbaar nooit begrijpen hoe het is om je eigen kind te hebben. Een amateur, dat ben je eigenlijk. Daarom voelen mensen zich ook snel vrij om een pleegkind als gemeenschappelijk goed te zien en ongegeneerd op- en aanmerkingen te maken over je opvoedvaardigheden.

Mensen leggen de manier waarop ik ons pleegkind aanspreek op een weegschaal. Als ik streng ben, is het zielig voor het kind, ze heeft immers genoeg meegemaakt. Als ik veel toelaat, krijg ik verwijtende blikken, omdat ik haar niet in het gareel weet te houden. Vaak krijg ik tips en suggesties. Allemaal goedbedoeld, maar niet altijd gepast.

Speelgoedkast
Ondanks al het wennen en de sociale impact, is het me meegevallen. Het (pleeg)ouderschap geeft mij vooral voldoening. Inmiddels zijn we meer dan een jaar, twee plaatsingen en een complete ‘voor-elke-leeftijd-wat-wils’ speelgoedkast verder. Waar ik eerder uitkeek naar de toekomst, leef ik nu voor vandaag. Waar ik me eerder weleens afvroeg wat ik nou eigenlijk doe met mijn leven, voel ik me nu onmisbaar. En waar ik eerder dacht dat we pleegzorg voorzichtig een aantal maanden moesten aankijken, zijn we nu perspectiefbiedende pleegouders van één (en hopelijk in de toekomst meerdere) pleegkind(eren).


Tags: ,