Het meerderjarige pleegkind

Vraag van pleegmoeder Mariëlle:
“Onze pleegzoon Diego wordt volgend jaar achttien, maar naar mijn idee is hij nog lang niet volwassen. Zijn voogd heeft ook haar twijfels. Diego woont al zeven jaar bij ons. Hij ziet er erg tegenop om helemaal voor zichzelf te zorgen. Wat gaat er op zijn achttiende allemaal veranderen op juridisch vlak? Kan hij nog bij ons blijven wonen en wat zijn de mogelijkheden voor hulpverlening na zijn achttiende?”

Antwoord van Mariska:
“Vanaf achttien jaar is het pleegkind meerderjarig. Het is dan handelings­bekwaam. Dit wil zeggen dat hij zelfstandig (zonder toestemming van gezaghebbende ouders of voogd), ‘rechtshandelingen’ kan verrichten die niet kunnen worden teruggedraaid. Denk bijvoorbeeld aan het kopen van een huis of het sluiten van een huwelijk. Voor minderjarigen geldt dat de gezaghebbende ouders (of voogd) een rechtshandeling kunnen terugdraaien of, zoals in het geval van een huwelijk, voorkómen. Een meerderjarige is zélf verantwoordelijk voor alles wat hij doet.

Voortgezette hulpverlening
Niet in alle gevallen is het pleegkind ‘volwassen’ als het achttien jaar is. Ook komt het vaak voor dat het pleegkind na zijn achttiende jaar in het pleeggezin blijft wonen. Het is mogelijk om de hulpverlening na het achttiende jaar aan het pleegkind voort te zetten. Dit betekent dat de pleeggezinbegeleiding en de pleegvergoeding kunnen worden voortgezet tot uiterlijk het 23e jaar van het (jongvolwassen) pleegkind. Voorwaarde is dat de jeugdhulp (pleegzorg) reeds voor het achttiende jaar was gestart. Hiervoor is een zogenaamd ‘jeugdhulpbesluit pleegzorg’ nodig van de gemeente. Dit besluit moet door het pleegkind zelf worden aangevraagd.

Het is verstandig de aanvraag reeds voor het achttiende jaar bij de gemeente in te dienen. Het pleegkind kan daarbij uiteraard worden ondersteund door de pleegouders of door zijn (gezins)voogd als er sprake is van een ondertoezichtstelling of voogdijmaatregel. De gemeente verleent het jeugdhulpbesluit (de verlengde hulpverlening) als kan worden vastgesteld dat de hulpverlening (hier: pleegzorg) ook na het achttiende jaar nog nodig is. Als de gemeente de aanvraag tot verlengde hulpverlening (geheel of gedeeltelijk) afwijst, kan hiertegen bezwaar worden aangetekend en indien nodig beroep worden ingesteld.

Vervallen bijzondere kosten
Als er sprake is van een gedwongen maatregel, vervallen ook de ondertoezichtstelling en voogdijmaatregel met het bereiken van het achttiende jaar. Dit betekent dat er wettelijk gezien sprake is van het zogenaamde ‘vrijwillige kader’. Dit heeft als gevolg dat de pleegouders niet meer in aanmerking kunnen komen voor vergoeding van bijzondere kosten die zij voor hun pleegkind maken.

Volwassenbeschermingsmaatregelen
Soms is iemand onvoldoende in staat om de eigen belangen goed te behartigen of voor zichzelf te zorgen. Dit kan ook voor een pleegkind het geval zijn. Een volwassenbeschermingsmaatregel kan dan uitkomst bieden. Bewind, mentorschap of curatele zijn volwassenbeschermingsmaatregelen. Het gaat dan om mensen die onvoldoende voor zichzelf kunnen zorgen, bijvoorbeeld door een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek. De maatregelen kunnen al worden aangevraagd voordat de betrokkene achttien jaar is. De maatregel gaat dan in op het moment dat de betrokkene meerderjarig wordt.

Bewind
De wet geeft bijvoorbeeld de mogelijkheid om (een deel van) de goederen van de meerderjarige onder bewind te stellen. Het vermogen van de meerderjarige wordt dan beschermd door de bewindvoerder. Bewindvoering kan worden ingezet voor mensen die vanwege een lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat zijn om hun financiële belangen te behartigen of problematische schulden hebben.

Mentorschap
Het is ook mogelijk om voor iemand die op het persoonlijke (niet financi­ële) vlak niet voor zichzelf kan zorgen een mentor te benoemen. De mentor geeft de meerderjarige dan advies en neemt zoveel mogelijk in overleg met hem beslissingen op het gebied van zijn verzor­ging, verpleging, behandeling en begeleiding. Mentorschap is bedoeld voor mensen die hun persoonlijke belangen niet meer kunnen behartigen vanwege een verstandelijke handicap of psychiatrische problemen.

Curatele
Tenslotte biedt de wet de mogelijkheid iemand onder curatele te stellen. Dit is de ‘zwaarste’ volwassenbeschermingsmaatregel. De meerderjarige verliest zijn handelingsbekwaamheid en kan dus niet meer zelfstandig rechtshandelingen verrichten. De benoemde curator vertegenwoordigt de onder curatele gestelde. Met een ondercuratelestelling wordt zowel de persoon als het vermogen van de onder curatele gestelde beschermd. Ondercuratelestelling is bedoeld voor mensen die zowel hun financiële als andere persoonlijke belangen niet kunnen behartigen, bijvoorbeeld vanwege psychiatrische problematiek of drank- en drugsmisbruik.

Kantonrechter De kantonrechter beslist over de ondercuratelestelling, de onderbe­windstelling en het mentorschap. Ook als iemand onder curatele staat en die curatele moet worden vervangen door een bewind en/of mentorschap, beslist de kantonrechter.

Verzoek indienen
In principe kan iedereen die meerderjarig is en dat wil door de kantonrechter tot curator, bewindvoerder of mentor worden benoemd. Wel beoordeelt de kantonrechter de geschiktheid.  Een verzoek tot volwassenbeschermingsmaatregel kan worden ingediend bij de rechtbank, sector kanton en kan zonder advocaat worden ingediend.

De volwassenbeschermingsmaatregelen kunnen worden verzocht aan de rechter door de betrokkene zelf of door familieleden in de vierde graad; (groot)ouders, (klein)kinderen, ooms en tantes, neven en nichten, de voogd en de Officier van Justitie. Pleegouders kunnen dit alleen doen als zij de voogdij hebben over het pleegkind en als ze de volwassenbeschermingsmaatregel voor het achttiende jaar verzoeken.


Tags: ,