Een huis vol meiden

Na een moeilijke scheiding verhuisde Naïma (38) naar een andere stad. Ze liet haar catering­bedrijf achter en ging op zoek naar werk als kok. Ze kwam terecht bij een particuliere jeugdzorginstelling, waar ze voor het eerst in aanraking kwam met kinderen met een flinke rugzak. Naïma ontdekte haar kracht om in contact te komen met pubers en kreeg een baan als groepsleidster. Duidelijk, voorspelbaar en consequent zijn helpt haar om een huis vol pubermeiden positief te houden. “In de Koran staat dat je goed moet zijn voor anderen.”

Wat is de samenstelling van uw gezin?
“Ik heb twee puberdochters van 14 en 16 jaar en ben net bevallen van een dochtertje. Met haar vader heb ik een latrelatie. Daarnaast heb ik twee pleegdochters van 16 en 17. Ik had nog een pleegdochter van 21, maar zij is net het huis uit.”

Hoe kwam u ertoe om pleegouder te worden?
“Ik was al twee jaar persoonlijk begeleidster van mijn eerste pleegkind. Toen de instelling waar ik werkte zeven jaar geleden dicht moest vanwege bezuinigingen, hield ik contact met vier kinderen uit één pleeggezin als weekendpleegmoeder. Eén van hen was niet gelukkig in haar pleeggezin. Ze liep iedere keer weg en kwam dan naar mij toe. Ze vroeg of ze bij me kon wonen en dat hebben we formeel gemaakt. Later kwam haar zusje ook bij ons wonen. Alle pleegkinderen zijn net als ik islamitisch.”

Hoe reageerde uw omgeving en familie op het pleeg­ouderschap?
“Mijn ouders hadden er in het begin moeite mee. Ze vroegen: ‘Heb je niet genoeg aan je eigen sores gehad, dat je begint aan die van een ander?’ Nu bewonderen ze mijn keuzes. Ook mijn familie en vrienden hebben er waardering voor dat ik hier als alleenstaande moeder nog het geduld en de energie voor heb. In de moslimgemeenschap ben ik er open over dat ik pleegouder ben. Sommige moeders zeggen: ‘Je eigen kinderen be­zorgen je toch al genoeg hoofdpijn?’ Dan vertel ik dat in de Koran staat dat je goed moet zijn voor anderen, vooral voor kinderen die geen ouders meer hebben of die ouders hebben die niet voor hen kunnen zorgen. Onze profeet waardeert dat juist enorm. Het tekort aan moslimpleeggezinnen komt voort uit onwetendheid. Ik wil graag met de pleegzorgorganisatie een informatieavond organiseren voor de moslimgemeenschap.”

Hoe ziet uw begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
“Mijn begeleider is een goed, betrokken persoon waar ik op kan rekenen. Ik heb ook andere ervaringen gehad. Het contact met voogden is wisselend. Nu heb ik een voogd die wel af en toe reageert, maar ik heb ook een voogd gehad die ik zelf moest benaderen en die nooit vroeg naar de kinderen.”

Waar heeft u steun bij nodig, waar bent u onzeker over?
“Mijn pleegdochter van 21 is net het huis uit. Na haar achttiende bleef ze bij ons wonen. Toen ze haar eigen weg wilde bepalen, ging het niet goed meer en begon ze te liegen. Het was beter als ze toch op kamers zou gaan. We zochten samen een kamer en ik hielp haar met de verhuizing. Nu neemt ze afstand. Ze vertelt aan anderen dat ze zich afgewezen voelt, maar ze wil er met mij niet over praten. Ze zegt dat er niets aan de hand is. Dat maakt me onzeker. Ik wil graag weten wat ik een volgende keer anders kan doen. Ik wil haar het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staat, dat ze iemand heeft op wie ze kan bouwen.”

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
“Helaas is er weinig contact. Van één van de meisjes is de moeder om het leven gebracht door de vader. Vanwege onveiligheid en mogelijke eerwraak is contact met familie onmogelijk. Van het andere pleegkind staat de moeder niet open voor contact, omdat ze nog steeds boos is over hoe haar dochter is weggegaan. Het meisje wil graag contact met haar zusjes, maar haar moeder wil dat niet. Ik vind het moeilijk, want ik gun hun het contact. Ik kan nooit een moeder vervangen, maar ik doe veel dingen die een moeder hoort te doen. Ik vervul wel een moederrol in hun leven.”

Welke praktische problemen komt u tegen?
“Ik zou een grotere auto willen, zodat we er allemaal in passen.”

Hoe gaan jullie kinderen om met de pleegkinderen?
“Dat gaat goed. Ik heb hen vanaf het begin overal bij betrokken. Mijn kinderen vragen soms om meer momenten met ons eigen gezin. Ik doe dat soms wel, maar niet zo vaak. Ik vind dat alle kinderen gelijkwaardig behandeld moeten worden. Onze pleegkinderen kunnen niet terugvallen op ouders. Ze horen bij ons.”

Zijn er momenten waarop u denkt, hier had ik nooit aan moeten beginnen?
“Nooit. Kon ik nog maar meer pleegkinderen gelukkig maken.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor!
“Als je weet wat ze allemaal hebben meegemaakt en je ziet dat ze genieten en zich veilig voelen. Een glimlach is voor mij een beloning.”


Tags: ,