Afscheid van Tom

Tom, de broer van onze pleegzoon, is verdronken. Hij werd al een maand vermist. Er zijn geen aanwijzingen voor een misdrijf en het lijkt op zelfmoord. Ik schrijf deze brief omdat ik denk dat de zelfmoord mogelijk voorkomen had kunnen worden.

Evenals onze pleegzoon had Tom een verstandelijke beperking. Ze leken op elkaar. De dood van Tom was voor mijn man en mij een heftige gebeurtenis, want hij voelde een beetje als familie. We moesten niet alleen onze pleegzoon opvangen, we hadden zelf ook een moeilijke tijd. Natuurlijk vroegen we ons af waarom dit was gebeurd. Rond de begrafenis hoorde ik dat Tom werd gepest, ook in zijn pleeggezin. Tom was al achttien jaar geweest, dus er was geen enkele controle meer. Het pleeggezin van Tom hield het contact tussen hem en zijn ouders en broers tegen. Alleen als zijn pleegouders er echt niet onderuit konden, kwam Tom bij zijn ouders op bezoek. Dit gebeurde veel te weinig om een band met hen te kunnen opbouwen. Wij denken dat het voor pleeg­kinderen heel belangrijk is om contact te houden met hun ouders en hun broers en zussen. Pleegkinderen kunnen zichzelf in hun familie herkennen en zich aan hen spiegelen. Het contact kan ook moeilijkheden opleveren, maar dat hoort erbij.

Wij praten met onze pleegkinderen met liefde en respect over hun ouders. Dat is niet zo moeilijk als het lijkt, want je ziet in de ouders het kind. Als je de ouders afwijst, wijs je het kind af.

Wij weten heel goed dat de pleegkinderen eigen ouders hebben en ook hoe belangrijk die voor hen zijn, maar we voeden hen op als waren het onze eigen kinderen. We leren hun als het ware de manier waarop ze met hun ouders om kunnen gaan. We verzinnen spelletjes en activiteiten die ze met hen kunnen doen. Aan de andere kant geven we de ouders tips voor cadeautjes. Een dekbedhoes is bijvoorbeeld een heel fijn cadeau: “Heeft mama voor me gekocht en ik lig er lekker onder!” We kijken goed naar de ouders en de andere familieleden om te zien waar we het kind kunnen helpen en bijsturen, want het is geen schone lei.
Het is ook heel waardevol voor het kind vanaf twaalf jaar om bij het algemeen overleg te zijn. De mensen die met het kind te maken hebben, zijn aanwezig: ouders, pleegouders, pleegzorgwerker, eventueel een leerkracht of andere betrokkenen. Daar worden de nieuwe doelen besproken. Het kind hoort alles, mag meepraten en zeggen wat het belangrijk vindt. Het kind voelt zich gesteund, de verschillen en moeilijkheden worden gehoord en besproken en er wordt een lijn uitgezet: “Zo gaan we het doen.” Alle mensen die belangrijk voor het kind zijn, zitten om hem heen als ridders rond de ronde tafel. Het kind zit beschut in het midden.

Naast dit waardevolle overleg moeten de voogd en de pleegzorgwerker regelmatig met het pleegkind alleen praten.

Als pleegkinderen achttien jaar worden, moet er nog een vorm van begeleiding en controle blijven. Zeker voor jongeren met een verstandelijke beperking. Had Tom dit ook allemaal maar gehad…

Pleegmoeder Marga


Tags: ,