Aanpak van een negatief zelfbeeld

Zitten er bouwstenen in het kind die kunnen voorkomen dat het door het ijs zakt? Dat is de centrale vraag die Gijs Visser stelt als hij kinderen of jongeren met een negatief zelfbeeld in zijn praktijk krijgt. “We gaan altijd op zoek naar het gezonde deel in iemand en proberen dat te laten groeien. Een kras in je ziel zal nooit helemaal verdwijnen, maar hoeft beslist niet de overhand te hebben.”

Gijs Visser (39) is vader van drie dochters en een zoon. Samen met echtgenote Maaike runt hij nu zes jaar Kind- en Jongerenpraktijk GO! in Zwolle. Daarnaast is hij mentaal begeleider van jonge sporters en werkt hij ook een dagdeel in de week voor de Ruud van Nistelrooy Academie, die jeugdigen stimuleert in het ontwikkelen van talenten en mogelijkheden, ongeacht de omstandigheden waarin ze leven. Het echtpaar Visser heeft zich gespecialiseerd in kinderen en jongeren met een verlieservaring en ziet ook regelmatig pleegkinderen in de praktijk. Ook zij hebben immers te maken met een verlieservaring. Niet in de laatste plaats door de uithuisplaatsing.

Intieme verlieservaring
“Pleegkinderen vormen een bijzondere categorie. Zij hebben te maken met een diffuus verlies. Een verlies dat minder pakbaar is en ook weinig rituelen kent. Als een ouder overlijdt, heb je een brievenbus vol meelevende kaarten, een uitvaart en aandacht op school. De dood kent rituelen en heeft een vorm. Een uithuisplaatsing heeft dat niet. Die levert veel stress en grillige situaties op maar heeft geen vorm, geen rituelen. Terwijl het wel een intieme verlieservaring is. De dood of een echtscheiding, dat snapt tegenwoordig iedereen. Die zaken zijn wat toegankelijker, maar je nest van herkomst moeten loslaten, het hechten aan een nieuw gezin en een nieuwe situatie, dat is andere koek. Deze kinderen krijgen een forse knauw. En toch, wat ook de reden van de uithuisplaatsing is, die kinderen houden vast aan waar ze vandaan komen. Onvoorwaardelijke loyaliteit.”

Krassen op je ziel
Gijs Visser heeft wel ideeën over het ontstaan van een negatief zelfbeeld. “Je zelfbeeld wordt voor het grootste deel gevormd als je klein bent. Ben je welkom? Of zitten je ouders niet op je te wachten? Een kwestie van hechting dus. Daar ligt een enorme basis voor kinderen, de bouwstenen voor hoe je jezelf ontwikkelt. Natuurlijk kun je gaandeweg door levenservaringen ook krassen oplopen in je zelfbeeld. Bijvoorbeeld in je schoolklas. Ik krijg heel veel gepeste kinderen in de praktijk. Ook kinderen die niet zo goed kunnen leren en op de basisschool geen goede resultaten halen. Dan denken kinderen al snel dat ze dom zijn. Ik had het zelf vroeger ook. Taal was niet mijn sterkste kant en ik bleef een keer zitten. Ik voelde me dom. Ik ben nu 39. Als ik in het openbaar iets moet schrijven of vertellen, moet ik even over een drempel. Dat is gewoon een kras in mezelf. Ik ga er niet meer onder gebukt, maar ik voel ‘m af en toe nog wel. Krassen helemaal uit je ziel kunnen verwijderen, daar geloof ik niet in. Maar je kunt wel leren omgaan met faalangst of een beperkt zelfbeeld en jezelf ondersteunen als je je ongemakkelijk voelt. Ik werk ook veel met sporters. Als ze presteren blaken ze van zelfvertrouwen, maar als het even minder gaat, raken ze soms in een dip. Waar ik ze mee help, is het zoeken naar bouwstenen die kunnen voorkomen dat ze door het ijs zakken.”

Dakarrally
De werkwijze van Gijs Visser laat zich niet vangen in een bepaalde therapie. “We bieden in onze praktijk geen bestaande methodes aan. Wat we doen, lijkt op de Dakarrally van vroeger, toen je een bestuurder had en een bijrijder die navigeerde. De hoofdrijder is de jongere en ik ben de bijrijder. Het kind moet de motivatie hebben om de reis te ondernemen. Ik herken het landschap wat sneller. Onze praktijk is een ontmoetingsplek waar kinderen en jongeren op adem kunnen komen en kunnen delen wat hun dwars zit, waar de pijn zit. Wat ik simpelweg doe met kinderen is mijn hart wagenwijd open zetten. Ze zijn welkom. Vertel eens, wat voor klus moet je klaren. Daar probeer ik in te ondersteunen. Te zoeken naar de bouwstenen, de mogelijkheden. Die heeft iedereen. Dan zeg ik: Wat ben je een topper! Je hebt mogelijkheden en talenten. Geniet daarvan, doe jezelf niet tekort!”

Volgens Gijs Visser kan een negatief zelfbeeld wel honderd verschillende gezichten hebben. “Je ziet vaak dat kinderen een gebrek aan zelfvertrouwen proberen te compenseren met iets anders. De een doet dat met een grote mond, de ander met onverschilligheid. Weer anderen zijn heel teruggetrokken en willen onzichtbaar zijn of ze lachen alles weg. Hoe dan ook, het zijn allemaal overlevingsstrategieën. Een masker, leven aan de buitenzijde. Ik probeer naar binnen te gaan. Wie ben je nu echt? Pleegkinderen zitten vaak met een schuldgevoel, gekoppeld aan onmacht, na een uithuisplaatsing. Ze hadden zo graag een goede bijdrage willen leveren aan hun nest. Wat kan ik bijdragen dat het niet fout gaat? Een schuldgevoel levert een negatief zelfbeeld op. Dat is het gekwetste deel van jezelf. Ik wil kinderen uitnodigen om het gezonde deel aan te spreken. Even naar het hier en nu. Als het ware met een drone naar jezelf kijken, het gezonde deel ontdekken en herkennen en dat laten groeien.”

Tips
Gijs Visser is terughoudend met het geven van tips aan pleegouders. “Daarin ben ik bescheiden. Ik heb erg veel respect voor pleegouders die met een open hart een kind van een ander in huis nemen. De grootste klus die zij in mijn ogen te doen hebben, is het eren van de biologische ouders. Pleegkinderen zijn vaak getraumatiseerd. Ze zijn verwond. Dat is misschien niet altijd direct zichtbaar. Als het zich uit, kan dat heel divers zijn. Als je dat al ziet ben je een heel eind op de goede weg. Het is soms ook moeilijk voor een pleegkind om in een goed lopend gezin mee te draaien. Hoe veiliger het wordt, des te meer zal het kind laten zien van zijn binnenkant. Dat kan ook woede of agressie zijn. Geef het kind in elk geval de ruimte.”


Tags: , ,