Ondertoezichtstelling of gezagsbeëindiging?

De ondertoezichtstelling (OTS) en machtiging uithuisplaatsing (pleegzorg) zijn bedoeld voor een ‘korte’ periode van verzorging en opvoeding. Het ouderlijk gezag blijft intact, maar wordt beperkt. Toch kunnen de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing (pleegzorg) jaarlijks worden verlengd. In de praktijk kan dat jaren doorgaan. Dat kan lastig zijn, want voor allerlei zaken is toestemming van de ouder(s) met gezag nodig. Voor schoolkeuze, medische behandeling of het aanvragen van een paspoort is de medewerking nodig van de gezaghebbende ouder(s).

Beëindiging van het ouderlijk gezag
Vooral als ouders weinig medewerking verlenen aan de ondertoezicht­stelling, kan het nodig zijn om het gezag van de ouders te beëindigen. Dat kan alleen als er geen zicht is op opvoeding door de eigen ouder(s). Als dit niet binnen een ‘aanvaardbare termijn’ gaat lukken, kan het beter zijn om het gezag van de ouder te beëindigen.

Voor het kind is het belangrijk om te weten waar het mag opgroeien. In eerste instantie dient de Raad voor de Kinderbescherming een verzoek tot gezagsbeëindiging in bij de rechter. Meestal vraagt de gezinsvoogdijwerker namens de gecertificeerde instelling(1) aan de Raad om hiertoe eerst een onderzoek te doen: is het in deze situatie nodig om het gezag van de ouder(s) te beëindigen?

De Raad voor de Kinderbescher­ming zal u als pleegouder(s) in dit onderzoek betrekken. Als de Raad vindt dat er goede gronden zijn voor een gezagsbeëindiging, dient de Raad dit verzoek in bij de kinderrechter. De Raad vraagt daarbij meestal aan u als pleegouder of u de voogdij wilt uitoefenen of de gecertificeerde instelling. Dezelfde vraag wordt voorgelegd aan de gecertificeerde instelling. De kinderrechter beslist uiteindelijk of het gezag van de ouder(s) wordt beëindigd en wie de voogdij krijgt.

Als de Raad voor de Kinder­bescherming beslist om geen verzoek tot gezagsbeëindiging in te dienen, zijn er (nog) twee mogelijkheden:
1. De gecertificeerde instelling legt het gezagsvraagstuk voor aan de kinderrechter.
Als de gecertificeerde instelling wel vindt dat gezagsbeëindiging nodig is, kan de instelling aan de Raad voor de Kinderbescherming vragen om de kinderrechter te verzoeken om een oordeel over de gezagsbeëindiging van de ouder(s). De Raad is verplicht om zo’n vraag voor te leggen. Als de kinderrechter het noodzakelijk vindt dat het gezag van de ouder(s) wordt beëindigd, spreekt de kinderrechter de gezagsbeëindiging uit. Dit gebeurt ‘ambtshalve’: de rechter spreekt de maatregel uit zichzelf uit. Dus zonder dat er een verzoekschrift is ingediend, maar op basis van de vraag van de Raad om een oordeel.

2. De pleegouders verzoeken zelf om gezagsbeëindiging.
Als de Raad voor de Kinder­bescherming besluit om geen verzoek tot gezagsbeëindiging in te dienen, kunnen de pleegouders in tweede instantie alsnog zelf zo’n verzoek indienen bij de rechter. Voor dit indienen van een verzoek tot gezagsbeëindiging is wel een advocaat nodig.

Het is raadzaam voor pleegouders om eerst stap 1 te proberen. U vraagt dan aan de gecertificeerde instelling om de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken de rechter om een oordeel te vragen. <

(1) Voorheen Bureau Jeugdzorg

 


Tags: ,