Een kwestie van privacy

Ik ben onderweg naar de bespreking van een onderzoek. Dirk is een jongen bij wie het gedrag al vanaf zijn kleutertijd opvalt. Nu heeft een gedragsonderzoeker daar eens nader naar gekeken. Voor mij is het gesprek een thuis­wedstrijd. Het kantoor van de onderzoeksinstelling is aan de overkant van de straat. Ik hoef er bij wijze van spreken mijn jas niet voor aan te doen.

Het is een goed gesprek. Fijn dat er zorgvuldig is mee­gekeken. Er komen een aantal bruikbare adviezen op tafel. Aan het eind van het gesprek krijgen de moeder en de pleegmoeder van Dirk het verslag en de adviezen mee. Voor mij is er geen exemplaar. Dat is geen onwil, maar de printer is er die ochtend mee gestopt.

De moeder van Dirk geeft ter plekke toestemming om de informatie ook aan mij te geven. We spreken af dat ik aan het eind van de week nog een keer binnenloop bij de onderzoeksinstelling. Terug op kantoor denk ik eraan dat het verslag ook gemaild kan worden. Ik heb inmiddels geen papieren archief meer, dus ik moet het toch digitaal opbergen.

Helaas, dat kan niet zomaar. Het is veel te riskant, vanwege de privacy. Ik mag alleen een papieren versie hebben. Dus steek ik een paar dagen later de straat weer over en haal het verslag op. “Oh, helemaal vergeten. Wacht, ik print het even.”

Ik loop terug naar mijn kantoor en scan het document. Daarna haal ik het verslag door de papierversnipperaar. Ik wil niet dat het door het kantoor gaat zwerven. Privacy hè.

 


Tags: ,