De nieuwe richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming

Ook belangrijk voor pleeggezinnen!

Voor het eerst hebben beroepsorganisaties en het Nederlands Jeugdinstituut richtlijnen opgesteld voor werkers in de jeugdhulp en jeugdbescherming. Daarin is niet alleen aandacht voor professionele hulpverleners en begeleiders, maar ook voor de direct betrokkenen, zoals pleegouders. De richtlijnen zijn openbaar toegankelijk via een websiteNOOT2.

Voor veel mensen zijn medische richtlijnen, zoals voor griep en hoofdluis, heel gewoon. Artsen baseren zich op kennis uit wetenschappelijk onderzoek. Als patiënten verwachten we dat artsen, op grond van deze kennis, adviezen geven en recepten uitschrijven. Net als bij de medische richtlijnen zijn de nieuwe Richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming bedoeld om professionals te ondersteunen in hun dagelijkse werk. De richtlijnen bieden een overzicht van up-to-date kennis en praktische aanbevelingen, zodat (pleeg)ouders en kinderen de best mogelijke zorg en begeleiding kunnen krijgen.

Veertien richtlijnen
De beroepsorganisaties voor pedagogen, psychologen en maatschappelijk werkersNOOT3 hebben het initiatief genomen om de richtlijnen te ontwikkelen. In vijf jaar tijd zijn er veertien richtlijnen tot stand gekomen (zie kader). Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) is namens de beroepsorganisaties belast met de dagelijkse organisatie en de website.

********
KADER
********

 

Richtlijn                                                                      Omschrijving

ADHD*                                                                          Over ADHD (aandachtsproblemen en druk gedrag)

Crisisplaatsing                                                             Overwegingen bij uithuisplaatsingen tijdens een crisissituatie

Ernstige gedragsproblemen                                      Herkenning en behandelingen bij ernstige gedragsproblematiek

Kindermishandeling*                                                 Hoe te handelen bij (mogelijke) kindermishandeling en verwaarlozing

KOPP                                                                              Ondersteuning van Kinderen van Ouders met Psychische (en/of verslavings-)Problemen (KOPP)

Middelengebruik*                                                        Over risicovol middelengebruik (alcohol en drugs)

Multiprobleemgezinnen                                             Hulpverlening aan gezinnen met meervoudige en complexe problematiek

Pleegzorg                                                                       Over kinderen die in een pleeggezin worden opgevangen, hun ouders en pleegouders

Problematische gehechtheid                                     Herkenning en behandeling van gehechtheidsproblemen

Residentiële jeugdhulp                                              Hulp aan zes- tot achttienjarigen in tehuis of kliniek
(Hulp aan kinderen onder de zes jaar vindt bij voorkeur plaats binnen een gezin)

Samen beslissen over passende hulp                      Samen met ouders en kinderen beslissen welke hulp het beste past en effectief is

Scheiding en problemen van jeugdigen                 Ondersteuning van kinderen van wie de ouders uit elkaar gaan of al uit elkaar zijn

Stemmingsproblemen                                               Hulp aan kinderen die (vermoedelijk) kampen met stemmingsproblemen en -stoornissen

Uithuisplaatsing                                                         Hoe te handelen bij een uithuisplaatsing

*Verwachte publicatie: begin 2016.

Betere hulp
Flip Dronkers, kinder- en jeugdpsycholoog, is programmaleider van de richtlijnen. Dronkers: “We waren in het begin ongerust over een mogelijk negatieve beeldvorming. Het woord ‘richtlijnen’ klinkt bureaucratisch en door anderen opgelegd. Professionals in het jeugddomein hebben gelukkig goed begrepen wat richtlijnen zijn: eigen vakinhoudelijke standaarden voor goed hulpverlenerschap. De jeugdprofessional staat er sterker door in zijn vak en ouders en pleegouders krijgen betere hulp. Uit onderzoek blijkt dat inmiddels 75 procent van de jeugdprofessionals vindt dat richtlijnen bij de uitoefening van het beroep horen. Dat is een mooie score, want we staan eigenlijk nog maar aan het begin.”

Kennis uit de praktijk
Tegenvallers waren er ook volgens Dronkers: “Wat tegenviel bij het maken van de richtlijnen is, dat we beschikken over weinig spijkerharde wetenschappelijke bewijzen. We hebben deze ruimschoots aangevuld met praktijkkennis van professionals en ervaringskennis van ouders en pleegouders – die wij zeer serieus hebben meegenomen – om tot aanbevelingen te komen waar het veld iets aan heeft.”

Richtlijn over gehechtheid
Marianne de Wolff, pedagoog en werkzaam als onderzoeker bij TNO, werkte als projectleider mee aan de Richtlijn Problematische gehechtheid. In 2013 werd zij voor Mobiel geïnterviewd toen deze richtlijn nog in ontwikkeling wasNOOT4. Inmiddels is de richtlijn af. Terugkijkend zegt De Wolff: “Gehechtheid is best een lastig thema, omdat iedereen daar wel iets van vindt. Bovendien zijn er veel zelfstandige professionals die allemaal hun eigen behandelingen hebben opgezet. Daarbij is de behoefte aan meer praktische hulpmiddelen bij diagnostiek en behandeling groot. De verwachtingen waren dus behoorlijk hoog gespannen.”

Herstel mogelijk
“We konden maar ten dele aan die verwachtingen voldoen”, vertelt De Wolff. “Een eenvoudige checklist om vast te stellen of een kind een problematische gehechtheidsrelatie heeft, is er niet. Ook het aantal behandelingen dat goed onderbouwd was, is gering. Over gehechtheid en hechtingsstoornissen bestaan ook misverstanden. Toen de eerste versie van de richtlijn klaar was, zei iemand dat hij het een mooie en belangrijke boodschap vindt, dat een problematische gehechtheidsrelatie ‘gerepareerd’ kan worden. Dat wil zeggen: er is altijd herstel mogelijk en de sleutel ligt bij de (professionele) opvoeders. Dat zie ik als winst van de richtlijn.”

Praktische suggesties
De Wolff is positief over het eindresultaat: “De Richtlijn Problematische gehechtheid biedt een toegankelijke inleiding in de gehechtheidstheorie en daarnaast praktische suggesties, zoals een lijstje met ‘do’s’ en ‘don’ts’ over hoe ouders en pleegouders een goede band kunnen opbouwen met hun kind (zie kader). Het belangrijkste is eigenlijk: ‘Wees alert op gehechtheid’. Dat klinkt eenvoudig. Het gaat om een bepaalde houding waarin je alert bent op gehechtheidsrelaties, zonder onnodig te problematiseren.”

********
KADER
********

Een goede band: Do’s

Neem de tijd om op een positieve en speelse manier contact te hebben met het kind. Nodig het kind uit om dingen samen te doen, zoals spelen, praten en huishoudelijke taken. Geef het kind de ruimte, maar houd wel de regie door keuzes aan te bieden.

Wees voorspelbaar, betrouwbaar en duidelijk naar het kind toe: zeg wat je doet en doe wat je zegt.

Een goede band: Don’ts

Wees niet opdringerig doordat je jouw activiteiten of wensen belangrijker vindt dan de activiteiten of wensen van het kind. Vermijd ‘moeten’.

Geef geen uiting aan je eigen gevoel van machteloosheid of onmacht in de omgang met het kind, zodat het kind zich afgewezen voelt.

Voorbeelden uit: www.richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2015/04/Werkkaarten_problematische_gehechtheid.pdf

Richtlijn Pleegzorg
Professionals gaan aan de slag met de richtlijnen, ook binnen pleegzorg. Sanne Campfens, werkzaam bij Juzt Pleegzorg, vindt het werken met de richtlijnen een goede zaak, omdat het werken binnen pleegzorg ingewikkeld en heftig kan zijn (zie kader). Mariska de Baat van het Nederlands Jeugdinstituut is een van de auteurs van de Richtlijn Pleegzorg. Op de vraag wat pleegouders hebben aan deze richtlijn, geeft De Baat aan dat zij er veel informatie in kunnen vinden. De Baat: “De richtlijnen zijn in de eerste plaats bedoeld voor professionals, maar pleegouders kunnen er wel hun voordeel mee doen. Zij kunnen lezen wat ze mogen verwachten van de professionals die hen begeleiden, wat de beroepsstandaard is. Ook kunnen ze in de richtlijn inhoudelijke informatie en verdieping vinden over de ontwikkeling van hun pleegkind en over het belang van stabiliteit.”

Goede zorg
De Richtlijn Pleegzorg is samen met betrokkenen tot stand gekomen. Ouders van uithuisgeplaatste kinderen, pleegouders en volwassen pleegkinderen hebben kritisch meegekeken en meegelezen. De Richtlijn Pleegzorg bestaat uit diverse artikelen en werkbladen en speciale versies voor ouders en pleegoudersNOOT5. De Baat vindt het belangrijk dat de informatie openbaar toegankelijk is op de website: “Daardoor worden ouders en pleegouders gestimuleerd om naar goede zorg te vragen. Zij kunnen informatie uit de richtlijnen gebruiken in gesprekken met begeleiders en hiermee duidelijk maken wat hun verwachtingen zijn van de begeleiders. Ook als ze bepaalde wensen hebben in de begeleiding of extra hulp voor hun pleegkind nodig hebben, kunnen ze naar de richtlijn verwijzen.”

********
KADER
********

Werken met richtlijnen

Sanne Campfens, behandelcoördinator Juzt Pleegzorg:
Regelmatig blijkt hoe moeilijk en heftig het werken binnen pleegzorg kan zijn en hoe verschillende, soms tegenstrijdige, belangen tegen elkaar afgewogen dienen te worden. Dan is het heel belangrijk dat de professionals dát doen wat helpend en effectief is.

De richtlijnen worden landelijk erkend en bieden aanknopingspunten om onze keuzes en ons handelen te verantwoorden. Iets wat door gemeenten, inspectie, Veilig Thuis en in toenemende mate door ouders en cliënten van ons gevraagd wordt. Een goede zaak, want kinderen en (pleeg)ouders hebben recht op goede zorg en die kunnen we binnen Juzt op deze manier leveren.

Hoe graag we het ook allemaal goed willen doen, miscommunicatie ligt op de loer. Iedereen heeft zijn eigen perspectief bij wat te doen in welke situatie, al dan niet op basis van kennis en eerdere ervaringen. Het opvoedbesluit is daar een uitgelezen voorbeeld van. Hoe krijgen we zo snel mogelijk helder waar een kind op mag groeien? De werkkaarten van de Richtlijn Pleegzorg geven in één oogopslag weer welke stappen je dan moet zetten en wat je niet mag vergeten. De termijn van zes maanden tot een jaar waarbinnen duidelijkheid voor een kind nodig is, is niet voor niets scherp gesteld. De richtlijn helpt ons om deze termijn te respecteren en daarmee ook het kind. Overigens geeft de Richtlijn Problematische gehechtheid ook veel aanknopingspunten voor ons werk: denk aan het in kaart brengen van gehechtheid en het bepalen welke hulp nodig is. En de Richtlijn Uithuisplaatsing helpt ons begrijpen welke stappen er samen met de ouders gezet moeten worden wanneer een uithuisplaatsing aan de orde is.

NOOT1 Dit artikel is deels gebaseerd op Juffer, F. (2015). Richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming. De Pedagoog, 16(4), 32-35.

NOOT 2 www.richtlijnenjeugdhulp.nl. Het programma ‘Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming’ wordt gefinancierd door VWS.

NOOT 3 NVO (Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen), NIP (Nederlands Instituut van Psychologen) en BPSW (Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk).

NOOT 4 Kronenberg, W. (2013). Fabels en feiten gescheiden. Richtlijn Problematische gehechtheid. Mobiel, tijdschrift voor pleegzorg, 40(2), 22-23.

NOOT 5 Pleegouderversie: www.richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2015/08/Richtlijn-Pleegzorg_info-voor-pleegouders_Beveiligd.pdf

Ouderversie: www.richtlijnenjeugdhulp.nl/pleegzorg/info-voor-ouders/

 


Tags: ,