Familieplaatsingen en beschermjassen

Auteurs: Kitlyn Tjin a Djie en Nynke Jaarsma  

Hulpverlening aan kinderen en ouders in Nederland beperkt zich vaak tot het kerngezin. Hulpverlening op basis van de transculturele psychologie kijkt naar het gehele familiesysteem. Vanuit de gedachte dat continuïteit en stabiliteit de basis vormen voor een veilig opgroeien, zouden hulpverleners meer uit moeten gaan van de kracht van het groot familiesysteem en hun eeuwenoude oplossingsstrategieën. Dit artikel wil hulpverleners verleiden. Het pleit voor kennis hebben van je eigen culturele bagage en voor kennis vergaren over andere familieculturen.

In de transculturele psychologie is er veel aandacht voor afstamming, naamgeving, de enorme impact van gebeurtenissen rond leven, zwangerschap en dood en het verliezen van ‘envelopement’, ook wel de ‘bescherm­jas’ genoemd. Dit begrip beschermjas heeft betrekking op de uitgebreide familie en de hele culturele context.

In de meeste families zijn zaken als loyaliteit, relationele verbondenheid, religie en gezamenlijke historie belangrijke positieve factoren. De veerkracht van zo’n systeem wordt gevoed door overlevingsstrategieën die gezaghebbende leden uit de familie met succes hebben aangewend. In de hulpverlening aan migranten of vluchtelingen of aan ouders die het gevoel hebben dat ze hun systeem kwijt zijn, gaat men als een ‘beroepsherinneraar’ samen met hen op zoek naar de rode draden die voor de inbedding in de cultuur en de groep zorgden. Het is deze zoektocht die iemand herinnert aan de plooien, zakken, weefpatronen, dunne plekken en gaten van zijn beschermjas. Vragen stellen en met een genogram en een levenslijn (1) de familie in kaart brengen, heeft vaak het effect dat iemand een beschermjas haast lijfelijk ervaart.

Vragen ter verduidelijking van een familiesituatie kunnen zijn:

•  wat zijn jullie manieren, tradities, waarden, normen?
•  hoe geven jullie vorm aan familiecontinuïteit?
•  wat zijn de voor- en nadelen van de cultuur van herkomst, wat wil je vasthouden en wat wil je prijsgeven?
•  wie zijn de beschermheren en -vrouwen? Dit zijn vaak familieleden die een gezaghebbende positie hebben en besluiten nemen rond welzijn of uithuisplaatsing. Zij creëren draagvlak in de familie voor het te nemen besluit. Zij zijn vaak ook degenen die familieleden ondersteunen en aanspreken op gedrag indien nodig.
•  wat zijn jullie oplossingsstrategieën?
•  zijn er verschillen met de gangbare/Nederlandse cultuur?

Gezagsdragers

Binnen families vind je in elke generatie één of meer personen die het gezag vertegenwoordigen. Zij worden gezagsdragers genoemd en zijn heel belangrijk voor de besluitvorming binnen de familie en dus voor de familierelaties en de familiecontinuïteit. Zij bezitten een autoriteit en zijn uit hoofde daarvan verantwoordelijk voor het welzijn van de familie. Door overlijden, scheiding, migratie of andere veranderingen, kunnen er verschuivingen plaatsvinden in deze gezagsstructuren. Het zijn meestal collectieve systemen en daarin zijn de leden voortdurend emotioneel met elkaar verbonden. Het welzijn van de één is gerelateerd aan het welzijn van de ander. Als oma een gezagsdrager is, stel dan vragen aan ouders of kinderen zoals:

•  wie steunt oma als zij verdriet heeft?
•  wie helpt haar besluiten nemen, wat zouden zij haar adviseren?
•  wat zou oma u adviseren om te doen?
•  wat zou oma de hulpverleners adviseren?

Dergelijke vragen helpen ouders en kinderen om vanuit oma’s perspectief te denken.

Competente hulpverleners

Om op bovengeschetste manier te kunnen werken, moet een hulpverlener intercultureel competent zijn. Dit begrip heeft een aantal aspecten: heb je kennis van je eigen culturele bagage, heb je kennis van andere culturen, heb je inzicht in de eigen culturele gevoelig­heden en kun je wisselen van positie, zodat je op verschillende manieren naar de zaak kunt kijken en ze met elkaar kunt verbinden?

Culturele bagage is wat je meekrijgt van thuis. Triandes (2) heeft dat mooi geformuleerd: ‘Subjectieve cultuur is het geheel van gevoelens, houdingen, ideeën en veronderstellingen die leden van een bepaalde cultuur belijden en die, hoewel deze als heel belangrijk worden ervaren, moeilijk te verifiëren zijn.’

Tot de kennis van je eigen culturele bagage behoort:

•  de geschiedenis van je eigen land of streek. Geschiedenis en cultuur bepalen de manier van doen en denken.
•  de familietraditie. Hoe neemt de familie besluiten, met name rondom kinderen?
•  de familiegeschiedenis. Herhalende patronen of zaken waar niet over gesproken wordt.
•  de zeden en gebruiken. Welke omstandigheden bepalen die?
•  de moraal. Hoe reageer je in bepaalde situaties?
•  het belang van geslacht. Is men opgegroeid in een patriarchale of matriarchale omgeving?
•  de plaats van het geloof.
•  de klassenverschillen. Ben je voor een dubbeltje geboren of voor een kwartje?
•  de taal. Is men gewend zich in één of in meer talen uit te drukken?
•  de gezagsverhoudingen. Zijn de onderlinge posities hiërarchisch of op basis van overeenstemming en overleg?

Culturele gevoeligheid

Zelfonderzoek is een belangrijke stap om het tweede deel van de culturele competentie inhoud te geven: je eigen culturele gevoeligheid. Waar komen de eigen normen en waarden en dus de waardeoordelen vandaan en hoe betrekkelijk zijn ze? Wat zijn de motieven voor oplossingen? Vanuit welk referentiekader interpreteer je non-verbale, niet-rationele en symbolische signalen? Met andere woorden: hoe bewust ben je je van de relativiteit van je eigen waarneming?

Culturele gevoeligheid is ook het vermogen om met je eigen spanningen en onzekerheden om te gaan, om te weten van welke onderwerpen je kromme tenen krijgt. Bijvoorbeeld wanneer je als hulpverlener, afkomstig uit een klein gezin, een cliënt treft met een verwantschapssysteem van meer dan 300 personen, met drie vaders en moeders per kind en meer dan honderd tantes, ooms, neven en nichten die zich met alles en iedereen bemoeien.

Wisselen van positie

Het is belangrijk om je als hulpverlener in de positie van de ander te kunnen verplaatsen. Dat kun je niet uit een boekje leren, daarvoor moet je in werkelijkheid of in rollenspelen zaken als eenzaamheid of buiten­gesloten worden, aan den lijve ondervinden. Je verplaatsen in de positie van de ander is een breed concept. Is de hulpvrager van het andere geslacht, jonger of juist ouder? Heeft zij/hij een andere religie, klasse of achter­grond? Dit zijn allemaal verschillende posities.

Tot slot

Een veel gehoord argument is dat als hulpverleners open en eerlijk tegenover hun cliënten staan, dit voldoende basis is voor een goede begeleiding, on­afhankelijk van de achtergronden van een cliënt. Uiteraard zijn openheid en eerlijkheid van groot belang. Nog belangrijker is echter dat hulpverleners zich bewust zijn van hun eigen persoonlijke en professionele bagage. Kennis hebben van verschillende wijzen waarop families functioneren en de daarbij horende wijze van begeleiding is cruciaal om de oplossingskracht van een familie te blijven volgen. Kinderen die op jonge leeftijd uithuis geplaatst worden, hebben vaak geïsoleerde moeders. Daarnaast zien we vaak moeders met psychiatrische klachten die soms al jarenlang het familiesysteem ontwricht hebben.

De familie verantwoordelijk maken lijkt dan misschien een mooie visie, maar wordt als moeilijk uitvoerbaar gezien. Beheersen en de regie houden lijkt veiliger in zo’n situatie, ook al omdat bij deze familiesystemen al veel hulpverleners betrokken zijn. Slechte afstemming tussen hulpverleners leidt tot vervelende ervaringen. Het vraagt een andere manier van werken om er dan achter te komen op welke wijze families besluiten nemen, om te zien of deze besluitvormingssystemen nog intact zijn en opnieuw geactiveerd kunnen worden. De hulpverlener moet vertrouwen hebben in zichzelf en willen leren van die ‘Vreemde Ander’. Dan is hij ook bereid de werkwijze, gebaseerd op de kracht van de cliënt en het familiesysteem, te ontwikkelen. Daarnaast is meer vertrouwen hebben in de kracht van collega’s en collega-instellingen en hun oplossingen ook een belangrijke factor.                                    <

(1) Een genogram is een schema waarin een familie wordt uitgetekend, vergelijkbaar met een stamboom. In een levenslijn worden alle gebeurtenissen in de familie uit het verleden op volgorde op een tijdslijn geplaatst.

(2) Triandes H.C., Vassiliou V., Vassiliou G., Tanaka Y., Shanmugam A.V., 1972 The analysis of subjective culture. New York: Wiley

Nynke Jaarsma is maatschappelijk werker en transcultureel systeemtherapeut i.o. Kitlyn Tjin A Djie is stafmedewerker en tevens transcultureel systeemtherapeut, supervisor, coach en opleider. Het artikel is een verkorte bewerking van ‘Familieplaatsingen begeleiden volgens het beschermjassenmodel’ door Kitlyn Tjin A Djie en Nynke Jaarsma. Het volledige artikel is ook te lezen op www.bijonspleegzorg.nl. Er is een boek verschenen over het onderwerp: Kitlyn Tjin A Djie & Irene Zwaan (2007). ‘Beschermjassen, transculturele hulp aan families’, Assen, Van Gorkum. ISBN 9789023243717, € 13,50. Nadere informatie is ook te vinden op de website www.beschermjassen.nl

======
KADER
======

Casus

De moeder van Susan heeft psychiatrische klachten. De gestelde diagnose luidt schizofrenie, paranoïde.  Na de geboorte van Susan wordt er door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd om een onderzoek te doen in de familie om te kijken welke mogelijkheden er zijn voor Susan. De onder­zoeker vraagt de familie een beeld te schetsen van de familie: Wat is hun kijk op de familie als het gaat om zorg verlenen, problemen oplossen? Wat zijn hun rituelen rond ziekte en verlies, wat ondersteunt de familie in moeilijke tijden? Hoeveel draagkracht is er voor het besluit een kind elders in de familie te plaatsen? Welke complicaties verwachten zij? Hoe wordt er omgegaan met conflicten? Tijdens het raadsonderzoek gaf grootmoeder aan dat zijzelf geen mogelijkheden zag gezien haar werk en haar privésituatie en zij gaf de voorkeur aan de zus van moeder om Susan in huis te nemen. De onderzoeker, vanuit de visie dat de familie het beste weet wat goed is voor het kind, volgt de familie in hun aanbod en start vanuit dit punt het onderzoek. Bij deze familie was dat de kennismaking met zus Ursula.


Tags: , ,