De pijn na een terugplaatsing

Auteur: Antoinette van Wijngaarden  

In het decembernummer 2005 van Mobiel las u over het onderzoek van Femke Gerritsen naar rouwverwerking. Zij pleit ervoor om de begeleiding van ouders uit te breiden met gesprekken die gericht zijn op rouwverwerking, nadat hun kind uithuis geplaatst is. Wij vroegen de lezers om te reageren. Hoe zit het met de rouw van pleegouders en hun kinderen als een pleegkind na langere tijd terug wordt geplaatst? Hieronder leest u het verhaal van de familie Thissen en hun pleegzoon Rob, die na vier jaar terug mocht naar zijn moeder, tegen het advies van pleegzorg en jeugdzorg in.

“Wij hebben vier jaar een pleegzoon gehad. Ik moet pleegzoon zeggen, maar ik zou dat pleeg- liever weglaten. Hij voelde als een eigen zoon. Het klikte direct tussen ons en al snel werd besloten dat hij zou blijven. Laat ik voorop stellen dat wij vinden dat kinderen, als het enigszins mogelijk is, naar hun ouders terug moeten. Als dat echt niet kan, moet er zoveel mogelijk contact blijven. De ouders van Rob waren altijd welkom. Elke maand kwam een van hen, ze waren gescheiden, een dagdeel bij ons en daarnaast ging Rob een dagje naar de ander. Hier zijn eigenlijk nooit problemen over geweest. Na vier jaar, Rob was inmiddels acht, werd hem en ons verteld, dat hij definitief kon blijven.”

De Hoge Raad beslist anders

Tijdens de jaarlijkse zitting honoreerde de rechter het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing. Maar opeens, we weten nog altijd niet waarom, wilde moeder zelf voor Rob zorgen. De gezinsvoogd was het hier niet mee eens. Ook pleegzorg vond het voor Rob beter als hij bij ons bleef. Wij hielden ons zoveel mogelijk buiten deze discussie. Het is niet aan pleegouders om zulke beslissingen te nemen. Moeder ging in beroep en de Hoge Raad stelde haar in het gelijk.

Ze wilde hem meteen meenemen, maar na overleg stemde ze ermee in dat hij nog een maand kon blijven. We vonden het in zijn belang dat hij aan het idee kon wennen en afscheid kon nemen van zijn vriendjes, zijn school, ons gezin en alles eromheen. We spraken met moeder af dat we veelvuldig contact zouden houden. Ze beloofde dat Rob mee mocht naar onze jaarlijkse familieweek. Ook mocht hij komen logeren voor de verjaardag van onze oudste zoon.

Jeugdzorg uit beeld

Twee dagen na Robs vertrek belde moeder met de mededeling dat hij niet mee op vakantie kon. Dan bleef zij alleen achter. Logeren vond ze daarom ook geen goed idee. Eigenlijk was het beter als hij helemaal niet meer bij ons kwam. We hebben Rob nog twee weken zo nu en dan door de telefoon gesproken. Toen kapte moeder dit ook af. Later hoorden we van Rob dat moeder alle foto’s van ons verwijderd had. We zagen en zien hem soms via zijn vader. Die komt met hem bij ons op bezoek. Maar als vader deze stap zet, krijgt hij hem een tijd niet meer mee van moeder.

Helaas was Bureau Jeugdzorg vergeten om tegelijk met het verzoek om verlenging van de uithuisplaatsing, een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling in te dienen. Jeugdzorg is dus uit beeld en moeder kan haar gang gaan. We hebben bij een advocaat geïnformeerd of we een bezoekregeling kunnen afdwingen. Na overleg met pleegzorg hebben we besloten hier van af te zien. Bij touwtrekken is Rob niet gebaat.

Moeilijk te verwerken

We weten dat Rob het bij ons goed naar zijn zin had. Maar nu gaat het niet goed met hem. Hij is heel erg dik geworden en zit slecht in zijn vel. Hij doet waar hij zin in heeft. Gaat laat naar bed, spijbelt. Moeder heeft niets over hem te vertellen. Moeder onttrekt zich aan elke vorm van hulp en heeft nauwelijks nog sociale contacten. We maken ons zorgen.
We klagen niet over jeugdzorg en ook niet over pleegzorg. Jeugdzorg heeft een fout gemaakt door geen OTS aan te vragen, dat is ronduit toegegeven. Onze pleegzorgbegeleidster kwam kort na het vertrek van Rob in de ziektewet terecht. Haar vervangster heeft ons daarna nog begeleid.
Ook Robs gezinsvoogd is nog komen praten. Ze hebben echt hun best gedaan. De terugkeer is niet goed geweest voor Rob. Zijn vader heeft het moeilijk en is overgeleverd aan de grillen van zijn ex. Ook wij zijn beschadigd. Mijn vrouw en ik hebben allebei een tijd ziek thuis gezeten. Voor ons gevoel hebben we een zoon verloren. En wat heeft het met onze kinderen gedaan? We wisten van tevoren dat we het na een eventueel afscheid emotioneel zwaar zouden hebben, dat we het moeilijk zouden vinden om hem te laten gaan. Dat is toch normaal? Je bouwt tenslotte een band met elkaar op. Maar zoals het nu gegaan is… dat is zo moeilijk te verwerken.

Inmiddels hebben we – jazeker! – weer een pleegkind. Wederom perspectiefbiedend. We zullen ons volledig voor hem inzetten en vast weer net zo betrokken raken, maar diep van binnen blijft die pijn. Die willen we liever niet nog een keer ervaren.”

Reageren? De familie Thissen staat open voor uw reacties. U kunt schrijven naar redactie@bijonspleegzorg.nl of naar ons postadres. Dit vindt u in het colofon. Wij sturen uw reacties door.

Het thema van het eerste nummer van Mobiel in 2007 is rouwverwerking. Besteden pleegzorginstellingen hier structureel aandacht aan? Hoe worden ouders en pleegouders begeleid? Is nazorg standaard of afhankelijk van een enkele medewerker? We roepen werkers in het veld op om ons hierover te informeren. Deel uw ervaringen, zodat anderen er hun voordeel mee kunnen doen.

Dit geldt ook voor pleegouders. Kunt u iets vertellen over de gevoelens van uzelf of van uw kinderen na het vertrek van hun pleegbroer of -zus? Heeft u ervaring, negatief of positief, met de rouwverwerking van het pleegkind dat bij u woont en zijn ouders kwijt is?


Tags: ,